Spring naar content

Samen leren, samen doen: Leerwerkplaats Léven tot het laatst in Zwijndrecht

19 maart 2026

Doorléven wat ‘Leven tot het laatst’ eigenlijk betekent, vanuit allerlei perspectieven. Dat is wat de enthousiaste kerngroep van de Leerwerkplaats Leven tot het laatst in Zwijndrecht met elkaar doet. Het lijkt kenmerkend voor deze bijzondere leerwerkplaats, waar Anine Wink als coördinator van het Netwerk Palliatieve Zorg en projectleider over vertelt.

Zes leerwerkplaatsen die werken volgens de methode van de proeftuinen Léven tot het Einde! van Agora en Movisie, krijgen ondersteuning van de stimuleringsregeling van het NPPZ II. Agora adviseert en ondersteunt deze leerwerkplaatsen, daar waar gewenst. In een serie interviews laten we initiatiefnemers en betrokkenen van deze zes lokale projecten aan het woord.

Hoe zijn jullie de leerwerkplaats in Zwijndrecht begonnen?

‘Wij zijn begonnen een kerngroep te vormen met mensen die werken bij een zorgorganisatie, een welzijnsorganisatie en de gemeente,’ vertelt Anine.  ‘Zelf ben ik coördinator van het regionale Netwerk Palliatieve Zorg voor Dordrecht, Zwijndrecht en omgeving.’

‘Samen met adviseur Anna-Thomas Tijsseling stoppen we als projectleiders bewust veel tijd in elkaar leren kennen als kerngroep, vóór we de eerste werkbijeenkomst organiseren. Zie het als de haas en de schildpad: wie snel gaat raakt eerder vermoeid; wie langzaam gaat houdt het op den duur langer vol. Wij gaan liever als een schildpad.’
De steun van het NPPZ II programma helpt daarbij. ‘Het scheelt enorm dat de financiële vraag niet steeds gesteld hoeft te worden, namelijk wie dit project betaalt. Het geeft ontspanning en biedt nieuwe mogelijkheden.’


Dat klinkt als een typerend kenmerk van jullie leerwerkplaats. Wat typeert jullie nog meer?

‘Energie,’ zegt Anine zonder aarzelen. ‘Er zit zóveel enthousiasme in de groep. Mensen hebben echt zin om hiermee aan de slag te gaan.’
Die energie komt vooral uit de kerngroep: een kleine, betrokken groep professionals uit zorg, welzijn en het sociaal domein, aangevuld met de gemeente. ‘We kennen elkaar deels al uit het netwerk en dat helpt. Iedereen wil dit project laten slagen.’

De groep komt regelmatig bijeen. ‘We hebben nu al vier keer bij elkaar gezeten en het initiatief om snel weer af te spreken komt vaak vanzelf. Dat zegt genoeg.’

Jullie richten je op samenwerking in palliatieve zorg en ondersteuning. Dat is een breed thema. Hoe hebben jullie dat afgebakend?

‘We hebben bewust gekozen voor werken in fases,’ legt Anine uit. ‘Nu zitten we in fase één: overzicht krijgen en oefenen. We brengen in kaart wie in Zwijndrecht allemaal iets doet rondom palliatieve zorg. Dat noemen we onze ‘gastenlijst’.’
Die lijst vormt de basis voor een brede bijeenkomst op 18 mei, waar veel organisaties worden uitgenodigd. ‘Met elkaar willen we oefenen: hoe ontmoeten we elkaar, hoe leren we van elkaar, en waar loopt het vast? Dat doen we eerst klein in de kerngroep, zodat we straks voorbereid zijn.’

Het zorgpad letterlijk in kaart brengen – van ziektegerichte fase tot nazorg – komt in fase twee van het project. ‘Daar hebben we al ideeën over, maar we doen het stap voor stap.’

Leerwerkplaats ‘Leven tot het laatst’ in Zwijndrecht is één van de zes kansrijke projecten die ondersteund worden vanuit de NPPZ II stimuleringsimpuls. Met deze steun kan de beweging concrete verbetering realiseren in de samenwerking tussen zorg, sociaal domein en informele zorg en ondersteuning rond de laatste levensfase van inwoners. 

Kun je nog wat meer vertellen over de kerngroep?

‘Het is een mooie mix deelnemers’, vertelt Anine. ‘Vanuit de zorg doen een hospice-directeur en een wijkverpleegkundige mee. Vanuit het sociaal domein zijn een medewerker van een mantelzorgorganisatie en een casemanager dementie betrokken. Daarnaast zijn twee beleidsmedewerkers van de gemeente Zwijndrecht aangesloten.’

Juist die combinatie is waardevol. ‘De beleidsmedewerkers hebben een breed overzicht van wat er speelt in de gemeente, maar werken vaak één-op-één met organisaties. In deze leerwerkplaats onderzoeken we hoe je die gezamenlijke beweging kunt maken en daar zijn zij juist ook graag bij betrokken.’

Hoe hebben jullie de eerste bijeenkomst aangepakt?

‘Ik wilde het niet alleen informatief maken, maar ook persoonlijk,’ zegt Anine. Ze gebruikte thema’s uit een lijst van de inwonersadviesraad van Zwijndrecht. ‘Daar stond opvallend genoeg ‘de dood’ niet op. Dat vond ik interessant.’
Deelnemers kozen een thema dat hen raakte en vertelden waarom. ‘Dat maakte het gesprek meteen persoonlijk. We spraken over waarom we in dit werkveld zitten, wat ons drijft en waarom palliatieve zorg ons raakt. En ieder gaf aan in welke fase van palliatieve zorg degene een bijdrage levert. Daarna vervolgden we het project aan de hand van de landelijke informatie vanuit het project Leerwerkplaats binnen NPPZII en zijn we dus gestart met het spreken over Zwijndrecht.’

