Wat betekent ongeneeslijk ziek zijn voor een patiënt en zijn/haar naasten? En welke rol kunnen zorgverleners, vrijwilligers en andere betrokkenen daarbij spelen?
De verhalen laten zien hoe mensen omgaan met de eindigheid van het leven, hoe zij invulling geven aan hun leven tot het einde en hoe je als betrokkene van betekenis kunnen zijn.

Als je als arts ook patiënt wordt

Aantal weergaven: 5930

Bespiegeling van het boek 'Als adem lucht wordt'

Neurochirurg Paul Kalanithi krijgt op 36-jarige leeftijd de diagnose longkanker. Naast een arts die levens redt, is hij plotseling ook patiënt met een naderend levenseinde.

Paul Kalanithi zet vanaf dat moment alles op alles om die ene droom te verwezenlijken: het schrijven van een boek over zijn levensloop. Dat wordt ‘Als adem lucht wordt’. Een belangrijk deel van het boek gaat over zijn naderende einde en over de relatie tussen arts en patiënt. Als hij in maart 2015 sterft, is hij bijna klaar met het boek. Zijn vrouw schrijft het laatste hoofdstuk.

Tijdens zijn opleiding tot arts verbaast Paul Kalanithi zich over het gemak waarmee artsen op een bijna zakelijke manier naar het menselijk lichaam kijken:

“Dat is geen simpel kwaad. De hele geneeskunde schendt geheiligd terrein. Artsen maken op alle mogelijke manieren inbreuk op het lichaam. Zij zien mensen op hun aller kwetsbaarst, op hun angstigst en op de intiemste momenten. Ze brengen hen ter wereld en doen hen uitgeleide. De gemakkelijkste manier om het ergste menselijk lijden minder intens te ervaren, is het lichaam als louter materie en mechanismen te beschouwen.”

Hij kiest na zijn opleiding bewust voor de specialisatie neurochirurgie:

“Neurochirurgie trok me niet alleen door de verwevenheid van hersenen en bewustzijn, maar ook door de verwevenheid van leven en dood.”

Hij besefte:

“Artsen met een veeleisend specialisme ontmoeten hun patiënten op zeer beladen momenten, op de meest authentieke momenten, wanneer leven en identiteit bedreigd worden; het behoort eveneens tot hun taak te leren wat het leven van die ene specifieke patiënt de moeite waard maakt en al het mogelijke te doen om die dingen zo mogelijk veilig te stellen – en als dat niet kan, de vrede van de dood toe te laten.”

Als hij zijn diagnose krijgt, met aansluitend een beroerde prognose, verandert alles en niets:

“Voordat was vastgesteld dat ik kanker had, had ik geweten dat ik op een dag zou doodgaan, maar ik had niet geweten wanneer. Na de diagnose wist ik dat ik op een dag zou doodgaan, maar ik wist niet wanneer. Maar nu besefte ik het haarscherp.”

Hij ontdekt de dynamiek in het omgaan met zijn ziekte:

“Het lastige van ziek zijn, is dat wat je belangrijk vindt voortdurend verandert. Je probeert erachter te komen wat voor jou zwaar weegt, maar dat is een doorgaand proces. Het was alsof iemand mijn creditcard had afgenomen en ik moest leren om zuinig te doen. Je kunt tot het besluit komen dat je de tijd die je gegeven is, wilt doorbrengen als neurochirurg, maar twee maanden later kun je daar anders over denken. Twee maanden daarna wil je misschien saxofoon leren spelen of je volledig inzetten voor de kerk. De dood mag dan een eenmalige gebeurtenis zijn, leven met een terminale ziekte is een proces.”

Hij kijkt anders naar de waarde van een arts als voorheen:

“Het is niet de taak van de arts om de dood af te wenden en een patiënt te laten terugkeren naar zijn vroegere bestaan, maar om een patiënt en zijn familieleden, van wie het leven op zijn kop staat, onder onze hoede te nemen en met hen samen te werken totdat ze weer op eigen benen kunnen staan en hun eigen bestaan accepteren en als betekenisvol ervaren.”

Ook ziet hij de beperking van de wetenschap in:

“Wetenschap is gebaseerd op reproduceerbaarheid en kunstmatige objectiviteit. Dat levert een groot vermogen op om uitspraken over materie en energie te doen, maar resulteert er tevens in dat wetenschappelijke kennis niet toepasbaar is op de existentiële, intuïtieve aard van het menselijk bestaan, dat uniek, subjectief en onvoorspelbaar is. Wetenschap mag dan de zinvolste manier zijn om empirische, reproduceerbare data voort te brengen, maar het vermogen daartoe spruit voort uit haar onmacht om de belangrijkste aspecten van het menselijk bestaan te doorgronden: hoop, angst, liefde, haat, schoonheid, afgunst, eergevoel, zwakte, ambitie, lijden en deugdzaamheid.”

Kalanithi sterft in een ziekenhuis. Zijn vrouw schrijft:

“Toen de avondlijke duisternis de kamer in bezit nam en een lage wandlamp zacht licht verspreidde, werd Pauls ademhaling haperend en onregelmatig. Zijn lichaam bleef een rustige indruk maken, zijn armen en benen ontspannen. Kort voor negen uur ademde Paul in, zijn lippen vaneen en zijn ogen gesloten, en liet toen een laatste, diepe ademtocht vrij.”

In haar slotwoord schrijft ze ook:

“Het boek is in zekere zin onaf, gedwarsboomd door Pauls snel verslechterende conditie, maar dat is een belangrijk aspect van de waarheid, van de werkelijkheid die Paul onder ogen moest zien.”

 

Bron: Als adem lucht wordt. Paul Kalanithi. Uitgever Hollands Diep, ISBN: 9789048834587. Selectie door Rob Bruntink, Bureau MORbidee.

Auteur: Agora - Leven tot het einde

Meer links

IconClassfa-newspaper-o

Laat uw reactie achter

Dit formulier verzameld uw naam, e-mailadres, IP adres en content zodat we de reacties kunnen onderverdelen op de website. Voor meer informatie kan je naar onze Privacy Policy en Terms Of Use waar u meer informatie kan vinden over waar, hoe en waarom we uw gegevens bewaren.
Reactie toevoegen