Spring naar content

Proeftuin, oftewel Testgrûn in De Fryske Marren

6 oktober 2020

Wat is de smeerolie van goede samenwerking?

‘Mijn grootste wens is dat de bewoners in ons (te)huis rustig mogen sterven. Ik wens dat als die fase lijkt aan te breken wij als zorg er alles aan doen dit liefdevol en op zachte wijze te begeleiden in plaats van nog te willen kijken of iemand toch nog beter zou kunnen worden.’ Aldus een verpleegkundige die een casus aanleverde voor de Workshop ‘Testgrûn’ (proeftuin) op het gemeentehuis van Joure in de gemeente De Fryske Marren. Ík zou meer tijd en aandacht willen hebben om er voor de mensen te zijn.’

Op een regenachtige ochtend in de raadszaal van gemeentehuis in Joure zijn diverse partijen bij elkaar in de ‘Testgrûn’ om te kijken hoe de zorg en het sociaal domein beter met elkaar in contact kunnen komen rondom de laatste levensfase. Met het lokaal opzetten van verbindingssessies en workshops rondom casuïstiek brengt Agora verschillende partijen bij elkaar die te maken hebben met mensen in de laatste levensfase en hun naasten.

Deze sessie is ontstaan na het organiseren van de mantelzorgmonologen. Agora bood vorig jaar 4 keer de mantelzorgmonologen aan, een interactieve voorstelling rondom mantelzorg in de palliatieve fase. In De Fryske Marren bekeken destijds ruim 80 mensen uit de zorg en het sociaal domein de voorstelling. Zij bespraken na afloop met elkaar wat zij komend jaar wilden verbeteren in de mantelzorgondersteuning. Om hier concreet mee aan de slag te gaan besloten de organiserende partijen in 2020 hier mee aan de slag te gaan in de vorm van een proeftuin ofwel Testgrûn in het Fries. De workshop in het gemeentehuis vormde hiervoor de aftrap. In de praktijk blijkt, ook op deze ochtend, dat sommige professionals in de zorg en het sociale domein onvoldoende van elkaars werkwijze op de hoogte zijn en dat dingen dus beter zouden moeten kunnen. Een wens die eenieder deelt.

Urgentie

Francien Bekius, sociaal werker en initiatiefnemer destijds voor aanvraag van de mantelzorgmonologen heet dertien deelnemers welkom op deze ochtend. Rondom twee casussen gaan de deelnemers met elkaar in gesprek met de vraag: “Hoe kunnen we de mantelzorgondersteuning rond mensen in de laatste levensfase beter organiseren en elkaar beter vinden?”

Hoe urgent die vraag is blijkt uit de presentatie van Sandrina Sangers, beleidsmedewerker bij Agora, die volgt. De vergrijzing zet ook in de gemeente De Fryske Marren door, net zoals in de rest van het land. . De druk op de mantelzorgers die daar rechtstreeks mee te maken hebben wordt op een sheet zichtbaar gemaakt. Er gaat een zucht door de zaal. ‘Jeetje, dat die groep zo groot is’, ‘Ik wist niet dat het zo urgent was’, zijn enkele reacties.

Cijfers van de VNG laten zien dat het percentage 75+ en 85+ in de gemeente hoog is, evenals het voorkomen van mensen met chronische ongeneeslijke aandoeningen. Hierdoor is de verwachte behoefte aan palliatieve ondersteuning ook groot. Deze cijfers zijn ook een indicatie voor de toenemende vraag naar mantelzorg-ondersteuning. In 2016 al bood ca 14 % van de inwoners mantelzorg (minimaal 3 maanden en minstens 8 uur per week). Van deze mantelzorgers voelde 2/3 zich zwaar belast.

Elzalina Schraa, netwerk coördinator palliatieve zorg, bevestigt de cijfers. ,,Wij zien dagelijks dat er een grotere groep mensen bijkomt die palliatieve zorg nodig heeft en we zien de druk die dat oplevert voor de mantelzorgers. Je wilt niet dat die straks omvallen.” Wat dan de precieze oplossing is? Daar gaat deze ochtend over. Wat kan het werkveld zelf doen?

