Wat betekent ongeneeslijk ziek zijn voor een patiënt en zijn/haar naasten? En welke rol kunnen zorgverleners, vrijwilligers en andere betrokkenen daarbij spelen?
De verhalen laten zien hoe mensen omgaan met de eindigheid van het leven, hoe zij invulling geven aan hun leven tot het einde en hoe je als betrokkene van betekenis kunnen zijn.

‘Meneer Parkinson’: Betrokkenheid – Blog Gera Keijenborg

Aantal weergaven: 951

Ooit werd ik ingeschakeld bij de opname van een allochtoon jongetje dat door zijn ouders bij de ziekenhuisopnamebalie was afgeleverd voor een ingreep. Die ouders lieten zich vervolgens wekenlang niet meer zien of horen. Hun redenen waren wel begrijpelijk en zij verdienden begrip, zeg ik met de kennis van nu. Toen zag ik vooral hoe dit voor het jochie een drama was.

Wie gewond is, moet zich verbinden (Gerard de Leeuw)

In de weken na een relatief simpele operatie, groeiden mijn contactmomenten en dus mijn band met hem. Eerst ging ik dagelijks een half uurtje voorlezen of spelen. Toen hij maar niet opknapte en nauwelijks meer at, werd mij gevraagd hem bij alle maaltijden gezelschap te houden. Hij had niets anders bij zich dan de kleren die hij bij opname droeg. Dus regelde ik pyjama’s, kleding en knuffels. Maar niemand, en dus ook ik niet, kon het gemis van zijn ouders verzachten.

Voorafgaand aan een weekend en een vrije dag stuurde mijn leidinggevende me naar huis met de woorden: “Jij komt pas over 3 dagen terug. Zorg voor jezelf.” Maar diezelfde leidinggevende belde  me op mijn vrije dag uit bed en sommeerde me met spoed naar het ziekenhuis te komen.

“Hakim is stervende en hij vraagt naar je.”  Dus ging ik, ook al kon ik dat - vanwege een crisis in mijn eigen familiesituatie - eigenlijk niet maken.

Voor ik zijn kamer binnenging werd me in het oor gefluisterd dat zijn ouders met een gerechtelijk bevel gedwongen zouden worden afscheid te komen nemen. En ook dat ik dan moest zorgen dat ik ongezien verdween. Voorzichtig opende ik zijn kamerdeur. Hakim zag mij en stak zijn magere armpjes uit. Ik ging op zijn bedrand zitten en omhelsde zijn tere lijfje. Terwijl hij bijna in me kroop fluisterde hij: “Ga ik dood…?”

Even wist ik niets te zeggen, maar toen hij me losliet en zijn blik zich in de mijne boorde, kon ik niets anders bedenken dan de waarheid: “Ja, Hakim dat denk ik wel…”

Hij knikte en kroop terug in de omhelzing. Ik weet niet meer hoe lang we zo gezeten hebben. En of de omhelzing stopte omdat Hakim me losliet en ik hem voorlas uit De Gouden Vogel van Hans Stolp, of omdat de verpleging kwam vertellen dat zijn ouders onderweg waren. “Dag Hakim, wees maar gerust. Er blijft iemand bij je”, zei ik ten afscheid.

De laatste keer zag ik Hakim in het mortuarium van het ziekenhuis. Ik had geen idee of het goed dan wel gebruikelijk was dat je zoiets als personeelslid deed. Ik wist ook niet wat zijn ouders ervan vonden. Ik had het gewoonweg zelf nodig om hem te zien en van zijn dode lichaam afscheid te kunnen nemen. Letterlijk in mijn dooie uppie stond ik bij hem. Ik kan die kou en eenzaamheid ervan nu soms nog voelen.

“Pas veel later besefte ik dat ik deze verliezen op de werkvloer nauwelijks had kunnen delen.”

Zevenentwintig was ik, hartstikke jong. Ik weet dat precies, want het weekend voor Hakims overlijden belandde onze pa, na een zwaar herseninfarct, op de intensive care. Hij stierf een paar maanden later.

Pas later realiseerde ik me hoe in dat weekend werk en privé met elkaar verweven waren geraakt. En nog veel later besefte ik dat ik deze verliezen en andere die ik - zoals iedereen - in het leven te verwerken kreeg, op de werkvloer nauwelijks had kunnen delen. Dat moest ik uiteindelijk bekopen met een burn-out.

De meeste thuiszorgmedewerkers die voor oom Tom zorgen zijn niet veel ouder, soms zelfs nog jonger, dan ik destijds. Sommigen zien al jaren hoe meneer Parkinson tekeer gaat en hoe oom Tom steeds meer moet inleveren aan mobiliteit, zelfstandigheid en levensvreugde. En oom Tom is niet de enige voor wie ze zorgen. Vast niet al hun patiënten zijn er even ernstig aan toe als oom Tom, maar de meesten van hen zitten wel in hun laatste levensfase.

"Ik heb een dienst geruild, want ik wil voorlopig eventjes niet naar een lastige mopperpot”, zegt Marieke, die net een poosje uit de running is geweest omdat het haar allemaal te veel geworden was. “Hier ben ik graag, ik ga hier altijd vrolijk vandaan.”
“Kun jij altijd meteen slapen als je een avonddienst hebt gehad”, vraag ik.
“Nee, nooit”, zegt ze. “Ik moet vaak nog wel even mijn verhaal en de dingen van de dag kwijt, maar ik heb een vriendje dat wel wil luisteren.”

Ik denk aan een gesprek met een leidinggevenden in de thuiszorg over betrokkenheid en kwaliteit van zorg. “Pfff, het is zo lastig om het daar met ze over te hebben”, zegt zij. “Elke werkbespreking zitten ze eerst een hele tijd hun hart te luchten. Ik kom daar vaak zo moeilijk met serieuze thema’s tussen.”

Mijn gedachten schieten terug naar die koude lege ziekenhuisgang op weg naar Hakim in het mortuarium. “Je zou ook kunnen denken,” zeg ik, “wat mooi dat ze de gelegenheid nemen hun passie, plezier én hun frustraties en verdriet samen te kunnen dragen. Daar ligt volgens mij de basis voor betrokkenheid.”

© Gera Keijenborg

 


>> Vervolg, donderdag 28 maart: Verpleeghuis - Mag ik bij jou blijven?

Sinds meneer Parkinson bij hen was ingetrokken hadden oom Tom en zijn vrouw zich vaak afgevraagd waar ze veilig sámen konden wonen. Een keukentafelgesprek hierover met de gemeente veroorzaakt paniek: er moest verhuisd worden en dan ook nog eens oom Tom alleen…

 

Gera: "Ik mantelzorg vanuit Sponsorschap (NLP): Jij bent bijzonder, uniek, je hoort hier, je bent de moeite waard en je verdient het. Erkenning voor de klacht en de pijn, maar zeker ook voor de kracht van de hulpbehoevende ander, zijn voor mij essentieel. Parkinson, dat heb je niet alleen. Zorg ontvangen en zorg geven: dat werkt een beetje zoals in een samengesteld gezin. Je moet wennen aan elkaars gewoonten en regels. Daarom is patiënten- en familieparticipatie zo belangrijk. 40 Jaar werkervaring in Zorgland helpen me daarbij een beetje de weg te vinden."

Disclaimer: Gera Keijenborg is een pseudoniem. De hoofdpersoon in de verhalen heeft toestemming gegeven ze te schrijven, mits hij anoniem mag blijven. In verband met privacy en herleidbaarheid zijn een aantal essentiële karakteristieken van hem en andere betrokkenen en zorgverleners gewijzigd of verwijderd, dan wel fictionele elementen toegevoegd. De betrokken hulpverleners zijn ervan op de hoogte dat deze blogs verschijnen. Soms lazen zij vooraf mee. 

Auteur: Gera Keijenborg

IconClassfa-newspaper-o

Laat uw reactie achter

Dit formulier verzameld uw naam, e-mailadres, IP adres en content zodat we de reacties kunnen onderverdelen op de website. Voor meer informatie kan je naar onze Privacy Policy en Terms Of Use waar u meer informatie kan vinden over waar, hoe en waarom we uw gegevens bewaren.
Reactie toevoegen