Spring naar content

Opinie: Hospice als inspiratie voor ontzorgen



(Bron: Medisch Contact)
24 mei 2024

De cardioloog Jan Aernout van der Does de Willebois was zijn tijd ver vooruit. Zo vond hij ver voor het bestaan van sociale media al in de media van alles over onderwerpen waar hij niet voor had doorgeleerd, zoals (heel elitair!) het verplicht stellen van een Latijnse mis in de katholieke kerk. Van der Does de Willebois was ook een groot pleitbezorger van het fenomeen hospice dat uit Engeland was overgewaaid.

Vroeger waren hospices vooral vanuit de kerk ontstaan voor armen die geen goed alternatief hadden. De oprichtster van de moderne variant van het hospice is Dame Cicely Mary Strode Saunders, een opmerkelijke vrouw die politicologie, economie en filosofie studeerde in Oxford in de dertiger jaren van de vorige eeuw, maar in de oorlog verpleegster werd en verliefd werd op een terminaal zieke patiënt van haar, een Pools-Joodse vluchteling die als een van de weinigen het getto in Warschau had weten te ontvluchten. Opmerkelijk genoeg werd Saunders in de vijftiger jaren weer verliefd op een Pools-Joodse terminaal zieke patiënt.

Haar trieste ervaringen brachten haar op het pad om een hospice te openen, met als kenmerken vrijheid, een scherpe focus op kwaliteit van leven, zingeving en de inbreng van vrijwilligers.

Marcel Canoy:
‘Waarom lukt het bij hospices zo goed om informele en formele zorg goed met elkaar te laten samenwerken, terwijl het daarbuiten zo stroef verloopt soms?’

Volgens de koepelvereniging VPTZ zijn er meer dan 200 hospices in Nederland met ruim 11.000 vrijwilligers. Je hoort er niet veel over. Je kunt evenwel gemakkelijk betogen dat de filosofie van een hospice op veel meer onderdelen van het leven van kwetsbare burgers betrekking kan hebben dan alleen terminale ziekte.

Bij een terminaal zieke patiënt kan een zorgverzekeraar redeneren dat het financiële risico beperkt is (maar soms gebeuren er daar ook gekke dingen) en dat een menswaardig sterven daarom via de zorgverzekeringswet (of afhankelijk van de indicatie de WLZ) gefinancierd kan worden.

Ook voor veel kwetsbare burgers die niet terminaal zijn, geldt dat er niet zozeer zorg nodig is maar kwaliteit van leven, dat eigen keuzes heel belangrijk zijn, vrijwilligers ingezet kunnen worden en zingeving van groot belang is. Het is heel vreemd dat kwaliteit van leven zo centraal staat in de laatste drie maanden maar daarvoor een ondergeschikte rol lijkt te spelen door de dominantie van het zorgdenken. Als we een hospice kunnen organiseren moet dat breder toch ook kunnen zonder dat bizarre gedoe zoals bij de Wijkkliniek in Amsterdam Zuid-Oost.

Het verschil tussen menswaardige hulp aan kwetsbare burgers en terminale patiënten is dat het bij de eerste groep om een langjarig proces kan gaan en meestal niet intramuraal. Maar verder is de logica en filosofie hetzelfde en is de maatschappelijke winst vrij evident. En waarom lukt het bij hospices zo goed om informele en formele zorg goed met elkaar te laten samenwerken, terwijl het daarbuiten zo stroef verloopt soms?

Goede voorbeelden van zorgzame buurten laten zien dat het kan, maar ook dat het vaak moeizaam gaat. Bij zorgzame buurten staat de kwaliteit van leven ook voorop en wordt formele zorg alleen ingevlogen als het echt nodig is. Volg het goede voorbeeld van hospices en ga het regelen. Vandaag nog.

Maar wat betekent dat?

Het voorop stellen van vrijheid en kwaliteit van leven betekent minder denken vanuit zorg, meer vanuit vraag, domeinoverstijgend financieren en eenvoudig verantwoorden. We weten dat het kan, zoals onder meer Austerlitz laat zien. Maar het moet vaker, beter en sneller.

Marcel Canoy

Marcel Canoy is gezondheidseconoom, opiniemaker en columnist. Hij is onder andere bijzonder hoogleraar Gezondheidseconomie en dementie aan de afdeling Ethiek, Bestuur en Maatschappij van de School of Business and Economics van de Vrije Universiteit Amsterdam, adviseur Autoriteit Consument en Markt, lid van de kwaliteitsraad bij het Zorginstituut en adviseur bij Vilans.
Congres
Onder de titel ‘Haast geboden voor zorgzame buurten’ verzorgt Marcel op 26 juni een lezing tijdens ‘Connecting Communities, hét congres over de sociale benadering palliatieve zorg’ van Agora, Carend en PZNL. Volgens hem vormen zorgzame buurten een oplossing voor de opgave van de dubbele vergrijzing en de krappe arbeidsmarkt – zonder dat er verliezers zijn. Hij zorgt voor inspiratie en interactie, zodat iedereen vol energie naar huis gaat om de zorgzame buurten met elkaar vorm te kunnen geven.

Accreditatie is aangevraagd bij V&VN, NVvPO, ABAN, SKGV en Registerplein

Meld je aan
Meld je nu aan voor Connecting Communities, hét congres over de sociale benadering palliatieve zorg.
Klik hier voor informatie over het programma, alle sprekers en aanmelden.

Delen:

Actuele nieuwsberichten

‘Het is goed als ook het sociaal domein uit de eerste hand meekrijgt wat er allemaal op je afkomt’, aldus Renée van Kessel, moeder van de 7-jarige Seppe, die een ongeneeslijke ziekte heeft. Ze deed haar verhaal in het webinar ‘De rol van het sociaal domein in kinderpalliatieve zorg’. ‘Het is waardevol als je samen kunt optrekken. We maken veel gebruik van het sociaal domein en daarin wordt echt naar het hele gezin gekeken.’ Lees het verslag van de webinar, met tips en aandachtspunten voor professionals.
De proeftuin in Roermond heeft een mooie basis opgeleverd voor meer samenwerking tussen zorg en het sociaal domein voor inwoners in de palliatieve fase en hun naasten. Dat kan nu verder worden uitgerold. ‘We kennen elkaar beter en weten elkaar te vinden. En er is meer bewustwording bij alle partijen en ook het besef: ik hoef dit niet alleen te doen. De basis is gelegd.’
Zorgzame samenlevingen hebben de toekomst en zijn onmisbaar om in de laatste levensfase de zorg en ondersteuning toekomstbestendig te maken’, aldus lector Persoonsgerichte (Palliatieve) Zorg Marieke Groot in aanloop naar haar lezing tijdens het congres Connecting Communities, op 26 juni. ‘Mensen zijn in hun laatste levensjaar maar 5% van hun tijd ‘in zorg. Dat betekent dus dat zij het de resterende 95% moeten hebben van hun sociale omgeving.’