Opbrengst

Nadat er vier groepen geheel coronaproof de raadszaal hebben verlaten en met resultaten weer terugkomen is de algemene indruk dat ‘het heel fijn is om van gedachten te wisselen’, ‘moeten we vaker doen’ wordt gezegd. Maar nu, zijn er concrete resultaten? Zijn er oplossingen bedacht? Een aantal tips en tricks passeren de revue, al zijn het vooral nog wensen:

  • Wat zou het mooi zijn als de eerste die met mevrouw X in contact komt een complete intake doet, zodat andere hulpverleners dat niet nog eens hoeven doen.
  • Het intake dossier eigendom van de patiënt zelf maken zou een voorwaarde zijn. Nu kan er door de privacywet niet zomaar dossier-informatie worden uitgewisseld.
  • Wat zou het mooi zijn als de Wmo consulent bij een PaTz-groep aan kan sluiten. Daar ontstaat dan een mooie discussie waar bijvoorbeeld ook een huisarts bij aan zou kunnen sluiten.
  • Verschillende zorgverleners weten niet van elkaars bestaan en rol, dat moeten we beter ontsluiten.
  • Met meerdere hulpverleners tegelijk naar een gesprek zou helpen zodat de Wmo-rol en de Zvw-rol en de casemanager dementie direct aan tafel zitten.
  • Is dat keukentafelgesprek niet heel belastend voor de mantelzorger?
  • Binnen jouw vakgebied moet je proactief zijn, de verbinding willen zoeken. Moet dat niet in je functieprofiel?
  • Artsen hebben een hoge positie, zo worden de familie en de verzorgenden vaak overruled als het gaat om behandeling in de terminale fase.

Francien Bekius weet uit eigen ervaring nog wel een reden waarom niet altijd alles soepel verloopt. ,,Het verloop in de diverse beroepsgroepen is ook een reden waarom de overdrachten, de onderlinge samenhang en de dwarsverbanden niet altijd tot stand komen. ‘Kennen’ is belangrijk voor onderling vertrouwen tussen zorgverleners. Als er veel verloop is, moet die cyclus elke keer opnieuw. Dan zou het mooi zijn om een iemand de regie te laten voeren en het aan de anderen aan te reiken.”

Meerwaarde

Ook Annemieke Hof, beleidsmedewerker sociaal domein bij de gemeente De Fryske Marren ervaart meerwaarde na de workshops met de deelnemers. ‘Binnen de sociale wijkteams kunnen we zo kennis vergroten. Op veel verschillende niveaus wordt hier zichtbaar dat daar behoefte aan is. Het lijkt een kleine opbrengst maar de bewustwording hiervan op deze ochtend is een hele belangrijke.”
Francien onderschrijft dat met de opmerking: ‘Dit is de spreekwoordelijke steen in de vijver’. Als we aansluiting blijven zoeken met elkaar, kunnen we dit steeds een stukje verder brengen. We kennen elkaar nu, dat is al een hele grote stap. Annemieke Hof van de gemeente Joure sluit ‘de zinnige ochtend’ af en wijst alle deelnemers op het vervolg daarvan op 10 november.

Het vervolg

Inmiddels heeft corona de vervolgplannen weer doorkruist en hebben deelnemende partijen besloten de geplande bijeenkomst van 10 november naar 2021 te verplaatsen. Na afloop van de bijeenkomst in het gemeentehuis was ook een conclusie dat er in de gemeente heel veel organisaties samenwerken, maar dat mensen elkaar niet kennen, zelfs niet binnen de eigen organisaties. Om hier wat aan te doen wordt de ‘Testgrûn’ de komende maanden in bestaande overleggen en netwerken geagendeerd om het thema mantelzorgondersteuning in de palliatieve fase overal voor het voetlicht te brengen en om draagvlak te creëren voor veranderingen. Met bestuurders van deelnemende organisaties worden gesprekken gepland om ook hen er meer bij te betrekken en om daarmee draagvlak voor veranderingen te krijgen.

Agora blijft het proces volgen en ondersteunt waar nodig met kennis en ervaring.

Ministappenplan:
Om deze ochtend te organiseren hebben zich 3 partijen gebogen over x uit te nodigen personen in x verschillende werkvelden. Een van de partijen is gastheer en verzorgt de locatie, de uitnodigingen en de koffie en thee. Agora wordt uitgenodigd en aangehaakt in de voorbereiding.
Hoe werkte het:
Iedereen is van te voren gevraagd om casussen in te sturen daar zijn er twee van gekozen die onderdeel waren van deze ochtend.
Werkvorm:
In vier groepen worden de casussen behandeld (afhankelijk van aantal deelnemers).
Aanwezige partijen:
Netwerk Palliatieve Zorg, Buurtzorg, Gemeente De Fryske Marren, Hof en Hiem, Patyna, Sociaal Werk de Kear, Thuiszorg Zuidwest Friesland en Zorggroep St. Maarten

Fryske Marren