Leerwerkplaats Stein brengt palliatieve zorg en sociaal domein dichter bij elkaar
‘Nieuwsgierigheid als motor van samenwerking’
14 juli 2026
Hoe zorg je ervoor dat inwoners in de laatste levensfase de juiste ondersteuning krijgen, niet alleen vanuit de zorg, maar ook vanuit het sociaal domein? In Stein, in de Limburgse regio Westelijke Mijnstreek, werken professionals uit zorg, welzijn, vrijwilligersorganisaties en gemeenten daar samen aan binnen een leerwerkplaats. Wat begon als een project groeit inmiddels uit tot een beweging waarin samenwerking, bewustwording en praktische ondersteuning centraal staan.
Voor projectleider Vivian Boesten van Knooppunt Informele Zorg was al snel duidelijk dat de behoefte groot was. ‘Ondanks enige terughoudendheid bij enkele samenwerkingspartners voelde je meteen bij de eerste bijeenkomst de energie en het enthousiasme. Aan het einde van de eerste bijeenkomst was de reactie dan ook: dit smaakt naar meer, we willen hiermee door.’

‘Meteen bij de eerste bijeenkomst voelde je de energie en het enthousiasme.‘
Zes leerwerkplaatsen die werken volgens de methode van de proeftuinen Léven tot het Einde! van Agora en Movisie, krijgen ondersteuning van de stimuleringsregeling van het NPPZ II. Agora adviseert en ondersteunt deze leerwerkplaatsen, daar waar gewenst. In een serie interviews laten we initiatiefnemers en betrokkenen van deze zes lokale projecten aan het woord.
Een lokale aanpak voor betere ondersteuning
De leerwerkplaats bouwt voort op bestaande samenwerking binnen het netwerk palliatieve zorg in de Westelijke Mijnstreek. De leerwerkplaats is tot stand gekomen door de korte lijnen tussen coördinator Els Knapen met Monique van de Ven van MIK&PIW Groep en Huub Gubbels van het Toon Hermans Huis. Waar op bestuurlijk niveau al veel werd samengewerkt, lag de uitdaging vooral in de dagelijkse praktijk.
‘Het regionale netwerk bestond al, maar dat sijpelde nog niet voldoende door naar de mensen die echt met de voeten in de klei staan,’ vertelt Vivian. ‘Daarom hebben we bewust gekozen voor een heel lokale en praktische aanpak.’

Projectleider Vivian Boesten: ‘We hebben bewust gekozen voor een heel lokale en praktische aanpak.’
Dankzij bestaande contacten tussen zorg- en welzijnsorganisaties is snel een brede groep deelnemers ontstaan. Een huisarts, wijkverpleegkundigen, sociaal werkers, casemanager dementie, vrijwilligersorganisaties, mantelzorgondersteuner, vrijwilligers van de klankbordgroep en gemeentelijke vertegenwoordiger sloten aan.
‘Wat doe jij eigenlijk?’
Hoewel er aanvankelijk ook wat twijfel was – ‘weer een project erbij’ – maakte die al snel plaats voor enthousiasme. Wat Vivian vooral opviel, was de oprechte interesse in elkaars werk. ‘De nieuwsgierigheid naar elkaar was enorm. Mensen wilden echt weten: wat doe jij eigenlijk en wanneer kan ik bij jou terecht?’
Juist die nieuwsgierigheid bleek een belangrijke basis voor betere samenwerking. Veel professionals kenden elkaar wel van naam of organisatie, maar hadden weinig zicht op elkaars rol in de praktijk. ‘Door de drukte van alledag kwam het er vaak niet van om die samenwerking actief op te zoeken. De leerwerkplaats gaf daar ruimte voor.’

