Spring naar content

Blog: Hoe zorgen we (nog beter) voor de mantelzorger?

22 februari 2021

De palliatieve benadering gaat over kwaliteit van leven van patiënt én naaste. Er kwam extra aandacht voor mantelzorgondersteuning en respijtzorg. Toch blijft het risico op overbelasting groot. Terwijl het belangrijkste voor elke professional binnen handbereik ligt.

“Ik ben natuurlijk niet zijn hulpverlener, ik ben ook zijn vrouw”. Zie hier het dilemma van een echtgenote, moeder van jonge kinderen én mantelzorger die 10 jaar lang deze rollen combineerde toen haar man ongeneeslijk ziek werd. Laten we haar Petra noemen. Het Kwaliteitskader Palliatieve Zorg, Richtlijnen en onderzoeksprogramma’s besteden al veel aandacht aan mantelzorgondersteuning in de palliatieve fase, er zijn toolboxen voor professionals, er zijn steunpunten mantelzorg in bijna elke gemeente, er is respijtzorg, en toch… het aantal mantelzorgers dat overbelast is blijft hoog.

“Ik had vooral behoefte om zo nu en dan uit de mantelzorgsituatie te stappen”, zegt Petra. Toch nam ze die tijd niet. Vanuit haar verantwoordelijkheidsgevoel om haar man te helpen en het gezin draaiende te houden, cijferde ze zichzelf weg. Dit raakt de kern van het zorgen voor een naaste: je doet het uit liefde of betrokkenheid en schroomt om zelf hulp te vragen.

Wees op tijd

Wat kunnen professionals in de zorg of het sociaal domein nog beter doen om mantelzorgers van mensen in de palliatieve fase te ondersteunen? Het antwoord is vooral: tijdig aandacht geven én blijven geven aan de mantelzorger. Door deze te betrekken bij het keukentafelgesprek of bij de diagnose. En de naaste ook te zien als iemand die zelf (psychosociale) ondersteuning nodig heeft of zingevingsvragen heeft. Als professional weet je dat er sprake is van een kwetsbare situatie. Daar kun of moet je zelfs al op inspelen voordat er een hulpvraag ligt of er een crisis ontstaat met als risico dat de mantelzorger uitvalt.

Professionals schieten vaak direct in de oplossingsstand. Terwijl mantelzorgers het ook gewoon fijn vinden als iemand eraan denkt om hen te vragen hoe het gaat.

Angst voor de vraag hoe het met de mantelzorger gaat

Zorg voor en om naasten is een belangrijk thema voor Agora. We ontwikkelden een persona en de theatervoorstelling Mantelzorgmonologen om bewustwording en samenwerking te stimuleren op lokaal niveau. Naasten bieden in het dagelijks leven van iemand met een ongeneeslijke aandoening immers de meeste zorg en ondersteuning! Daarnaast hebben ze hun eigen wensen en behoeften op alle de vier dimensies van de palliatieve benadering. Een verpleegkundige vertelde me ooit dat ze terughoudend is mantelzorgers te vragen hoe het gaat. “Ik ben bang voor het antwoord. Stel dat de mantelzorger om hulp vraagt, dan weet ik niet of die kan bieden.”

Het begint met aandacht voor de mantelzorger

Jammer eigenlijk. Professionals schieten vaak direct in de oplossingsstand. Terwijl mantelzorgers het ook gewoon fijn vinden als iemand eraan denkt om hen te vragen hoe het gaat. Een luisterend oor is soms al genoeg. En luisteren – dat is het mooie – biedt vaak toch ook aanknopingspunten om te komen tot goede, passende oplossingen.
Zo kreeg Petra veel steun van haar huisarts. “Zij heeft ons gezin tien jaar gesteund. Ze zag hoeveel moeite het me kostte om alle ballen in de lucht te houden. Het was heel fijn dat ik bij haar mijn hart kon luchten.”

Help je mee?
Wil je horen hoe andere professionals mantelzorgers en naasten van mensen in de laatste levensfase ondersteunen? Geef je op voor onze online videosessie op 18 maart.


Sandrina Sangers
ssangers@agora.nl / 06 10 38 36 74

Actuele nieuwsberichten

Op 23 mei 2022 keurde de Raad van Toezicht het jaarverslag van Agora over 2021 goed. Een goed moment om terug te kijken op het jaar dat we, laverend tussen versoepelingen en lockdowns, weer langzaam terugkeerden naar het ‘oude normaal’.
In de media is de dood nauwelijks meer een taboe, blijkt uit de inventarisatie die voortkomt uit het onderzoek “Op zoek naar Nederlandse praktijkvoorbeelden van Public Health Palliative Care”. Wel stuitten de derdejaars geneeskundestudenten van het Erasmus MC tijdens hun literatuuronderzoek op een hardnekkig misverstand over de palliatieve fase. Nog te vaak wordt palliatieve zorg uitsluitend geassocieerd met de terminale fase.
Geestelijke verzorging thuis is in opkomst. En terecht. Maar wat doen geestelijk verzorgers eigenlijk? En hoe kunnen nog meer mensen daarvan profiteren? De drie PLOEG-onderzoeken werpen licht op die materie en zorgen ook voor een verwijstool.