Advance care - Blog longarts Sander de Hosson

Aantal weergaven: 81883

Advance care

Toen de ambulance kwam, was zij nog steeds zo benauwd. Ze hadden haar pols gevoeld. ‘Reanimatie,’ hadden ze geroepen. Toen was hij ervoor gesprongen. “Nee’, had hij geschreeuwd. ‘Geen reanimatie. Dat wil ze niet.”

“Zij gaat dood,” zeg ik, terwijl ik hem aan kijk.
“Dat weet ik,” zegt hij. 

Hij pakt haar hand vast. “Dat weet ik,” zegt hij nog net wat zachter, maar nu tegen haar. Zestig jaar zijn ze getrouwd. ‘Maar we hadden al heel veel langer verkering. Eerst geheim, maar later ook in het echt,’ straalt hij. Zij reageert er niet op. In een kringentje haar hoofd, in het kussen, zie ik vocht van het zweet. Ze ademt snel, maar reageert nergens meer op, zelfs niet meer op zijn stem. Ik zie dat het niet lang gaat duren. 

Hij zit op een stoel naast haar bed op de Spoedeisende Hulp. Vanavond trof hij zijn vrouw aan naast een stoel in de eetkamer. Ze lag op de grond. Hij wist meteen wat er gebeurd was: ze had zich verslikt in de pap. Ze verslikte zich zo vaak sinds haar herseninfarct een paar maanden geleden. Hij verhaalt over de gebeurtenissen van het uur hiervoor. Hoe hij haar overeind had getrokken. Hoe zijn kracht te beperkt was om daarin te slagen. Hoe angstig ze gekeken had, toen ze blauw aanliep. Hoe ze met haar armen had gezwaaid. Hoe hij vervolgens zijn armen om haar heen geslagen had. Hoe hij naar de telefoon gewankeld was om 112 te bellen. De paniek, de blinde paniek die hem overmeesterde. 

Toen de ambulance kwam, was zij nog steeds zo benauwd. Ze hadden haar pols gevoeld. ‘Reanimatie,’ hadden ze geroepen. Toen was hij ervoor gesprongen. “Nee’, had hij geschreeuwd. ‘Geen reanimatie. Dat wil ze niet.” 

Het moet wel stil geworden zijn daarna. Wonderwel was ze blijven ademen. Ze hadden besloten om naar het ziekenhuis te rijden. Maar gereanimeerd hadden ze haar niet.

De 86-jarige vrouw was bekend met een herseninfarct. Vlak voor ik de traumakamer ingelopen was, had ik haar status bekeken en de aantekeningen van de neuroloog gelezen. Over een sterk gestoorde slikreflex, over haar frequente verslikkingen. De poging van de KNO-arts en de logopediste om te onderzoeken of er verbeteringen mogelijk waren. En uiteindelijk het besluit om alleen nog maar vloeibare en ingedikte voeding voor te schrijven. Een laatste aanvulling dateert van een maand geleden toen de huisarts had gebeld over haar gewichtsverlies. Ik lees een goed beargumenteerd besluit om verder geen onderzoek te doen. De thuiszorgverpleegkundige zou tweemaal per dag langskomen en vaker als dat nodig was. En ze zou niet meer gereanimeerd worden en ook niet beademd. Terecht, met een dergelijk ernstig neurologisch lijden, zou dat medisch zinloos zijn. 

De ambulanceverpleegkundige hijgt na met een koffie. We spreken het na en vinden elkaar in het beschrijven van het probleem. Hier ontbrak goede documentatie over wat eigenlijk duidelijk was: een desastreus ziektebeeld met een slechte prognose. En de broodnodige informatie over wat ze wel en niet meer had gewild. Ze vertelt dat ze zeker specifiek gevraagd had aan de man of er afspraken gemaakt waren, maar hij was te veel in paniek geweest. Daarna trof ze de vrouw blauw verkleurd op de grond aan. Ze had geen polsslag gevoeld. Ze vertelt over haar reflex om een reanimatie te starten, maar ook over haar twijfel omdat ze al zag dat de vrouw in een deplorabele situatie op de grond lag. Maar ook over de duidelijkheid die haar man bood, toen hij opgesprongen was en haar bijna aangevlogen had. En dat gekke moment dat het hart van de vrouw toch weer was gaan kloppen. De verwarring van het moment en het besluit daarop om naar het ziekenhuis te rijden.

Goede zorg in de latere en laatste levensfase is praten over de nabije of verdere toekomst, advance care planning. Maar daar blijft het niet bij: er is ook de verplichting om deze afspraken goed te documenteren en beschikbaar te laten zijn. Ook de huisartsenpost moet weten wat wel en wat vooral niet meer hoeft, zodat ook in de avonden en nachten de opgepiepte zorgverleners de zorg kunnen verlenen die nodig en zinvol is. Maar vooral ook de zorg kunnen nalaten die zinloos of ongewenst is. 

Het belang van dergelijke zorgdocumenten wordt breed gedragen en wellicht is het op veel plekken al goed geregeld, toch hoor ik al te vaak over verdrietige casus, zoals reanimaties bij patiënten waar dat echt niet meer had gemoeten. Of een nodeloze gang naar het ziekenhuis, waar die laatste rit echt voorkomen had moeten worden. 

De dood laat zich -op een uitzondering na- niet plannen. Ook bij patiënten waar hij verwacht wordt, kan hij zich ineens als een donderslag bij heldere hemel aanbieden. Zomaar, zoals nu, hier op deze vroege donderdagavond in februari.

Als ik terugloop, blijkt ze gestorven te zijn. Zijn hoofd ligt op haar buik. Daar ligt ze, in een kille ziekenhuiskamer op een brancard vol met medische apparatuur. Apparatuur die tegelijkertijd het leven kan redden, alsook in staat is om lijden te rekken. Gelukkig zijn daar lieve verpleegkundigen die de kamer vullen met de menselijkheid die dit moment verdient. Maar bovenal zit daar haar man. Naast haar op een stoel. Al zeventig jaar hield hij haar vast en hij liet niet meer los. Ook nu, in dit laatste moment.

Dat heeft ze zo graag gewild, zijn hand om de hare. Niet met een infuusnaald erin. En ook niet hier.

(c) Longarts Sander de Hosson

Image

Auteur: Sander de Hosson

Meer links

IconClassfa-newspaper-o

Laatste levensfase bespreekbaar

Het is nooit te vroeg om na te denken over de laatste levensfase. Over wat voor jou, je naasten, je cliënten of patiënten van waarde is in het leven. Nodig ze uit om erover te praten. Een eerste stap daartoe kan zijn om wensen op papier te zetten. Een mooie vorm is een brief. Probeer het eens uit... 

Schrijf een brief



Landschap van palliatieve zorg

Welke partijen zijn er werkzaam in de palliatieve zorg? Hoe verhouden ze zich tot elkaar? Bekijk de infographic.