Spring naar content
In wijk Hoge Vucht Breda

Praktijkonderzoek verbetert palliatieve ondersteuning voor mensen met een migratieachtergrond

16 juli 2026

In de Bredase wijk Hoge Vucht wonen veel mensen met een migratieachtergrond. Een meerjarig praktijkonderzoek werkt voor deze groep aan betere zorg en ondersteuning in de palliatieve fase. Dat gebeurt onder andere met proeftuinen en experimenten. Projectleider Jolanda van Omme: ‘Er zijn blijvende connecties ontstaan.’

Veel mensen met een migratieachtergrond houden de zorg en hun zorgen het liefst binnenshuis. Zorg en ondersteuning door vrijwilligers en professionals laten ze niet vanzelfsprekend toe. En als ze het wel toelaten, dan sluit de manier van werken vaak niet goed aan. Jolanda van Omme leidt vanuit Avans Hogeschool een onderzoeksproject om dit te verbeteren. Dit artikel gaat in op de laatste fase van het onderzoeksproject. Samen met twee begeleiders van de proeftuinen en een verpleegkundige palliatieve zorg blikt Van Omme terug: Hoe gingen de proeftuinen in hun werk? Hoe zagen de experimenten eruit? Wat zijn de opbrengsten? Wat zijn nog vraagstukken?

Onderzoeksproject Avans Hogeschool
De proeftuinen en de experimenten vormden de laatste fase van een onderzoeksproject van Avans Hogeschool: Samenwerken en verbinding in de wijk: interculturele en passende zorg in de laatste levensfase. De eerste fase startte in het voorjaar van 2024 en die bestond uit een onderzoek in samenwerking met burgerwetenschappers. Zij interviewden vooral ouderen met een migratieachtergrond en hun naasten over de zorg en ondersteuning in de laatste levensfase. Ook vonden er interviews plaats met formele en informele organisaties om in kaart te brengen wie er allemaal betrokken (kunnen) zijn en wat zij (kunnen) doen. Verbeteren van interculturele palliatieve zorg in Breda | ZonMw

Vier dimensies

Sandrina Sangers van Agora somt de vier dimensies op die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) benoemt bij palliatieve zorg: die van het lichamelijke, het psychische, het sociale en de zingeving. Sangers begeleidde de proeftuinbijeenkomsten, samen met Martha Talma van Movisie. De deelnemers vormden een aardige afspiegeling van deze vier dimensies, vertelt Talma: ‘Er deden verpleegkundigen, sociaal werkers, burgerwetenschappers en andere vrijwilligers mee, en verder onder andere twee Wmo-consulenten, een mantelzorgondersteuner en een geestelijk verzorger.’ De circa twintig deelnemers werden informeel geworven, onder andere onder de vrijwilligers en professionals die meewerkten in de eerdere fase van het onderzoek.

Deelnemers vormden een afspiegeling van de professionals en vrijwilligers uit zorg en het sociaal domein die vanuit de vier dimensies een rol (kunnen) spelen bij zorg en ondersteuning van mensen in de laatste levensfase en hun naasten.

Samen eten

De proeftuin bestond uit zeven bijeenkomsten die altijd rond etenstijd plaatsvonden bij Raffy, het woonzorgcentrum voor Indische en Molukse ouderen. Talma noemt meteen een belangrijke opbrengst van deze opzet: ‘Raffy is een heel gastvrije setting en we begonnen altijd met samen eten. Dat was een belangrijk onderdeel van het elkaar beter leren kennen. We zorgden er altijd voor dat iedereen naast iemand kwam te zitten die nog redelijk onbekend was. Het was bijzonder hoe deelnemers hun persoonlijke verhalen inbrachten. Het hielp om de samenwerking tussen alle deelnemers met verschillende achtergronden vorm te geven.’

Bedenken én uitvoeren

Gekoppeld aan de proeftuinbijeenkomsten voerden de deelnemers in drie subgroepen een experiment uit. De opbrengst van deze experimenten is tweeledig: ze droegen bij aan het doel van het onderzoeksproject, namelijk het verbeteren van de interculturele palliatieve zorg. Van Omme benoemt de tweede opbrengst: ‘De proeftuindeelnemers leerden elkaar nog beter kennen door samen aan de experimenten te werken. Er ontstonden blijvende connecties.’ De ideeën voor de invulling van de experimenten waren deels al ontstaan tijdens de eerste fase van het onderzoeksproject, uit de interviews met wijkgenoten, vrijwilligers en professionals. Het ging om: deskundigheidsbevordering voor sleutelpersonen, een ontbijtsessie met mantelzorgers over palliatieve zorg, en een iftar voor vrouwen, met uitleg over de Wmo en mantelzorgondersteuning.

‘De proeftuindeelnemers leerden elkaar nog beter kennen door samen aan de experimenten te werken. Er ontstonden blijvende connecties.’

Verschuivend gesprek

Verpleegkundige palliatieve zorg Ellis Heijblom van Buurtzorg was betrokken bij de ontbijtsessie voor mantelzorgers. Het draaide om voorlichting geven over de palliatieve fase en wat er dan aan zorg en ondersteuning geboden kan worden. Maar vanwege de gevoeligheid van het onderwerp is de invulling breder getrokken, legt ze uit. ‘Op de uitnodiging voor het ontbijt stond dat we aan de slag zouden gaan met bekende apps zoals ChatGPT en met de app Steffie, die eenvoudig uitlegt hoe de Nederlandse samenleving werkt. Dat hebben we ook echt gedaan. Maar als je in gesprek bent met mantelzorgers, dan verschuift het gesprek vanzelf naar de zorg en de vragen die daarover leven.’