‘De nieuwsgierigheid naar elkaar was enorm. Mensen wilden echt weten: wat doe jij eigenlijk en wanneer kan ik bij jou terecht?’
Kwaliteit van leven
Een belangrijk thema binnen de leerwerkplaats is het bespreekbaar maken van palliatieve zorg. Daarbij blijkt taal een belangrijke rol te spelen. Voor veel professionals in het sociaal domein roept het woord ‘palliatief’ vooral associaties op met de allerlaatste levensfase. Terwijl palliatieve zorg juist veel eerder begint.
‘Palliatieve zorg werd vaak gezien als iets van de laatste maanden. Maar juist het hele traject daarvóór biedt kansen om mensen te ondersteunen.’ Door scholing en gezamenlijke gesprekken groeide het besef dat palliatieve zorg niet alleen gaat over ziekte en sterven, maar juist ook over kwaliteit van leven, welzijn en meedoen zolang dat mogelijk is.
Vivian: ‘Mensen gingen na zo’n bijeenkomst naar huis met het gevoel: wat fijn dat dit onderwerp zo luchtig besproken kan worden. Het hoort gewoon bij ons dagelijkse werk.’
Positieve gezondheid als verbindende taal
Om het gesprek toegankelijker te maken, sluit de leerwerkplaats aan bij het gedachtegoed van Positieve Gezondheid. Dat blijkt herkenbaar voor veel professionals in het sociaal domein. ‘Wij werken al sterk vanuit vitaliteit en meedoen. De term ‘leven tot het laatst’ spreekt daardoor veel meer aan dan alleen het woord palliatief.’
Die benadering helpt om niet uitsluitend te kijken naar ziekte of beperkingen, maar juist naar wat mensen nog wél kunnen en wat voor hen belangrijk is. ‘Dan kijk je vooral naar wat iemand zelf belangrijk vindt en wat er wel nog kan. Daar zit juist de kracht van het sociaal domein.’
Sneller de juiste ondersteuning
Hoewel de effecten voor inwoners lastig meetbaar zijn, ziet Vivian al duidelijke veranderingen in de praktijk. Professionals weten elkaar sneller te vinden en trekken vaker samen op. ‘Bijvoorbeeld wanneer een hulpvraag binnenkomt bij Knooppunt Informele Zorg en hierbij zowel de Mantelzorgconsulent als de VPTZ coördinator ingeschakeld wordt. Zo stemmen we dit onderling af.’ Door aan te sluiten bij een huisartsenoverleg met informatie over de inzet van vrijwilligers in de Palliatieve Terminale Zorg is direct merkbaar dat er meer doorverwijzingen komen vanuit deze huisartsen. Ook kan er beter naar het Toon Hermans Huis verwezen worden, nu duidelijker is waarbij deze organisatie mensen kan helpen. Dit is bereikt door de locatie te bezoeken en tijdens de bijeenkomsten van de leerwerkplaats ruimte te geven voor pitches van diverse deelnemende organisaties.
‘Het gaat erom dat je weet wie de ander is, maar vooral wanneer je bij de ander terecht kunt.’ Volgens Vivian hoeft de inwoner die samenwerking niet direct te zien. Het belangrijkste is dat mensen sneller de juiste ondersteuning krijgen. ‘Misschien moeten de inwoners het juíst niet merken. Als iemand goed geholpen wordt en op de juiste plek terechtkomt, zou dat gewoon als vanzelfsprekend moeten voelen.’
Het bestaande beter verbinden
Een belangrijk resultaat van de leerwerkplaats is dat bestaande initiatieven beter met elkaar worden verbonden. Zo wordt in oktober een bijeenkomst georganiseerd voor inwoners over leven in de laatste levensfase. Daar wordt niet alleen informatie gedeeld, maar krijgen ook professionals de ruimte om elkaar te ontmoeten.
Daarnaast verschijnt een praktische folder met een overzicht van ondersteuningsmogelijkheden binnen de vier dimensies van palliatieve zorg: fysiek, psychisch, sociaal en zingeving. Deze is gekoppeld aan de website van het Netwerk palliatieve Zorg Westelijke Mijnstreek. Daarmee krijgen zowel inwoners als professionals sneller inzicht in wat er lokaal beschikbaar is.
‘Niet alles hoeft nieuw te zijn,’ benadrukt Vivian. ‘Vaak zijn er al heel veel goede structuren. De kunst is om die beter zichtbaar te maken en slimmer te gebruiken.’ Denk daarbij aan de rol van diverse sociaal werkers die een brede kijk hebben op de ondersteuningsmogelijkheden vanuit het sociaal domein en kunnen verbinden. Maar ook de rol van de frontoffice medewerkers van Knooppunt Informele Zorg, die zowel de burger als de professional op weg kunnen helpen bij een hulpvraag van de inwoner.
Leerwerkplaats Stein | Westelijke mijnstreek is één van de zes kansrijke projecten die ondersteund worden vanuit de NPPZ II stimuleringsimpuls. Met deze steun kan de beweging concrete verbetering realiseren in de samenwerking tussen zorg, sociaal domein en informele zorg en ondersteuning rond de laatste levensfase van inwoners.
Samenwerking vraagt aandacht
Terugkijkend vindt Vivian het moeilijk om één resultaat aan te wijzen waar ze het meest trots op is. ‘Er zijn meerdere zaadjes gepland. Er zijn concrete verbindingen gelegd in de praktijk tussen zorg en sociaal domein. De scholing over palliatieve zorg voor welzijnswerkers was heel waardevol en de folder over ondersteuning in de laatste levensfase gaat hopelijk ook zijn vruchten afwerpen.’ Waar ze vooral positief op terug kijkt: ‘De energie en de nieuwsgierigheid naar elkaar. Ondanks alle drukte blijven mensen komen, denken mee en zetten stappen. Dat is mooi om te zien.’
Ook voor haar persoonlijk was het traject leerzaam. Vanuit haar functie in het sociaal domein leek samenwerking vanzelfsprekend. Inmiddels ziet ze dat daar soms bewust aandacht voor nodig is. ‘Ik dacht: waarom zouden we samenwerking moeten faciliteren? Dat gebeurt toch vanzelf? Maar juist door dit project heb ik gezien hoe belangrijk het is om die verbinding actief aan te jagen.’
Met ideeën voor nieuwe scholingen, (netwerk)bijeenkomsten en een groeiende betrokkenheid van gemeenten en organisaties lijkt een waardevolle beweging in gang gezet die voorlopig nog niet ten einde is. Dit sluit bovendien aan bij het Transformatieplan Palliatieve Zorg in Limburg (regio Mijnstreek), dat gericht is op het vergroten van de maatschappelijke bewustwording over palliatieve zorg en het realiseren proactieve zorg en ondersteuning die aansluit bij de wensen van inwoners in de laatste levensfase. ‘Het is nu van belang de opgedane kennis en ervaringen van Stein in te zetten in de hele regio Westelijke Mijnstreek.’
Meer informatie
-Zie het eerdere nieuwsbericht van 15 september 2025 over de zes leerwerkplaatsen.
-Lees het interview met Bart Schweizer van de Leerwerkplaats Gooise Meren.
-Lees het interview met Anine Wink van de Leerwerkplaats Zwijndrecht.
– Lees het interview met Dennis Lohuis van de Leerwerkplaats Rotterdam.
– Lees het interview met Marthe van Andel van de Leerwerkplaats SamenLeven Amsterdam Centrum.
-Meer informatie over de leerwerkplaatsen ‘Léven tot het einde’ vind je hier.
Delen:
