Spring naar content

‘Proeftuin Zundert werkt vanwege de kleine verbindingen’ 

Eyeopener: ‘Inwoners in palliatieve fase nog onvoldoende zichtbaar in beleid’

28 augustus 2023

De ‘Proeftuin Léven tot einde’ in Zundert draait volop. Deelnemers vanuit verschillende organisaties werken aan kleinschalige experimenten. Het is de eerste concrete samenwerking van alle partijen voor inwoners met een ongeneeslijke ziekte, en hun naasten. Vanuit de gemeente Zundert kijkt Arjan Koreman geïnteresseerd mee. Hij is sinds oktober 2022 Beleidsmedewerker Sociaal Domein (Wmo) in Zundert en werkte daarvoor als leidinggevende Welzijn bij welzijnsorganisatie Surplus. Bij het ministerie van VWS was hij eerder betrokken bij het project ‘Zicht op mijn Mantelzorg’.

Uit eigen ervaring weet Koreman dat er werkelijk een kloof bestaat tussen zorg en het sociaal domein. Waarom is dat zo? Hoe komt dat? ‘De werkdruk is hoog, bij iedereen’, ziet hij als voornaamste verklaring. ‘Je zit en blijft dan vaak erg binnen je eigen vakgebied. Je scope is heel nauw en de zijwegen worden dan niet meer gezien. Daar is geen tijd voor.’ Wat natuurlijk heel jammer is, omdat op die zijwegen ook partners gevonden kunnen worden die kunnen helpen de werklast, de zorg en ondersteuning te delen. ‘Onbekend maakt in dit geval echt onbemind. Elkaar leren kennen kost tijd.’

Arjan Koreman:
‘Binnen het sociaal domein is nog onvoldoende bewustzijn dat palliatief écht iets anders is dan terminaal. Men realiseert zich onvoldoende dat ongeneeslijk ziek zijn, erg lang kan duren.’

Minder zichtbaar

Mantelzorgbeleid ligt Koreman na aan het hart. Hij erkent dat mantelzorgers in overheidsbeleid, lokaal en landelijk, als doelgroep beter in beeld zijn dan inwoners met een ongeneeslijke ziekte. ‘Mensen met een ongeneeslijke ziekte worden niet expliciet als doelgroep genoemd in beleidsstukken, in tegenstelling tot mantelzorgers’, aldus Koreman. ‘Ongeneeslijke zieke inwoners zijn onderdeel van het algemeen beleid voor kwetsbare groepen in de samenleving.’ Daarmee zijn inwoners die palliatieve ondersteuning en zorg nodig hebben, minder zichtbaar dan de naasten die voor hen zorgen.

Dat beeld wordt bevestigd in het onderzoek ‘Palliatieve zorg en ondersteuning in de praktijk’, dat bureau jb Lorentz onlangs uitvoerde in opdracht van Agora. Koreman heeft het onderzoeksrapport gelezen. Eén van de bevindingen uit het onderzoek is dat vanuit de lokale- en rijksoverheid acties nodig zijn om palliatieve zorg en ondersteuning nadrukkelijker in beleidsstukken op de kaart te zetten en om drempels in financiering bij domeinoverstijgende ondersteuning en zorg weg te nemen.

Eyeopener

‘Dat is wel een eyeopener’, erkent Koreman. ‘Misschien moeten we toch eens kijken of we inwoners in de palliatieve fase expliciet als doelgroep moeten benoemen in beleidsstukken, waarmee ze voor ons meer zichtbaar worden.’ De bijzondere omstandigheden van mensen met een ongeneeslijke ziekte, de mogelijke duur van een palliatieve fase, de verschillende behoeftes per levensfase (van met name ongeneeslijk zieke jongeren en werkenden die op school en op hun werk zoveel mogelijk ‘mee willen blijven doen’) en de opeenvolgende problematiek die daarbij hoort, zou dat mogelijk wel rechtvaardigen.

De zorg mag meer open staan voor het sociaal domein’

Koreman hecht veel waarde aan de autonomie van inwoners met een ongeneeslijke ziekte. ‘We moeten met ze in verbinding zien te komen en in gesprek gaan over wat zíj willen en wat zíj nodig hebben. Fysiek, maar ook sociaal, psychisch en op het vlak van zingeving. Daarbij moeten we over de domeinen heen samenwerken om te kijken wie wat kan bieden.’
Maar hoe kom je met deze inwoners in contact?
‘De zorg mag wel meer open staan voor het sociaal domein’, vindt hij. ‘Het is fijn dat een kaderarts palliatieve zorg, de wijkverpleging en veel lokale organisaties en netwerken goed zijn aangehaakt bij de proeftuin. Ze kennen elkaar van naam en weten wat ze aan elkaar hebben.’ Hij vindt het wel erg jammer dat huisartsen en POH-ers niet zijn aangesloten bij de proeftuin in Zundert. ‘Terwijl juist de verbinding en samenwerking met het sociaal domein hen verlichting kan bieden in hun werkdruk’, aldus Koreman. ‘In de ondersteuning en zorg van de patiënten zelf, maar bijvoorbeeld ook die van overbelaste mantelzorgers die met stressklachten bij hun huisarts terecht komen.’