Uitleg over morfine

Samen met de deelnemers aan dit ontbijt ontstond het idee om een vergelijkbare bijeenkomst te organiseren in de moskee, voor alle wijkbewoners. Heijblom gaf daar samen met twee professionals van Breda Mantelzorg een presentatie over de palliatieve fase, met onderwerpen als niet-reanimeren en medicatie. ‘Veel mensen wijzen het gebruik van morfine af, om de stervensfase zo bewust mogelijk in te gaan en dan de shahada, de geloofsgetuigenis, uit te kunnen spreken. Wij stellen dan de vraag of het lijden echt ondraaglijk moet zijn. En we leggen uit dat iemand niet door de morfine overlijdt, maar door de ziekte.’

Open gesprek

Het kostte behoorlijk wat moeite om de presentatie op deze manier te mogen geven. Heijblom prijst wat dat betreft de inzet van de Turkse mantelzorgondersteuner met wie ze samenwerkte, en ook de vrouw van de imam. ‘Het werd een heel open gesprek over de laatste fase en wat er dan allemaal nodig is, dat vond ik heel bijzonder. Ik zie wat dat betreft echt wel ontwikkeling in de moslimgemeenschap.’ Ze verklaart deze opbrengst ook deels vanuit de realiteit dat de kinderen tegenwoordig minder vaak alle hulp kunnen bieden, omdat ook de dochters steeds vaker betaald werk hebben. Daardoor richten ouderen met een migratieachtergrond zich vanzelf wat meer naar buiten en naar andere ondersteuningsmogelijkheden.

Podcast voor de borging

Het experiment om de deskundigheid van sleutelpersonen te bevorderen kreeg vorm in fysieke educatieve bijeenkomsten met experts die vertelden over cultuursensitieve zorg in de palliatieve fase. Sangers merkte dat dit heel goed ontvangen werd. ‘Maar’, zegt ze erbij, ‘we hebben niet de middelen om dit soort bijeenkomsten regelmatig te herhalen. Daarop kreeg het experimentgroepje het idee om de informatie ook via een podcast te delen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat de kennis niet verloren gaat, maar juist breder beschikbaar komt.’ Hiermee brengt ze het gesprek op de borging van de opbrengsten. Bij de ontbijten voor mantelzorgers lijkt dat ook te lukken, aangezien dit een bestaande structuur was en het realistisch is dat het thema palliatieve zorg daarin vaker aan bod kan komen.

Kartrekker nodig

Tijdens de zevende en laatste bijeenkomst van de proeftuinen stond de borging van de beweging van netwerkvorming en intensievere samenwerking centraal. Over een paar maanden wordt het onderzoeksproject in zijn geheel afgerond en zit Van Ommes tijd als projectleider erop. ‘Nu kan ik nog een vinger aan de pols houden over de voortgang. We willen de opbrengsten zoveel mogelijk borgen door ze onder te brengen in bestaande structuren. Maar om de beweging goed gaande te houden, blijft een kartrekker gewoon nodig. Een spin in het web, met veel contacten in de wijk die blijvende aandacht, middelen en tijd kan creëren en faciliteren.’

‘Dat mensen de waarde ervaren van  elkaar kennen en dat ze weten bij wie ze met welke vraag terecht kunnen, dat is grote winst.’

Grote winst

Sangers ziet opbrengsten die sowieso overeind blijven. ‘Dat mensen de waarde ervaren van  elkaar kennen en dat ze weten bij wie ze met welke vraag terecht kunnen, dat is grote winst. Ook al omdat ze ervaren dat het de zorg voor de mensen om wie het gaat beter maakt. Datzelfde geldt voor het inzicht dat palliatieve zorg veel breder is dan het medische. Als je dat eenmaal weet, dan kun je het nooit meer niet weten.’

Meer informatie

Delen:

Blijf op de hoogte

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Actuele nieuwsberichten

In de Bredase wijk Hoge Vucht wonen veel mensen met een migratieachtergrond. Een meerjarig praktijkonderzoek werkt voor deze groep aan betere zorg en ondersteuning in de palliatieve fase. Dat gebeurt onder andere met proeftuinen en experimenten. Projectleider Jolanda van Omme: ‘Er zijn blijvende connecties ontstaan.’
Zes lokale leerwerkplaatsen werken intensief aan het verbinden van professionals, vrijwilligers uit zorg en het sociaal domein en inwoners met ondersteuning van de NPPZ II stimuleringsimpuls. Wat gebeurt er in Stein, in de Westelijke Mijnstreek, waar gekozen is voor een heel lokale en praktische aanpak?
In het boek ‘Niets dan tijd – een dialoog op leven en dood’ delen Judith Zadoks en Nelleke Posthumus Meyjes met elkaar én de lezer hun emoties, vragen en ideeën rondom leven en dood en het bijzondere proces waarin zij zaten: Judith in het laatste jaar van haar leven vanwege uitgezaaide kanker en Nelleke met een nieuw perspectief op een langer leven vanwege een donornier. Judith overleed afgelopen voorjaar, enkele dagen na de feestelijke presentatie van hun boek. Lees het interview met Nelleke, over Judith en het verhaal van hun gezamenlijke zoektocht.