Spring naar content

Wmo-consulent Lisette Polman over oprecht luisteren

10 oktober 2021

Lisette Polman is Wmo-consulent in gemeente Oude IJsselstreek. Ze deed recent mee aan een Proeftuin van Agora in haar gemeente die gericht is op samenwerking met andere professionals in de regio. Ze vertelt over haar inzichten en de ervaringen die ze opdeed. ‘Wij kijken verder dan de traplift, dat zien anderen nu ook’.

© Agora

Wat was voor jou de belangrijkste drijfveer om mee te doen?

‘Ik miste de samenwerking. Professionals werkten toch vooral op hun eigen eiland, ook wij als Wmoconsulenten. Daardoor konden we de inwoner niet het allerbeste helpen, terwijl we dat allemaal wel willen. Zelf kreeg ik steeds sterker de behoefte om andere disciplines sneller bij een traject te betrekken. Zeker in complexe situaties, bijvoorbeeld bij de overgang van de Wmo naar de Wlz. Die leveren soms lastige gesprekken op. Ik herinner me een dementerende man, wiens vrouw als mantelzorger op het punt stond om in te storten. De situatie kon zo niet langer, vond ik, maar hun dochter zag de Wlz-indicatie om financiële redenen niet zitten. In zo’n situatie is het fijn als je samen met bijvoorbeeld de huisarts optrekt. Dan sta je sterker, juist met het oog op het welzijn van de inwoner.’

Met wie had je zonder de Proeftuin niet snel samengewerkt?

‘De huisarts, een enorme winst. We trekken nu vaker samen op en schakelen snel, wat zeker niet vanzelfsprekend was. Als Wmo-consulenten hebben we tenslotte geen medische bevoegdheid. Dat maakt ons voor een huisarts geen natuurlijke sparringpartner. Begrijpelijk, maar dankzij de Proeftuin ontdekten we elkaars meerwaarde. De huisarts ervaart nu dat wij verder kijken dan ‘de traplift’. Levensloopbestendigheid, daar gaat het om. Wij kijken heel breed. Waar loopt iemand tegenaan, wat kan hij nog zelf? Hoe kunnen we die persoon daarin helpen? En hoe zit het met de overbelasting van mantelzorgers? Met deze bril op stappen we nu eerder in, waardoor er minder vaak een extra beroep op de huisarts wordt gedaan.’

Wij kijken verder dan de traplift, dat zien anderen nu ook’

Wat was voor jou de grootste eyeopener?

‘Dat je oprecht naar elkaar leert luisteren. Zo weet je hoe die ander denkt, waar-ie tegenaan loopt. Een voorbeeld, over de huishoudelijke hulp. De wijkverpleegkundige wil het liefst vier uur per week, ik adviseer drie uur. Eerder stond je tegenover elkaar, simpelweg omdat je de situatie vanuit een andere invalshoek benadert. Zij vanuit het zorgperspectief, ik kijk wat iemand nog wel kan. Nu vragen we: zeg, hoe zie jij dit eigenlijk? Je hoeft het nog steeds niet eens te zijn, maar dankzij de Proeftuin ontstaat meer begrip voor elkaars standpunten.’

Noem eens een leerpunt?

‘Nog beter doorvragen bij de inwoner wie er allemaal bij een traject betrokken zijn. En wie dus ook niet, zodat die professional kan aanhaken. Als je dat overzicht mist, verval je zo weer in het oude stramien – zeker omdat we door corona het uitvoeringsoverleg moesten stilleggen. Het is net als in elke relatie: je moet eraan blijven werken.’

Wat heb je echt dankzij de Proeftuin bereikt?

‘Dat je elkaar sneller ‘invliegt’, omdat je nu een gezicht bij die andere professionals hebt. Juist die ontmoeting in het overleg is zo waardevol. Zo ga ik vaker samen met de wijkverpleegkundige op huisbezoek. Ook zijn wij als Wmo-consulenten geïntroduceerd bij het Multidisciplinair Overleg bij huisartsen. En door de kortere lijntjes zijn de juiste professionals eerder in beeld. Zo kwam ik bij een man over de vloer die al twee weken met een open wond rondliep. Ik belde de wijkverpleegkundige en zij pakte de wondverzorging direct op.

Ook problemen signaleer je samen in een vroeger stadium, waardoor zorg niet of pas later nodig is. Dat scheelt ook kosten. Bijvoorbeeld: de wijkverpleegkundige belt mij dat iemand zichzelf verwaarloost en dat diegene al enorm geholpen is met inzet van huishoudelijke hulp. Dat voorkomt gezondheidsproblemen, maar ook een vervuilingscasus. En de Wlz-indicatie beoordelen we nu zorgvuldiger, mét elkaar. Is die indicatie nu al nodig? Of zijn er nog andere oplossingen? Eerder ‘dramden’ we de Wlz er weleens door, want ja, vanuit regelgeving ligt de Wlz vóór op de Wmo. We kijken nu minder rigide naar de wet en nog meer naar het belang van de inwoner.’

Hoe verschillende gewassen elkaar versterken

Lisettes tips voor Wmo-consulenten

‘Zie andere professionals niet als ‘concurrenten’, ze nemen je je werk niet af. Je versterkt elkaar juist, waardoor iedereen beter zijn werk doet.’

Luister goed naar elkaar, wees oprecht geïnteresseerd. Zo kom je dichter bij elkaar en kun je samen meer voor de inwoner betekenen.’


Download en lees

De palliatieve benadering bekeken als moestuin: wat is ervoor nodig om te groeien?

Delen:

Ook interessant

Guus Metzemaekers is huisarts in gemeente Oude IJsselstreek. Hij deed recent mee aan een Proeftuin van Agora in zijn gemeente die gericht is op samenwerking met andere professionals in de regio. Hij vertelt over zijn inzichten en de ervaringen die hij opdeed. ‘Ik ontdekte dat ik medische oogkleppen op had’.
Lisette Polman is Wmo-consulent in gemeente Oude IJsselstreek. Ze deed recent mee aan een Proeftuin van Agora in haar gemeente die gericht is op samenwerking met andere professionals in de regio. Ze vertelt over haar inzichten en de ervaringen die ze opdeed. ‘Wij kijken verder dan de traplift, dat zien anderen nu ook’.
Ron Mestrom is adviseur sociaal domein in gemeente Oude IJsselstreek. Hij deed recent mee aan een Proeftuin van Agora in zijn gemeente die gericht is op samenwerking met andere professionals in de regio. Hij vertelt over zijn inzichten en de ervaringen die hij opdeed. ‘Het systeem heeft niet overal de schuld van’.