Morele vragen in verhalen
Blog: ‘Geef mij maar een spuitje.’
16 april 2026
Ik hoor het regelmatig in mijn werk als geestelijk verzorger. Soms bijna terloops gezegd, soms heel direct. En bijna altijd gevolgd door een stilte.
Zelden gaat het om een actieve wens tot levensbeëindiging. Vaker hoor ik iets anders. Onmacht. Vermoeidheid. Het verlies van regie, van waardigheid, van wie iemand geweest is. Een opeenstapeling van verliezen die zich moeilijk laten vangen in woorden, behalve dan in zo’n zin.
En soms ontstaat er dan een gesprek, een (levens)verhaal. Zoals socioloog Arthur Frank in ‘The Wounded Storyteller’ beschrijft: mensen die hun ziekte-ervaring niet alleen doormaken, maar er betekenis aan geven door erover te vertellen. Zoekend, in fragmenten. Als een manier om te duiden wat je overkomt en dat te verbinden met waarden die nu en in de laatste fase van het leven belangrijk zijn.
In de palliatieve zorg hoor je dat terug in verhalen, die elk iets laten zien van de morele vragen in het werk.
Soms is er een nacht waarin een kamer een plek van onrust wordt. Een bewoner komt steeds uit bed, raakt de oriëntatie kwijt en roept om hulp. In de ochtend verschuift het gesprek naar veiligheid en de vraag of inzet van onvrijwillige zorg nodig is. Wat is dan goed om te doen?
Of het moment waarop iemand bewust stopt met eten en drinken: voor de betrokkene een heldere en zelfgekozen stap, terwijl naasten dezelfde dagen juist ervaren als een moeizaam en langdurig afscheid. Daarbij kan onmacht ontstaan wanneer dorstgevoelens worden uitgesproken. Vanwege het willen verlichten en het toch moeten laten gebeuren.
Een andere keer speelt het wanneer het sterven dichterbij komt en palliatieve sedatie wordt overwogen. Verpleegkundigen zien het lijden toenemen, zichtbaar in ademhaling en onrust. Tegelijkertijd stelt een arts de beslissing uit, met het gevoel dat het moment nog niet daar is. Het verschil in inschatting is voelbaar.
Ook hoor ik de leidinggevende die merkt dat de druk op registratie en verantwoording toeneemt, terwijl in de teams steeds vaker wordt uitgesproken dat dit ten koste gaat van tijd en aandacht voor patiëntcontact. De vraag wat goede zorg is schuift daarmee ongemerkt mee.
Deze situaties werken door. Ze eindigen niet bij de dienst, maar blijven aanwezig in overleg, in gedachten, onderweg naar huis. Ik denk dat daar morele stress ontstaat. In het besef dat handelen en geraakt worden niet los van elkaar bestaan.
In gesprekken met zorgprofessionals en studenten palliatieve zorg komt steeds terug dat het niet vanzelfsprekend is om dit uit te spreken. Het vraagt ruimte om stil te staan bij wat het werk met je doet. Het ‘op verhaal komen’ helpt spanning te verlichten en vergroot het onderlinge begrip. Waar die ruimte er is, verbetert de samenwerking in teams.
Reflectie, steun van collega’s en leidinggevenden, maar ook plezier en humor spelen daarin een rol. Dat maakt verschil in hoe het werk wordt gedragen en volgehouden.
Florentine Geluk
Deelsessie symposium:
Florentine Geluk verzorgt dinsdag 16 juni de deelsessie ‘Morele stress rond het levenseinde: zorg voor de ander, zorg voor jezelf’ tijdens het symposium Morele stress – Goed zorgen voor de ander én jezelf.
In deze deelsessie onderzoek je aan de hand van dilemma’s uit je eigen praktijk hoe je voor jezelf zorgt in het werken met ingrijpende beslissingen rond het levenseinde. Daarnaast is er aandacht voor het belang van ethisch leiderschap: hoe creëer je samen een klimaat waarin lastige situaties bespreekbaar zijn?
De sessie biedt concrete handvatten om veerkracht te versterken en het werkgeluk in de palliatieve zorg te behouden.
-> Ga voor meer informatie over het programma, de sprekers en aanmelden naar de symposiumpagina.
Florentine Geluk is ethiekondersteuner en geestelijk verzorger, gespecialiseerd in o.a. ethische vraagstukken en palliatieve zorg. Zij werkt als geestelijk verzorger in zowel een hospice als een ziekenhuis. Ook verzorgt zij scholing rond palliatieve zorg.

Delen:
