Spring naar content

Veel huisartsen tevreden over samenwerken met geestelijk verzorgers

20 mei 2022

Anno 2022 heeft bijna de helft van de huisartsen nog geen ervaring met geestelijk verzorgers. Maar het goede nieuws: de andere helft is juist in ruime meerderheid tevreden over de samenwerking. Dat blijkt uit een onderzoeksproject van zes geneeskundestudenten van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze komen met drie verbeterpunten om nog meer samenwerking tot stand te brengen en die samenwerking bovendien naar een hoger plan te tillen.

‘Hoe kunnen artsen en geestelijk verzorgers samenwerken in de palliatieve fase?’ Dat was de hoofdvraag van dit onlangs afgeronde community project. Na hun literatuuronderzoek enquêteerden de studenten 43 geestelijk verzorgers, 50 huisartsen en 5 IC-artsen. Vervolgens hielden ze interviews met twee geestelijk verzorgers, één huisarts en twee IC-artsen.
Die werkwijze leverde drie belangrijke verbeterpunten op: nog veel meer medici moeten weten wat geestelijk verzorgers doen, de communicatie tussen artsen en geestelijk verzorgers moet intensiever en hun samenwerking moet (beter) worden verankerd in de organisatorische structuren rond geestelijke verzorging.

Samenwerking bevalt goed

80% van de IC-artsen en 75% van de geestelijk verzorgers is blij met hun onderlinge samenwerking (‘niet ontevreden’, ‘tevreden’ of ‘zeer tevreden’). Dat geldt ook voor 68% van de huisartsen die al samenwerken met geestelijk verzorgers. Echter: 44% doet dat nog niet. Ze weten niet wat geestelijk verzorgers doen en ook niet hoe ze met hen in contact kunnen komen.
De oplossing? Tijdens hun studie moeten aankomend artsen al worden gewezen op het bestaan van geestelijk verzorgers en hun meerwaarde, aldus de studentonderzoekers. Bovendien moeten aankomende artsen zelf leren om spirituele hulpvragen tijdig te herkennen en hoe ze daar op kunnen reageren.

Meer bekendheid, meer vertrouwen

Een tweede verbeterpunt uit het onderzoek is méér communicatie tussen artsen en geestelijk verzorgers. Een derde van de ondervraagde huisartsen vond dat artsen en geestelijk verzorgers te weinig weten van elkaars werk tijdens de zorg voor de patiënt. Ook de terugkoppeling van de bevindingen van de geestelijk verzorger schiet soms tekort.
De onderzoekers stellen twee manieren voor om dat contact te intensiveren: het bestaan van extramurale geestelijk verzorgers zichtbaarder maken voor medici, en intramurale geestelijk verzorgers beter integreren in medische multidisciplinaire behandelteams. Beide oplossingen leiden tot korte lijntjes en meer contactmomenten.
Ook informele gesprekken kunnen bijdragen aan meer onderling vertrouwen. Bijvoorbeeld door nieuwe medische medewerkers altijd ook kennis te laten maken met de geestelijk verzorgers op hun afdeling. Integratie van de geestelijk verzorger in het zorgteam op een afdeling, bijvoorbeeld door regelmatige of structurele aanwezigheid van de geestelijk verzorger bij het multidisciplinair overleg, is cruciaal voor succesvolle samenwerking en verhoogt de tevredenheid daarover sterk.

Betrekken van geestelijk verzorgers in multidisciplinair- en PaTz-overleg

Wat de samenwerking ook zal helpen is uitbreiding van organisatorische structuren rond geestelijke verzorging, verwachten de onderzoekers. In de eerste lijn kunnen geestelijk verzorgers bijvoorbeeld standaard worden betrokken bij Palliatieve Thuiszorg (PaTz)-overleggen. Ook is het belangrijk dat er inmiddels een vergoeding beschikbaar is voor geestelijk verzorgers in de thuissituatie. Uit de enquête bleek dat deze mogelijkheid nog onvoldoende bekend is en dat dit een barrière is voor adequate inschakeling van geestelijk verzorgers in de eerstelijnszorg door huisartsen.

Dit communityproject werd uitgevoerd door (vlnr) Fleur Wilbrink, Amrish Nanhu, Paula Bühring en Doeke Jebbink, Samantha Choy, Koen Castelijns.

Communityprojecten
Elk jaar werkt Agora samen met de Erasmus Universiteit Rotterdam aan zogenoemde communityprojecten. Derdejaars studenten geneeskunde doen voor Agora onderzoek naar een thema op het gebied van palliatieve zorg. Voor ons een mooie manier om een specifiek thema in de literatuur en praktijk te (laten) bestuderen. En voor de studenten om kennis te maken met de rol van de arts in de palliatieve fase en met Agora’s palliatieve benadering. Want palliatieve zorg heeft in tegenstelling tot euthanasie (nog) geen standaard plek in het curriculum van de bachelor-opleiding geneeskunde.

Handige links

Tip: Bekijk ook Agora’s video over Zingeving in de huisartsenpraktijk:


Delen:

Actuele nieuwsberichten

Onder de titel ‘Haast geboden voor zorgzame buurten’ verzorgt gezondheidseconoom Marcel Canoy op 26 juni een lezing tijdens ‘Connecting Communities, hét congres over de sociale benadering palliatieve zorg’ van Agora, Carend en PZNL. ‘Waarom lukt het bij hospices zo goed om informele en formele zorg goed met elkaar te laten samenwerken, terwijl het daarbuiten zo stroef verloopt soms?’, vraagt hij zich af in een opiniestuk in Medisch Contact.
‘Mensen in de palliatieve fase hebben geen boodschap aan onze domeinen, regelingen en hokjes. Voor hen is het logisch om te beginnen bij hen, bij de mens.’ Wies Wagenaar is pionier, kwartiermaker en netwerkcoördinator palliatieve zorg. Op 26 juni verzorgt Wies een lezing tijdens ‘Connecting Communities, hét congres over de sociale benadering palliatieve zorg’, waarbij ze het perspectief van de ervaringsdeskundigen centraal stelt. ‘Ons team ervaringsdeskundigen is heel duidelijk: Palliatieve zorg draait vooral om welzijn.’
Agora nam deel aan de expertisesessies van het ministerie VWS waarin bestaande samenwerkingsverbanden tussen het sociaal en het medisch domein onder de loep zijn genomen. Deze samenwerking draagt bij aan het verlenen van passende zorg. Wat kunnen we leren van deze initiatieven, tegen welke knelpunten zien we in de praktijk en wat gaat goed?