Kleine stapjes

Volgens Koreman werken grote projecten vaak niet, omdat het organisaties afschrikt om deel te nemen vanwege de verwachte tijdsinvestering. Hij pleit daarom voor kleine stapjes. ‘Het gaat juist om die kleine verbindingen. Daarom werkt de proeftuin ook goed. De tijdsinvestering is relatief klein en de directe opbrengst is relatief groot. Door de persoonlijke ontmoetingen leer je elkaar kennen en weet je snel wat de ander kan brengen aan kennis en expertise in bijvoorbeeld een casus.’

De startbijeenkomst van de proeftuin Zundert.

Palliatief of terminaal
Om goed samen te werken, is het belangrijk dat je elkaar begrijpt en dezelfde woorden en definities gebruikt. ‘Binnen het sociaal domein is nog onvoldoende bewustzijn dat palliatief écht iets anders is dan terminaal’, weet Koreman, ook vanuit gesprekken die hij had met Kitty van de Ven, coördinator Netwerk Palliatieve Zorg in de regio en lid van het kernteam van de proeftuin Zundert. ‘Men realiseert zich onvoldoende dat ongeneeslijk ziek zijn, erg lang kan duren. Daarom is het extra belangrijk om vanuit het sociaal domein betrokken te zijn. Om problemen te voorkomen. Of om ze samen op te lossen. Belangrijk is daarbij ook oog te hebben voor de mensen om de patiënt of cliënt heen.’

Van proeftuin naar Leerwerkplaats
De proeftuin Zundert is er één in een reeks proeftuinen waarin Agora en Movisie op lokaal niveau de samenwerking tussen zorg en het sociaal domein stimuleren en begeleiden, ten behoeve van palliatieve ondersteuning en zorg voor thuiswonende burgers en hun naasten. De geleerde lessen en inzichten in Zundert en de eerdere proeftuinen in Oude IJsselstreek, Huis aan ’t Water, Maarssen en Roermond, worden vanaf volgend jaar door Agora meegenomen naar Leerwerkplaatsen. In die Leerwerkplaatsen treedt Agora op als adviseur, projectleider of procesbegeleider om lokaal de verbinding tussen zorg en het sociaal domein te bevorderen. Deze Leerwerkplaatsen zijn projecten op maat. De aanpak kan per project verschillen en wordt afgestemd op de lokale situatie en de wensen van de betreffende gemeente.
Kan de samenwerking tussen zorg en sociaal domein in jouw gemeente wel een duwtje gebruiken en heb je interesse in een Leerwerkplaats in jouw gemeente of wijk? Neem dan contact op met projectleider Sabrina Sluiter van Agora door te mailen naar: ssluiter@agora.nl

Van GoghHuis

De betrokkenheid van het Van GoghHuis is volgens Koreman echt een meerwaarde voor de proeftuin Zundert. ‘Kunst en cultuur zorgen voor verbinding. Kunst kan helpen om over moeilijke thema’s in gesprek te gaan.’ Dat bleek ook tijdens de bijeenkomst ‘In gesprek over levensvragen’, dat het VanGoghHuis in juni hield voor haar inwoners. Aan de hand van fragmenten uit de brieven van Vincent van Gogh en een aantal schilderijen werd gesproken over leven, sterven en zorgen. De bijeenkomst was een succes, weet Koreman. ‘Het VanGoghHuis heeft me inmiddels benaderd met de vraag of we dit ook voor andere doelgroepen in de gemeente kunnen organiseren, bijvoorbeeld ouderen of mantelzorgers.’

‘Kunst kan helpen over moeilijke thema’s in gesprek te gaan’

Vier pijlers

‘In gesprek over levensvragen’ is één van de activiteiten die uitgewerkt werden vanuit de vier pijlers die alle deelnemers samen voor de proeftuin Zundert opstelden: De klantreis; het goede gesprek; vrijwillig van betekenis zijn; voorlichting en informatie voor bewoners. Een andere activiteit is het ophalen van informatie bij de doelgroep zelf over hun behoeften.
Koreman hoopt dat alle deelnemers na afronding van de proeftuin als project, in verbinding blijven met elkaar. ‘Misschien met een of twee bijeenkomsten per jaar, om inspiratie te blijven geven aan de samenwerking. En ik hoop dat die samenwerking ook wordt opgenomen in de reguliere werkprocessen van de betrokken organisaties.’ Hij ziet voor de gemeente Zundert daarbij een rol als inspirator en initiator. ‘En we moeten alert blijven op lacunes in de ondersteuning van kwetsbare groepen.’
En als we vijf jaar verder zijn? Wat ziet hij dan voor zich?
‘Professionals vanuit de zorg en het sociaal domein weten elkaar dan goed te vinden, ook vanuit ziekenhuizen en huisartsen’, is zijn toekomstbeeld. ‘Elke casus is in beeld bij de wijkverpleegkundigen, die de coördinatie doen. Alle deelnemers uit de proeftuin staan nog in verbinding met elkaar en niemand valt meer tussen wal en schip.’

Meer informatie

Zundert is de vijfde proeftuin waar op lokaal niveau zorg en het sociaal domein met elkaar in verbinding komt en samenwerkt aan de zorg en ondersteuning van mensen in de palliatieve fase en hun naasten.
Over de proeftuin Zundert verschenen eerder de volgende artikelen
– Verslag van de startbijeenkomst van de proeftuin Zundert: Enthousiasme bij startbijeenkomst proeftuin Zundert – Agora
– Interview met (oud)wethouder Twan Zopfi over betrokkenheid van de gemeente bij de proeftuin Zundert:  ‘Onze cultuur is te veel op de medische kant gericht’ – Agora
– Interview met Kitty van der Ven, Coördinator van het Netwerk Palliatieve Zorg Stadsgewest Breda en kerngroeplid van de proeftuin Zundert:  ‘Er is een wereld te winnen aan bewustwording en kennis over palliatieve zorg’ – Agora

– Lees meer over de proeftuinen van Agora en Movisie en over de andere lokale proeftuinprojecten in Maarssen, Roermond, Oude IJsselstreek en Huis aan het Water.
In gesprek met deelnemers proeftuin Maarssen: ‘Er valt veel te winnen op het snijvlak van zorg en welzijn’
– Succesvol samenwerken voor mensen in de laatste levensfase
– Nieuwe proeftuin Agora-Movisie in Maarssen: ‘Rust bij de patiënt geeft ons ook rust’
– Nieuwe proeftuin Agora-Movisie in Maarssen: ‘Er is veel meer dan de Wmo, maar wat dan precies?’
– Proef aan de proeftuin: verhalen van deelnemers, artikelen en handige tools
– Meer over lokale projecten
– Praten over levensvragen

– Lees het onderzoeksrapport ‘Palliatieve zorg en ondersteuning in de praktijk – Onderzoek naar palliatieve zorg en ondersteuning vanuit het sociaal domein’
– Lees de samenvatting van de webinar over het onderzoek en kijk bekijk de opname

Delen:

Actuele nieuwsberichten

‘Het is goed als ook het sociaal domein uit de eerste hand meekrijgt wat er allemaal op je afkomt’, aldus Renée van Kessel, moeder van de 7-jarige Seppe, die een ongeneeslijke ziekte heeft. Ze deed haar verhaal in het webinar ‘De rol van het sociaal domein in kinderpalliatieve zorg’. ‘Het is waardevol als je samen kunt optrekken. We maken veel gebruik van het sociaal domein en daarin wordt echt naar het hele gezin gekeken.’ Lees het verslag van de webinar, met tips en aandachtspunten voor professionals.
De proeftuin in Roermond heeft een mooie basis opgeleverd voor meer samenwerking tussen zorg en het sociaal domein voor inwoners in de palliatieve fase en hun naasten. Dat kan nu verder worden uitgerold. ‘We kennen elkaar beter en weten elkaar te vinden. En er is meer bewustwording bij alle partijen en ook het besef: ik hoef dit niet alleen te doen. De basis is gelegd.’
Zorgzame samenlevingen hebben de toekomst en zijn onmisbaar om in de laatste levensfase de zorg en ondersteuning toekomstbestendig te maken’, aldus lector Persoonsgerichte (Palliatieve) Zorg Marieke Groot in aanloop naar haar lezing tijdens het congres Connecting Communities, op 26 juni. ‘Mensen zijn in hun laatste levensjaar maar 5% van hun tijd ‘in zorg. Dat betekent dus dat zij het de resterende 95% moeten hebben van hun sociale omgeving.’