Longarts Sander de Hosson - Bam!

Aantal weergaven: 106914

Bam!

'Hij knikt. Zijn vrouw knikt. Zijn kinderen huilen, zachtjes, in de hoek. Ik kijk ze aan. Ook zij knikken.'

De laatste uren

Lente. Het is vroeg in de morgen. De regendruppels aan de andere kant van de ruit, badend in voorzichtige zonnestralen, verraden een vochtige nacht. Hij kijkt ernaar met vermoeide ogen. Al vaker sprak hij over die vermoeidheid, maar het is hem nu ook aan te zien. Waar eerder deze week zijn ogen nog gestraald hadden, waren ze nu doffer geworden. De verpleegkundige wijst mij op een onheilspellende teken: een gevlekte kleur van zijn benen. “Het lijkt me goed als uw familie naar het ziekenhuis komt,” bevestig ik zijn angst. Zijn ogen stralen die ochtend alleen nog kort als zijn vrouw en zonen binnenkomen.

Een paar weken geleden

Hij is directeur van een fabriek. Joviaal. Bourgondisch. ‘Druk’ zegt hij, als ik hem vraag waarom hij niet eerder gekomen is. Al veel langer klaagt hij over pijn in zijn buik en rug. Hij eet slecht. Een vervelend hoestje dat maar niet overgaat. Nu hij bloed ophoest, heeft hij aan de bel getrokken. Hij kijkt naar de grote tumor op de foto op het scherm. “Tja. Bedrijf. Druk, mijn mensen, ik moest er zijn,” mompelt hij. Zijn vrouw legt haar hand op de zijne. Een ingehouden snik. Zijn gezicht spreekt boekdelen. Ik kijk naar het scherm. Niet naar de tumor, maar naar zijn leeftijd rechts boven in het scherm: 47 jaar oud.

Hij vraagt om eerlijkheid en krijgt die: “Zonder behandeling zes weken, met behandeling gemiddeld zes tot negen maanden”, luidt zijn doodsvonnis. Het is een gemiddelde. Er zijn uitzonderingen,” schamper ik nog. Catastrofaal. Een voorheen gezonde, jonge man, een gelukkig gezin met een tweeling van net 12 jaar in de brugklas, een verre vakantie in het verschiet. Maar nu vooral massale uitzaaiingen in de lever, in de botten en God-weet-waar. Kleincellige longkanker.

De laatste weken

We zijn vol goede moed begonnen met chemotherapie, maar al na de tweede kuur blijkt dat hij dit niet wil volhouden. Zijn beenmerg reageert rampzalig op alle toxische stoffen die we hem toedienen met nauwelijks nog te meten witte bloedcellen. Door deze zeer matige afweer, ontwikkelt hij een felle longontsteking. Het resulteert in deze ziekenhuisopname en een duidelijke boodschap voor mij. Hij wil geen chemotherapie meer. We starten antibiotica en bereiden het laatste ontslag naar huis voor.

De laatste twee dagen

Antibiotica. Een korte opleving. Een volgende knal. Longembolieën. Benauwdheid. Diarree. Uitputting. Bovenal die ambivalente angst. Angst voor de dood en het doodgaan. Maar misschien nog wel meer de angst om te blijven leven.

We beginnen met een morfinepomp tegen de steeds heftiger wordende benauwdheid. Eindelijk. Het lijstje mensonterendheid is veel te lang geworden. Het geeft hem tijdelijk rust, opluchting. En een mogelijkheid om afscheid te nemen. Zijn geliefden vast te houden. Godzijdank zijn er dit soort middelen en godzijdank worden ze ingezet. Zonder morfine zou de dood, althans het doodgaan zoveel rauwer geweest zijn. Euthanasie wil hij niet. “Ik wil elke seconde die ik heb bij mijn vrouw en kinderen zijn.” Maar tegelijkertijd ook dat: “Ik ben erg benauwd en verschrikkelijk moe”. Naar huis of hospice wil hij niet meer.

De laatste uren

Ik kijk de kamer rond. Gezichten vol emoties. Verdriet. Woede. Angst. Berusting.

Na twee dagen van afscheid nemen, rest er nog één besluit. We hebben het al doorgesproken. Er is een refractaire situatie. Hij is op. De morfine ophogen leidt tot nog meer klachten van vermoeidheid en wellicht ook meer onrust en angst, het is geen optie meer. “Ik wil starten met palliatieve sedatie”, zeg ik. “Ik wil u medicijnen geven waarbij uw bewustzijn wordt verlaagd tot een comfortabel niveau.” Ik merk dat ik het niet stel, maar vraag. Ik zoek bevestiging. Bevestiging voor de keuze nooit meer echt wakker te kunnen zijn. Om te overlijden zonder daar weet van te hebben. Maar telkens ervaar ik dat deze vraag leidt tot een gevoel van bevrijding. Bevrijding van een leven dat zo plaagt.

Hij knikt. Zijn vrouw knikt. Zijn kinderen huilen, zachtjes, in de hoek. Ik kijk ze aan. Ook zij knikken.

Het medicijn staat klaar, in een spuitenpomp. We dienen het toe en zien al vlot de ontspanning van zijn lichaam waar hij zo naar verlangt. Zijn vrouw legt weer haar hand op de zijne. In de hoek staat een open fles wijn. Ik staar er naar. Ik kan dat verschrikkelijk mooi vinden. Het leven, zo ronduit, in deze kamer.

Als ik later wegloop, rennen zijn zoontjes achter mij aan. Ze zeggen niets, maar geven mij een hand. Kort vang ik die veelzeggende blikken met diezelfde voortlevende stralen die ik bij hun vader zag. Ze groeten me, kort, strak, gemeend: "Bedankt". Bam. Brok in mijn keel. Dan draaien zij zich resoluut om en lopen met gebogen rug terug naar de plaats waar hun vader overlijden zal.

Palliatieve sedatie. Sinds 2005 een behandeling in de laatste levensfase die waardig sterven in Nederland mogelijk maakt. Dat is veel andere landen niet gegeven. Het is een menserende behandeling. Dat voorrecht mogen we nooit, maar dan ook nooit meer kwijt raken.

(c) Longarts Sander de Hosson

Image

Auteur: Sander de Hosson

Meer links

IconClassfa-newspaper-o

Laatste levensfase bespreekbaar

Het is nooit te vroeg om na te denken over de laatste levensfase. Over wat voor jou, je naasten, je cliënten of patiënten van waarde is in het leven. Nodig ze uit om erover te praten. Een eerste stap daartoe kan zijn om wensen op papier te zetten. Een mooie vorm is een brief. Probeer het eens uit... 

Schrijf een brief



Landschap van palliatieve zorg

Welke partijen zijn er werkzaam in de palliatieve zorg? Hoe verhouden ze zich tot elkaar? Bekijk de infographic.