Er werd ook meteen ruimte gemaakt voor eerlijkheid. ‘We spraken af: dit mag geen projectje worden waar niets uitkomt. En we mogen ook zeggen als iets niet werkt. Die openheid voelt heel belangrijk. Want waarderend veranderen passen we toe als methode, maar je moet wel eerlijk kunnen bespreken wat niet werkt.’

De leerwerkplaats heet ‘Leven tot het laatst’. Wat betekent dat voor jullie?

‘We zijn daar samen naar op zoek,’ zegt Anine. ‘We werken met het palliatieve zorgpad, met de vier fasen. Van ziektegericht, naar symptoomgericht, sterven en nazorg. Door te oefenen ontdekken organisaties waar zij van betekenis zijn in dat pad.’
Dat levert soms verrassende inzichten op. ‘De één ontdekt: ik ben er vroeger dan ik dacht. Een ander ziet: mijn inzet zit vooral in de stervensfase. Dat bewustzijn helpt om beter samen te werken.’ Zo doorléven de deelnemers dus samen hun rol in de laatste levensfase.

‘Leven tot het laatst’ gaat volgens haar vooral over léven. ‘Wat doe jij als organisatie écht voor iemand die weet dat het leven eindig is? Dat gesprek is soms bijna filosofisch, maar uiteindelijk ook heel praktisch. Omdat het heel concreet en nabij gaat over het ziekenhuis, de huisarts, de welzijnsorganisatie. Dat houdt ons gegrond.’

Komen er concrete experimenten uit voort?

‘Jazeker,’ zegt Anine. ‘Maar we houden het bewust open. We willen eerst goed luisteren naar wat er leeft, vooral tijdens de bijeenkomst op 18 mei.’
Er zijn al ideeën: betere informatievoorziening, aandacht voor interculturele palliatieve zorg, kleinere werkgroepen rond specifieke thema’s. ‘Maar we willen voorkomen dat wij alles vooraf bepalen. Het moet aansluiten bij wat professionals en inwoners nodig hebben.’

Hoe betrekken jullie inwoners en organisaties?

De communicatie is breed opgezet. ‘We informeren bestuurders van organisaties samen met de wethouder, zodat iedereen weet wat er speelt. Daarnaast delen we informatie via de Zwijndrecht-app, lokale media en gemeentelijke kanalen.’

Ook de locatie van 18 mei is bewust gekozen: een leegstaand winkelpand in een winkelcentrum. ‘Het is letterlijk een leer-werk-plaats, midden in de samenleving. Met veel ramen, zichtbaarheid en ruimte om creatief te werken.’

In een leegstaand winkelpand in winkelcentrum Passage wordt de leerwerkplaatsbijeenkomst gehouden. Middenin de samenleving.

Wat maakt samenwerken in palliatieve zorg zo uitdagend?

‘Palliatief redeneren,’ zegt Anine. ‘Echt doorgronden wat palliatieve zorg is. Het is niet alleen zorg in de laatste weken, maar kan zelfs tien of twintig jaar onderdeel zijn van iemands leven.’
Ze benadrukt de vier dimensies: lichamelijk, psychisch, sociaal én spiritueel. ‘Dat spirituele stuk krijgt vaak weinig aandacht. Terwijl mensen die horen dat ze gaan overlijden grote vragen hebben: over angst, betekenis, afscheid en verbinding.’

Volgens Anine is het spannend om die gesprekken te voeren. ‘Voor professionals én voor inwoners. Juist daarom is het zo belangrijk dat mensen weten waar ze terechtkunnen.’

Wat hoop je dat deze leerwerkplaats uiteindelijk oplevert?

‘Dat mensen weten wat palliatieve zorg is en wie wat doet, of het nu om professionals, vrijwilligers of inwoners gaat,’ zegt Anine. ‘Dat professionals elkaar kennen en elkaar makkelijker weten te vinden. En dat inwoners de weg vinden naar passende ondersteuning.’
Gevraagd naar haar droom, hoopt ze op de langere termijn op iets groters. ‘Dat palliatieve zorg en de dood meer vanzelfsprekend onderwerp van gesprek worden. In organisaties, bij inwoners, in beleid. Dat het voor iedereen ‘normaal’ wordt om hierover te praten, zorg en ondersteuning te vragen en die te krijgen.’

‘Als dat lukt,’ besluit ze, ‘dan helpt deze leerwerkplaats mensen echt om te léven tot het laatst.’

Meer informatie
Zie het eerdere nieuwsbericht van 15 september 2025 over de zes leerwerkplaatsen.
En het interview met Bart Schweizer van de Leerwerkplaats Gooise Meren.
Meer informatie over de leerwerkplaatsen ‘Léven tot het eind’ vind je hier.

Delen:

Blijf op de hoogte

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Actuele nieuwsberichten

Zes lokale leerwerkplaatsen werken intensief aan het verbinden van professionals, vrijwilligers uit zorg en het sociaal domein en inwoners met ondersteuning van de NPPZ II stimuleringsimpuls. Welke beweging zien we in Zwijndrecht, één van die zes projecten?
De inschrijving is geopend voor het symposium ‘Morele stress – Goed zorgen voor de ander én jezelf’, op dinsdag 16 juni in Nijkerk. Accreditatie wordt aangevraagd bij V&VN, Registerplein en SKGV. NB: Er geldt een early bird korting tot 7 april!
Doe mee aan de peiling palliatieve zorg onder professionals uit de zorg én het sociaal domein Nu er steeds meer een beroep gedaan wordt op het sociaal domein bij de zorg en ondersteuning van mensen in de laatste levensfase én hun naasten, is het belangrijk dat ook ervaringen en knelpunten uit het sociaal domein worden gepeild.