Spring naar content

Huisarts Guus Metzemaekers over samenwerken met de gemeente

12 oktober 2021

Guus Metzemaekers is huisarts in gemeente Oude IJsselstreek. Hij deed recent mee aan een Proeftuin van Agora in zijn gemeente die gericht is op samenwerking met andere professionals in de regio. Hij vertelt over zijn inzichten en de ervaringen die hij opdeed. ‘Ik ontdekte dat ik medische oogkleppen op had’.

© Agora

Wat waren voor jou de belangrijkste drijfveren om mee te doen?

‘Als huisarts wil je dat iemand de beste zorg krijgt, op het juiste moment. Maar ik maakte regelmatig mee dat regels dit belemmeren. De Wlz-indicatie kan zo’n knelpunt zijn. Zodra je merkt dat een patiënt uiteindelijk zwaardere zorg nodig heeft, moet je die indicatie aanvragen. Ruim op tijd dus. Alleen je weet nooit wanneer de opname écht nodig is. Duurt dat nog maanden, een jaar? In de tussentijd belandt de patiënt in niemandsland: thuiswonend, maar wel vallend onder de Wlz. Alleen onder de Wlz krijgt een patiënt thuis minder zorg vergoed dan onder de Wmo en Zorgverzekeringswet, terwijl diegene juist steeds méér hulp nodig heeft. Dat wringt. Ik vind dat als huisarts moeilijk om aan te zien en was benieuwd of dit ook anders kan. Eerst de patiënt, dan pas de financiën – en niet andersom, zoals nu. Lukt dit beter door samen te werken, zoals in de Proeftuin? Of moeten we dit toch ook op bestuurlijk niveau aanhangig maken, zodat de regels aangepast worden?’

Met wie had je zonder de Proeftuin niet snel samengewerkt?

‘De gemeente, vooral de Wmo-consulent en sociaal werker. Als medisch geschoolde denk ik al snel: deze situatie lossen we op met meer zorg. Maar dat kan ook anders, vanuit een andere invalshoek, zoals zij mij laten zien. Wmo-consulenten kijken bijvoorbeeld waar iemand thuis tegenaan loopt en wat helpt om langer zelfstandig te blijven. Een traplift, hulp uit het persoonlijke netwerk of een vrijwillig maatje bijvoorbeeld. En dit regelen ze, ook de eventueel financiële kant. Zo voorkom je al veel problemen, waardoor ik als huisarts pas later in beeld kom. Niet alles vraagt meteen om een geneeskundige oplossing. Ik ontdekte dat ik al die jaren met medische oogkleppen op werkte.’

Ik ontdekte dat ik medische oogkleppen op had

Heb je ook een praktijkvoorbeeld van die meerwaarde?

‘Jazeker, diverse voorbeelden. Zoals een chronisch zieke vrouw van eind zestig. Alleenstaand, maar ze wilde dolgraag langer thuisblijven. Dat is gelukt, dankzij bijvoorbeeld een traplift en de hulp van een buurman. En door de casuïstiek in ons Proeftuin-overleg ontdekten we per toeval dat wijkverpleegkundige Kim Hanselman en ik bij hetzelfde bejaarde echtpaar over de vloer kwamen. Meneer dementerend, mevrouw nam alle zorg op zich en was zelf ook kwetsbaar. Kim en ik zijn toen direct samen opgetrokken, waarbij ook een Wmo-consulent en sociaal werker aanhaakten. Door een totaalaanpak – van hulpmiddelen tot de inzet van het informele netwerk, konden we mevrouw ontlasten en tegelijk een opname voorkomen.’

Wat was voor jou de grootste eyeopener?

‘Hoeveel communicatie er eigenlijk via de patiënt liep – en niet via de professionals, zoals het hoort. Het is zo makkelijk om te zeggen: geef je dit of dat even door aan de wijkverpleegkundige? Dankzij het overleg heb ik letterlijk in beeld wie wat kan doen, en met wie je rechtstreeks kunt schakelen. Dat voorkomt ook dubbel werk. Dan regelde ik de ggz-praktijkondersteuner, terwijl de wijkverpleegkundige andere geestelijke bijstand aan het inschakelen was. Ja, onhandig. Ik heb het nummer van de wijkverpleegkundige nu in mijn telefoon, ik bel haar gewoon om iets af te stemmen.’

Noem eens een leerpunt?

‘Ik had van geestelijk verzorgers gehoord, maar ik kwam er niet op om hen in te zetten. Dat is ook nog niet gebeurd, maar het staat nu wel op mijn netvlies.’

Wat heb je echt dankzij de Proeftuin bereikt?

‘Dat je binnen de bestuurlijke regels inderdaad veel meer voor elkaar krijgt door samen te werken. Neem die Wlz-indicatie, daar staan we nu bewuster bij stil. Ik, de wijkverpleegkundige en Wmo-consulent bekijken nu samen wanneer die aanvraag nodig is. En ja, we dienen ‘m ook weleens later in. Die gok nemen we, zodat de patiënt de beste zorg krijgt. En wat betreft de regelgeving en het systeem: ik begrijp dat de Proeftuin het gemeenteproject ‘Ontschot, Beter Thuis’ verder heeft aangezwengeld. Dus de gemeente onderzoekt de bestuurlijke en financiële mogelijkheden, wij als zorg- en welzijnsprofessionals pakken de praktijk verder op.’

Dit ga je oogsten

Guus’ tip voor huisartsen

Doe mee, ook al heb je het druk. In mijn beroepsgroep heerst weleens angst voor dit soort projecten, merk ik. Dat ze te veel tijd kosten. Herkenbaar, maar ik verzeker je, het levert juist tijd op. Bijvoorbeeld omdat er medische zaken wegvallen, of pas later door de huisarts opgepakt hoeven te worden. Ook voorkom je dubbele huisbezoeken als je direct met de wijkverpleegkundige contact onderhoudt.’


Download en lees

De palliatieve benadering bekeken als moestuin: wat is ervoor nodig om te groeien?

Delen:

Ook interessant

Guus Metzemaekers is huisarts in gemeente Oude IJsselstreek. Hij deed recent mee aan een Proeftuin van Agora in zijn gemeente die gericht is op samenwerking met andere professionals in de regio. Hij vertelt over zijn inzichten en de ervaringen die hij opdeed. ‘Ik ontdekte dat ik medische oogkleppen op had’.
Lisette Polman is Wmo-consulent in gemeente Oude IJsselstreek. Ze deed recent mee aan een Proeftuin van Agora in haar gemeente die gericht is op samenwerking met andere professionals in de regio. Ze vertelt over haar inzichten en de ervaringen die ze opdeed. ‘Wij kijken verder dan de traplift, dat zien anderen nu ook’.
Ron Mestrom is adviseur sociaal domein in gemeente Oude IJsselstreek. Hij deed recent mee aan een Proeftuin van Agora in zijn gemeente die gericht is op samenwerking met andere professionals in de regio. Hij vertelt over zijn inzichten en de ervaringen die hij opdeed. ‘Het systeem heeft niet overal de schuld van’.