Spring naar content

Samenwerken in de palliatieve benadering: wat werkt?

18 mei 2020

Mensen in de palliatieve fase van hun leven, hebben vragen die niet perse in één hokje van zorg óf welzijn passen. Dat maakt goede samenwerking tussen professionals en vrijwilligers in het sociaal domein en de (palliatieve) zorg erg belangrijk voor deze groep. De missie van Agora is deze lokale samenwerking te ondersteunen, door op te halen ‘wat werkt’ in andere voorbeelden van samenwerking en deze elementen te toetsen in onze proeftuinen. Wij interviewden intussen verschillende goede voorbeelden in het land. In dit artikel delen we wat de praktijk zélf zegt over samenwerking en welke rode draad wij daarin zien.

Agora laat zich bij haar aanpak inspireren door succesfactoren van andere samenwerkingsverbanden. Dit zijn de onmisbare onderdelen die zorgen dat een aanpak werkt. Dat kan te maken hebben met de inhoud van een aanpak, maar ook met de uitvoering ervan. Het is een intensief proces om officieel vast te stellen of een aanpak werkt. Agora is hierover in gesprek met verschillende stakeholders en organiseert zelf een reeks proeftuinen over lokale samenwerking in de palliatieve fase.

Proces

Zo richten de lokale partners die wij spraken hun proces van samenwerking in:

  1. Werk van klein naar groot , begin met kleine stappen
  2. Maak je resultaten inzichtelijk en deel ze
  3. Benoem een deskundig projectleider
  4. Speek een eenduidige werkwijze af, met korte lijnen
  5. Organiseer structurele fysieke ontmoetingen

Marja Veenstra, projectcoördinator Senior Friendly Community Maastricht: “Je hebt een heel betrokken projectleider nodig die zich verantwoordelijk voelt voor het thema. Zo’n projectleider zorgt ervoor dat het thema onder de aandacht blijft en dat er activiteiten worden georganiseerd en partijen aan elkaar worden verbonden.”

Doesjka Reijn, ouderenadviseur en verhuiscoach bij Welzijn Baarn: “Wij organiseerden een bijeenkomst met verschillende professionals – waaronder de praktijkondersteuners van de huisarts – waarbij we iemand hebben uitgenodigd om ons voor te lichten over de mogelijkheden in de laatste levensfase. Zo doen we tegelijk aan kennisoverdracht en aan kennismaking.” Lees hier het complete interview met Doesjka Reijn.

Inhoud

Zo richten de lokale partners die wij spraken hun samenwerking inhoudelijk gezien in:

  1. Zet de persoon en zijn / haar naasten centraal en kijk over je eigen organisatie heen
  2. Verdiep je in elkaars werkzaamheden en verantwoordelijkheden
  3. Onderzoek elkaars cultuur
  4. Leer dezelfde taal spreken

Klaske Wynia (in memoriam), voormalig programmaleider en hoofdonderzoeker SamenOud: “Wat in al deze maatschappelijke en politieke discussies altijd weer bindt, zijn de ouderen zelf. En wat zij dan nodig hebben, kan geen organisatie of domein alleen bieden. Professionals en organisaties hebben kaders en muren, maar als mensen kunnen we wél verder kijken.” Lees hier het complete interview met Klaske Wynia.

Leandra Beelo, netwerkcoördinator Netwerk Integrale Kindzorg Holland Rijnland: “Er ligt nog wel een taak om goed het verschil uit te leggen tussen palliatief en terminaal. Als ik bijvoorbeeld bij een perifeer ziekenhuis aangeef dat ik graag in gesprek ga over palliatieve zorg bij kinderen, hoor ik nog regelmatig ‘Wij behandelen geen palliatieve kinderen’. Dan zeg ik: ‘Nou, jullie behandelen geen terminale kinderen.’ Dus ook professionals schakelen de term ‘palliatief’ vaak nog gelijk aan ‘terminaal’.” Lees hier het complete interview met Leandra Beelo.

Klaske Wynia: “Binnen teams van professionals met verschillende achtergronden is het een uitdaging om de verschillende culturen bij elkaar te brengen. Om elkaars taal te leren spreken. Daarom hebben we geïnvesteerd in training en coaching hierin. Een voorbeeld? De welzijnsmedewerkers waren bijvoorbeeld heel gedetailleerd in hun informatie over cliënten. Huisartsen waren juist heel kort en bondig en zoomden in op het exacte probleem. Die werkwijzen botsten. Uiteindelijk leerde men elkaar kennen en was iedereen blij met de korte lijntjes.”

Randvoorwaarden

Deze randvoorwaarden zien we terug bij samenwerking tussen de lokale partners die wij spraken:

  1. Zorg voor voldoende en structurele financieringsmiddelen
  2. Geef vrijwilligers en professionals ruimte en vertrouwen
  3. Creëer samenwerking op bestuurlijk én uitvoerend niveau

Janny Bakker, voorzitter raad van bestuur Movisie: “Uitvoerende professionals kunnen vaak prima inschatten wat voor de ander werkelijk van betekenis is. Wijkverpleegkundigen, Wmo-consulenten, cliëntondersteuners hebben een intrinsieke motivatie om te doen wat van betekenis is.” Lees hier het complete interview met Janny Bakker en bekijk ook Janny’s proefschrift ‘Anders kijken’.