Spring naar content

Wijkverpleegkundige Kim Hanselman over de zin van Proeftuinen

1 oktober 2021

Kim Hanselman is wijkverpleegkundige in gemeente Oude IJsselstreek. Ze deed recent mee aan een Proeftuin van Agora in haar gemeente die gericht is op samenwerking met andere professionals in de regio. Ze vertelt over haar inzichten en de ervaringen die ze opdeed. ‘Zorg dat mensen het leven kunnen leiden dat ze graag willen’.

© Agora

Wat was voor jou de belangrijkste drijfveer om mee te doen?

‘De bundeling van krachten. Als wijkverpleegkundige heb ik best een groot netwerk, maar het waren losse lijntjes. Dan had de cliënt – bij wijze van spreken – drie verschillende mensen over de vloer die hem allemaal dezelfde vraag stelden. De verbinding miste, het gevoel dat je er samen voor hem of haar bent. Tenslotte hebben wij als professionals allemaal dezelfde wens: dat iemand zo lang mogelijk zelfstandig kan wonen en zich gelukkig voelt met hoe zaken geregeld zijn. Best lastig, omdat de zorg zo complex is geworden. Dat maakt het nóg belangrijker om met anderen op te trekken, om samen de zorg slimmer aan te pakken. En, niet te vergeten, door die verbinding kun je beter op vroegsignalering inzetten en gezondheidsproblemen voorkomen.’

Met wie had je zonder de Proeftuin niet snel samengewerkt?

‘Eigenlijk werkte ik met iedereen weleens samen, alleen het contact is sterk geïntensiveerd. Eerst had je losse overleggen – de ene keer met alleen huisartsen, dan weer met de gemeente. Dankzij het uitvoeringsoverleg vanuit de Proeftuin werk je integraal samen, we sparren veel meer. Dat komt ook omdat je vanuit casuïstiek werkt. Die casussen zijn anoniem, maar je herkent er wel elementen in: ja, dat heb ik ook weleens gehad en zus en zo opgelost. Ontzettend leerzaam. En voordat een situatie dreigt te escaleren, kan een Proeftuinprofessional ook ‘echt in de casus’ instappen. Dan trek je voor die cliënt verder samen op.’

De cliënt vóelt dat wij elkaar nu weten te vinden

Geef daar eens een voorbeeld van?

‘Een kwetsbaar, ouder echtpaar. Hij was dementerend, zij had ook een broze gezondheid. Maar wat als zij wegvalt? Hoe moet het dan verder met meneer? Dit bleken ook patiënten van huisarts Guus Metzemaekers uit de Proeftuin. Vervolgens zijn we samen opgetrokken, waarbij ook een Wmoconsulent en sociaal werker aanhaakten. Als een team werkten we met dezelfde insteek: mevrouw zo goed mogelijk ondersteunen om de zorg vol te houden en tegelijk zijn veiligheid in huis waarborgen. Want tegen iemand met dementie kun je niet telkens zeggen: meneer, u mag de trap niet op. Dat snapt hij niet. Zo kwam er bijvoorbeeld een traplift, maar werd ook het persoonlijke netwerk van het echtpaar ingezet. Wilde mevrouw even de deur uit, dan kwam er iemand in huis die even op meneer lette. Door deze totaalaanpak is een opname in een verzorgingshuis voorkomen en kon hij tot zijn overlijden thuis wonen, een nadrukkelijke wens van de familie. Ik ben heel blij dat we op die manier van betekenis konden zijn.’

Wat was voor jou de grootste eyeopener?

‘De meerwaarde van een sociaal werker. Ik dacht altijd dat ik wel redelijk zicht had op het sociale domein en wat er zich ‘achter de voordeur’ afspeelt, maar je kunt zo veel meer voor iemand betekenen. Bijvoorbeeld bij eenzaamheid, die in de coronatijd natuurlijk versterkte. Een sociaal werker kan dan bijvoorbeeld een buddy of maatje regelen, maar heeft bovendien overzicht over cliënten in de wijk met vergelijkbare problemen. Stel, iemand drie straten verderop is ook eenzaam, dan kan de sociaal werker de verbinding leggen: waarom gaan jullie niet eens met elkaar koffiedrinken?’

Noem eens een leerpunt?

‘Door corona moesten we uiteindelijk ons overleg stilleggen. Toen pas merkte ik hoezeer ik het miste. Mijn leerpunt is dan ook om toch voor een vorm van integraal overleg te blijven gaan. Je versterkt elkaar, waardoor je zichtbaar het leven van de cliënt verrijkt.’

Wat heb je echt dankzij de Proeftuin bereikt?

‘Als wijkverpleegkundige ben je de schakel tussen het medische en sociale domein. Dat komt nu veel beter tot zijn recht. Ik heb alle professionals ‘bij de hand’ en dat merkt de cliënt ook. Hij vóelt dat we elkaar weten te vinden, op tijd en vanuit één traject. Met zo’n aanpak kun je ‘m ook makkelijker overtuigen voor extra hulp, want meestal is het bezwaar: niet wéér een nieuw, onbekend gezicht in huis. En dat begrijp ik. Als ik nu uitleg dat bijvoorbeeld een rouwverwerkingstherapeut bij het traject hoort, vanuit een gezamenlijke afstemming, dan wordt de drempel een stuk lager om zo iemand
te introduceren.’

Eerst onderhouden, dan de vruchten plukken

Kims tips voor wijkverpleegkundigen

Ga een goed gesprek met de cliënt aan en vraag door. Zo krijg je een compleet beeld van hoe diegene zijn leven het liefste leidt. En dus met welke professionals je het beste kunt samenwerken om dit realiseren.

Investeer tijd om elkaar goed te leren kennen, de Proeftuin was ons startpunt daarvoor. Ja, dat kost even energie, maar daar pluk je later de vruchten van. Je kent elkaar, de lijntjes zijn korter. Uiteindelijk win je dus tijd.


Download en lees

De palliatieve benadering bekeken als moestuin: wat is ervoor nodig om te groeien?

Delen:

Ook interessant

Guus Metzemaekers is huisarts in gemeente Oude IJsselstreek. Hij deed recent mee aan een Proeftuin van Agora in zijn gemeente die gericht is op samenwerking met andere professionals in de regio. Hij vertelt over zijn inzichten en de ervaringen die hij opdeed. ‘Ik ontdekte dat ik medische oogkleppen op had’.
Lisette Polman is Wmo-consulent in gemeente Oude IJsselstreek. Ze deed recent mee aan een Proeftuin van Agora in haar gemeente die gericht is op samenwerking met andere professionals in de regio. Ze vertelt over haar inzichten en de ervaringen die ze opdeed. ‘Wij kijken verder dan de traplift, dat zien anderen nu ook’.
Ron Mestrom is adviseur sociaal domein in gemeente Oude IJsselstreek. Hij deed recent mee aan een Proeftuin van Agora in zijn gemeente die gericht is op samenwerking met andere professionals in de regio. Hij vertelt over zijn inzichten en de ervaringen die hij opdeed. ‘Het systeem heeft niet overal de schuld van’.