Opgelucht telde hij de dagen af

Aantal weergaven: 2623

‘Aanstaande donderdag krijg ik euthanasie. Ik tel de dagen af en ben blij dat ik eindelijk dood mag’, zei hij nogal plompverloren toen we onze eerste kop koffie dronken.

Net veertig jaar oud was hij en sinds een week in ons hospice. Wat we over zijn leven wisten, deed mijn maag samenknijpen. Hij was in zijn jeugd van pleeggezin naar pleeggezin verhuisd en kreeg psychische problemen. Een liefdevolle partner had hij nooit ontmoet en hij woonde tot voor kort in een psychiatrische instelling.

‘Ik ben sinds mijn twintigste bezig met mijn dood’, ging hij serieus verder met zijn fragiele handen om zijn kopje gevouwen. Hij staarde met lege ogen voor zich uit. Toen hij merkte dat ik luisterde, ging hij monotoon verder: ‘Ik ben er wel klaar mee. Mijn verzoek tot euthanasie bij de Levenseindekliniek is jaren geleden afgewezen. Mijn lijden was toen niet uitzichtloos genoeg. Medebewoners in mijn instelling sprongen vaak voor de trein. Dat vond ik zo naar. Ze kwamen nooit meer terug. En de machinist, die heeft er dan zijn leven lang last van…

'Gelukkig heb ik nu kanker en is mijn verzoek wèl gehonoreerd. Ik lijd echt aan het leven.’

Pfoe, dat was een beknopt en heftig pleidooi. Mijn koffie stond onaangeroerd koud te worden op tafel. Het taboe rondom een levenseindewens vraagt wat mij betreft om een doorbraak, dus reageerde ik met: ‘Je hoeft aan mij geen verantwoording af te leggen. Het is al geregeld. En donderdag is het zo ver voor jou. Ik vind het ook afschuwelijk dat als iemand niet meer wil leven soms voor de trein of van een gebouw af moet springen. Vreselijk als dat je enige uitweg nog is…’ Zijn ogen lichtten een klein beetje op. Die reactie had hij niet verwacht. De basis voor de rest van het gesprek was gelegd.

Ik vroeg hem onder andere wat hij nog wilde in de komende dagen. Hij wilde nog één keer Chinese tomatensoep eten. Ook al was zijn eetlust niet groot, daar had hij nog zin in. Veel meer wenste hij niet meer. Persoonlijke spullen waren al verdeeld: zijn gitaar had hij aan zijn zwager toegezegd en de cd-collectie aan een vriend. Die laatste wilde er nu nog niets van weten, hij was immers nog niet overleden.

Hij vertelde me gedetailleerd over hoe de euthanasie zou gaan. Hij zweeg daarna en de zware stilte bevestigde zijn keus. Hij wist wat er ging gebeuren en hij keek ernaar uit. De energie in zijn magere lijf was weg. Hij gaf zich over. Voor hem was het overduidelijk, zonder enige schaamte en ongehinderd door een taboe. Hij wilde heel graag niet meer leven.

Allerlei gedachten gingen door mijn hoofd. Ik ben groot voorstander van het maken van eigen keuzes. In het leven en bij de dood. Wie ben ik om iemand tegen te spreken bij een levenseindewens? Moet ik een poging doen om iemand op te beuren of om te praten? Nee. Ik heb diep respect voor de artsen van de Levenseindekliniek die de vele gesprekken voeren, zorgvuldig besluiten nemen en soms overgaan tot uitvoering van euthanasie. Zij helpen mensen zoals deze man. Maar dus niet altijd, bleek uit zijn verhaal. Hoe moeilijk moet die beslissing voor de artsen en deze man jaren terug wel niet zijn geweest? Ik vroeg me af hoe de worsteling met zijn leven eruit had gezien als hij geen kanker had gekregen? Was hij dan toch richting het spoor gewandeld? Ik moest er niet aan denken... Kanker was voor deze jongeman een opluchting.

Wat is de beleving van een ziekte toch erg persoonlijk.

In de elf andere kamers van ons Hospice dachten de cliënten en hun naasten namelijk compleet anders over hun ziekte en de onvermijdelijk naderende dood.

‘Vandaag is het dus je allerlaatste vrijdag?’, vroeg ik hem uiteindelijk. ‘Ja, het is genoeg geweest, ik tel de dagen af’, antwoordde hij wederom. Er brandde nog één vraag op mijn lippen, nu hij de onomkeerbare weg naar zijn verlossing was ingeslagen: ‘Hoe doe je dat, aftellen?’ ‘Nou’, legde hij uit, ‘ik zet kruisjes in mijn agenda tot donderdag. En dan is het eindelijk klaar.’


© Ingrid van Loon, vrijwilliger bij Hospice Marianahof in Etten-Leur

Ingrid: "Palliatieve zorg is vaak nog onbekend of eng. In mijn blogs vertel ik verhalen uit de dagelijkse praktijk van het hospice, want ik maak veel mooie momenten mee die het waard zijn om te delen. Ik ervaar vooral dankbaarheid van de cliënten en hun dierbaren tijdens de laatste levensdagen. Het is volgens mij de kunst om aandacht te blijven hebben voor de mens en zijn waardevolle leven, juist als een ziekte de overhand wil nemen en de dood nabij is. Hoe ik dat doe en of dat lukt, lees je in mijn blogs."

Auteur: Ingrid van Loon

Meer links

  • Meer blogs van Ingrid van Loon- Ingrid van Loon is vrijwilliger bij Hospice Marianahof in Etten-Leur. Dit hospice heeft sinds september 2015 het keurmerk Palliatieve Zorg en is daarmee een High Care Hospice. Disclaimer: Alle beschreven cliënten en details zijn waar nodig geanonimiseerd. Indien mogelijk is met cliënten of nabestaanden overlegd over publicatie. De afbeeldingen bij de verhalen zijn stockfoto's.
  • Lees ook andere verhalen en blogs op Agora.nl
IconClassfa-newspaper-o

Laatste levensfase bespreekbaar

Het is nooit te vroeg om na te denken over de laatste levensfase. Over wat voor jou, je naasten, je cliënten of patiënten van waarde is in het leven. Nodig ze uit om erover te praten. Een eerste stap daartoe kan zijn om wensen op papier te zetten. Een mooie vorm is een brief. Probeer het eens uit... 

Schrijf een brief



Landschap van palliatieve zorg

Welke partijen zijn er werkzaam in de palliatieve zorg? Hoe verhouden ze zich tot elkaar? Bekijk de infographic.