Spring naar content

Leerwerkplaats SamenLeven Amsterdam Centrum: Niemand verdwijnt achter de voordeur’

Marthe van Andel over de leerwerkplaats SamenLeven Amsterdam Centrum

29 juni 2026

Hoe zorgen we ervoor dat ouderen die langer zelfstandig thuis wonen ook in de laatste fase van hun leven de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben? Marthe van Andel is projectleider van de leerwerkplaats SamenLeven in Amsterdam Centrum, welke namens het Netwerk Palliatieve Zorg Amsterdam-Diemen in Amsterdam Centrum wordt uitgevoerd. Voor Marthe begint het antwoord niet bij ziekte of zorg, maar bij het dagelijks leven van mensen. Juist daarom is de leerwerkplaats sterk geworteld in het sociaal domein.

‘Onze ambitie is eigenlijk heel simpel’, zegt Marthe. ‘In Amsterdam willen we dat er niemand achter de voordeur verpietert.’
Die ambitie sluit aan bij een ontwikkeling die overal zichtbaar is: ouderen wonen langer thuis, de druk op de zorg neemt toe en verpleeghuisplaatsen zijn schaarser geworden. Hierdoor verschuift de verwachting steeds meer naar de samenleving; naar bewoners, netwerken en gemeenschappen. We moeten het samen doen. Tegelijkertijd neemt de complexiteit van de ondersteuningsvragen toe. Het gaat niet alleen om medische zorg, maar ook om eenzaamheid, wonen, mobiliteit, mantelzorg, zingeving en participatie.

Marthe van Andel: ‘Onze ambitie is eigenlijk heel simpel. In Amsterdam willen we dat er niemand achter de voordeur verpietert.’

‘Palliatieve zorg wordt vaak geassocieerd met de laatste levensfase, maar voor veel ouderen begint die fase veel eerder. Dan heb je het niet alleen over ziekte, maar ook over ouder worden, kwetsbaarheid en alles wat daarbij komt kijken. Dat kunnen we niet uitsluitend vanuit de medische zorg oplossen.’

Zes leerwerkplaatsen die werken volgens de methode van de proeftuinen Léven tot het Einde! van Agora en Movisie, krijgen ondersteuning van de stimuleringsregeling van het NPPZ II. Agora adviseert en ondersteunt deze leerwerkplaatsen, daar waar gewenst. In een serie interviews laten we initiatiefnemers en betrokkenen van deze zes lokale projecten aan het woord.

Een andere taal

Wat de leerwerkplaats kenmerkt, is de sterke betrokkenheid van organisaties uit het sociaal domein. Welzijnsorganisaties, het Buurtteam, mantelzorgorganisaties, het dementienetwerk, buurtinitiatieven en vrijwilligersnetwerken zijn nauw betrokken. Tegelijkertijd merkt Marthe dat juist de aansluiting met de medische sector ingewikkeld blijkt. ‘Vaak hoor je dat het sociaal domein moeilijk aanhaakt bij palliatieve zorg. Bij ons zien we juist het omgekeerde. Het sociaal domein zit aan tafel, maar de medische kant minder.’

In andere leerwerkplaatsen is het soms precies andersom; daar krijgen partijen vanuit het medische veld het sociaal domein moeilijk aangehaakt. Volgens Marthe heeft dat voor een belangrijk deel te maken met taal. Professionals uit zorg en welzijn blijken vaak op hetzelfde vlak werk te doen, maar ‘spreken een andere taal’.

‘We hebben in het sociaal domein ontzettend veel gesprekken over toekomstwensen, afscheid nemen, eenzaamheid, ondersteuning en wilsverklaringen. Eigenlijk zijn dat onderwerpen die direct raken aan palliatieve zorg. Alleen noemen wij het niet zo.’ Dat leidt soms tot ruis of onduidelijkheid. ‘Als iemand uit het sociaal domein termen hoort als proactieve zorgplanning, markering of palliatieve fase, denkt diegene al snel: daar heb ik niets mee te maken. Terwijl diezelfde professional dagelijks gesprekken voert die daar heel dicht tegenaan liggen.’

De leerwerkplaats SamenLeven Amsterdam Centrum kiest nadrukkelijk voor ontmoeting en gezamenlijke verkenning.

Leren door te doen

De leerwerkplaats kiest nadrukkelijk voor ontmoeting en gezamenlijke verkenning. Niet via klassieke bijeenkomsten, maar door professionals samen te laten nadenken over concrete situaties. Tijdens een van de eerste bijeenkomsten werkte een gemengde groep van zorg- en welzijnsprofessionals aan een fictieve casus van een oudere buurtbewoner die tekenen van dementie begon te vertonen. De vraag was hoe zij zo lang en prettig mogelijk  in haar eigen buurt zou kunnen blijven wonen.
‘Dan zie je hoeveel verschillende perspectieven er zijn’, vertelt Marthe. ‘Een huisarts kijkt anders dan een buurtverbinder of een welzijnswerker. Maar juist door die perspectieven naast elkaar te zetten, ontdek je hoeveel mogelijkheden er eigenlijk zijn.’

Uit zulke bijeenkomsten ontstaan ook nieuwe ideeën. Zo werkt de leerwerkplaats aan een praktische gids voor bewoners die zelf een buurtinitiatief willen starten, maar misschien niet goed weten waar te beginnen. Geen ingewikkelde beleidsstukken, maar concrete voorbeelden die laten zien hoe mensen iets voor elkaar kunnen betekenen.
‘Een koffietafel organiseren, een buurtcommissie opzetten, een gezamenlijke brievenbus maken, een ontmoetingsplek creëren. Het lijken kleine dingen, maar ze kunnen een groot verschil maken voor mensen die kwetsbaar zijn of dreigen te vereenzamen.’

‘Kleine dingen kunnen een groot verschil maken voor mensen die kwetsbaar zijn of dreigen te vereenzamen.’

Daarnaast wordt onderzocht hoe bestaande activiteiten beter benut kunnen worden om thema’s rondom palliatieve zorg bespreekbaar te maken. Bijvoorbeeld door tijdens preventieve huisbezoeken aan inwoners van 75 jaar en ouder ook onderwerpen als rouw en verlies bespreekbaar te maken. En het verspreiden van een wensenboekje waarin mensen kunnen nadenken over hun toekomst.

Niet nóg een project

Juist die aansluiting bij bestaande initiatieven vindt Marthe belangrijk. Volgens haar is het risico groot dat palliatieve zorg als een apart project naast alle andere activiteiten wordt georganiseerd. ‘Er gebeurt al ontzettend veel. Als we voor elk thema weer een nieuwe bijeenkomst organiseren, raken professionals én bewoners het overzicht kwijt. Daarom probeer ik palliatieve zorg te verbinden aan wat er al is.’

Dat vraagt ook om een andere manier van denken. Niet vanuit afzonderlijke organisaties of financieringsstromen, maar vanuit de vraag wat inwoners nodig hebben. ‘Het maakt mij eigenlijk niet uit of een welzijnsorganisatie iets oppakt, een huisarts, het Buurtteam of een vrijwilligersorganisatie. Als die Amsterdammer maar geholpen wordt.’ Daarmee raakt ze een bredere uitdaging binnen zorg en welzijn. ‘We blijven toch vaak werken binnen  onze eigen organisatiemuren. Dat heeft allerlei begrijpelijke redenen zoals  verschillende  financieringsstromen. Maar de inwoner heeft niets aan die eilandjes.’

Leerwerkplaats SamenLeven Amsterdam Centrum is één van de zes kansrijke projecten die ondersteund worden vanuit de NPPZ II stimuleringsimpuls. Met deze steun kan de beweging concrete verbetering realiseren in de samenwerking tussen zorg, sociaal domein en informele zorg en ondersteuning rond de laatste levensfase van inwoners. 

Solidariteit in het klein

De persoonlijke betrokkenheid van Marthe bij het onderwerp komt niet voort uit één specifieke ervaring, maar uit een bredere betrokkenheid bij de manier waarop mensen omgaan met ouder worden, verlies en afhankelijkheid. ‘Ik vind het een ontzettend belangrijk onderwerp. We praten er vaak ongemakkelijk over, terwijl verlies en sterfelijkheid zo wezenlijk bij het leven horen.’

In haar werk ziet ze dagelijks hoe kwetsbaar ouder worden kan zijn. Niet alleen vanwege ziekte, maar ook vanwege eenzaamheid, afnemende mobiliteit en het kleiner worden van sociale netwerken. Tegelijkertijd ziet ze hoeveel mensen bereid zijn iets voor een ander te doen, mits het laagdrempelig blijft. ‘We denken bij helpen vaak meteen aan vrijwilligerswerk of grote verplichtingen. Maar soms zit de kracht juist in iets heel kleins. Als ik toch naar de supermarkt loop, kan ik net zo goed een pak melk meenemen voor mijn buurman. Als ik mijn vuilniszak wegbreng, kan ik die van iemand anders ook meenemen.’
Volgens Marthe ligt daar een belangrijke opgave voor de komende jaren. ‘We zijn iets kwijtgeraakt van solidariteit, wederkerigheid en gemeenschapszin. Daarom vind ik dit werk zo mooi. Het gaat uiteindelijk niet alleen over zorg, maar over samenleven.’

Zo ziet zij ook de toekomst van palliatieve zorg. Niet als een afzonderlijk domein, maar als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zorg, welzijn, en gemeenschappen. ‘Als we elkaar beter leren begrijpen en samenwerken vanuit wat inwoners nodig hebben, kunnen we veel meer bereiken. Uiteindelijk draait het erom dat mensen zich gezien voelen, tot het einde.’

Meer informatie
-Zie het eerdere nieuwsbericht van 15 september 2025 over de zes leerwerkplaatsen.
-Lees het interview met Bart Schweizer van de Leerwerkplaats Gooise Meren.
-Lees het interview met Anine Wink van de leerwerkplaats Zwijndrecht.
– Lees het interview met Dennis Lohuis van de Leerwerkplaats Rotterdam.
-Meer informatie over de leerwerkplaatsen ‘Léven tot het einde’ vind je hier.

Delen:

Blijf op de hoogte

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Actuele nieuwsberichten

Zes lokale leerwerkplaatsen werken intensief aan het verbinden van professionals, vrijwilligers uit zorg en het sociaal domein en inwoners met ondersteuning van de NPPZ II stimuleringsimpuls. Welke ontwikkelingen zien we in Amsterdam Centrum, één van die zes projecten, waar de focus ligt op ouderen die langer zelfstandig thuis wonen?
‘Een goede zorgverlener twijfelt.’ Dit was één van de mooie inzichten die deelnemers opdeden tijdens het symposium ‘Morele stress- goed zorgen voor de ander én jezelf’, op 16 juni. Lees het impressieverslag van dit actuele symposium en alle boeiende deelsessies.
Ondersteuning in de laatste levensfase is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbij vrijwilligers, de buurt, geloofsgemeenschappen en maatschappelijke organisaties een belangrijke bijdrage leveren aan kwaliteit van leven. Lees de hele terugblik op de webinar.