Wmo en palliatieve zorg: hoe werkt deze 'samenwerking achter de voordeur'?

Aantal weergaven: 1116

Wmo en palliatieve zorg: hoe werkt deze 'samenwerking achter de voordeur'?

De Wmo-consulent is een belangrijke schakel in goede samenwerking tussen zorg en welzijn. Maar hoe werken Wmo-consulenten eigenlijk? Onlangs kwamen de Agora werkgroepen Psychosociaal en Professionele thuiszorg samen om de Wmo te bespreken. We delen de belangrijkste inzichten.

Wmo ondersteuning in de palliatieve fase
In hoeverre kan de Wmo ondersteuning bieden aan mensen in de palliatieve fase? Bijvoorbeeld op het gebied van hulpmiddelenverlening, maar ook zingeving, mantelzorgondersteuning, financiën, enzovoorts. Els Hekstra (projectcoördinator van de coalitie van betekenis tot het einde) en zelf opgeleid als Wmo-consulent, gaf uitleg over het werk van een Wmo-consulent, de ‘keukentafelgesprekken’ die zij voeren en de verschillen die hier per gemeente in kunnen zijn.

De rol van de Wmo-consulent
Kenmerkend voor de Wmo-consulent is dat deze een rol heeft als dienstverlener en uitvoerder van de wet. Hij of zij is dus geen hulpverlener en zorgt niet zelf voor patiënten. Maar de consulent zorgt er wel voor dát er iets gebeurt. Soms in dienst van de gemeente, soms aangehaakt bij een uitvoeringsorganisatie en vaak gekoppeld aan een wijkteam. Niet elke gemeente heeft een wijk- of gebiedsteam en de samenstelling daarvan kan verschillen.

Keukentafelgesprek
Een ‘keukentafelgesprek’ is het persoonlijke gesprek dat je voert op het moment dat iemand ondersteuning nodig heeft. De Wmo-consulent analyseert de aanvragen voor ondersteuning systematisch. Bijvoorbeeld via de 12 domeinen van de ZRM (Zelf Redzaamheid Matrix). Dat doet hij of zij tijdens en na het keukentafelgesprek en reageert daarbij vooral op wat de cliënt zelf aangeeft. Ook beoordeelt de consulent de zelfredzaamheid.

Ondersteuning bij het gesprek
Een tip voor de burger is om zich tijdens het gesprek bij te laten staan door een naaste, en/of gebruik te maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner die door de gemeente kosteloos beschikbaar moet worden gesteld. In elke gemeente is dat – vaak afhankelijk van de doelgroep - anders geregeld. Bijvoorbeeld via de welzijnsorganisatie, ouderenbond of MEE. Veel gemeenten zijn deze functie door een extra impuls van de rijksoverheid aan het ontwikkelen.

Tips voor zorgverleners
Els heeft een aantal tips voor zorgverleners in de palliatieve zorg:

  • Weet hoe in jouw gemeente de uitvoering van de Wmo geregeld is; hoe het beleidsmatig en operationeel georganiseerd is
  • Onderzoek hoe je als netwerk palliatieve zorg het beste binnen kunt komen. Maak je kenbaar en leg lijntjes, investeer in de relatie met Wmo uitvoerders
  • Zoek uit hoe het wijkteam werkt. Wie zitten daarin, wie neemt beslissingen of heeft doorzettingsmacht, zitten huisarts en wijkverpleegkundige in het team? Is er een vorm van casuïstiekbespreking waar sociaal werk ook vertegenwoordigd is?

Korte lijnen en elkaar kennen werkt vaak effectief zoals ook verpleegkundige Jelle Reijngoudt in zijn blog schreef.

Persona Anneke
Het tweede deel van de gezamenlijke werkgroepbijeenkomst werd besteed aan een van de persona’s die Agora heeft ontwikkeld. Aan de hand van een aangepast en uitgebreid ABC-model uit de richtlijn zingeving en spiritualiteit gingen we in gesprek over Anneke, een 63-jarige vrouw met COPD. Dit leverde een levendig gesprek op waarbij vooral de blinde vlekken werden benoemd. ‘Wat hebben de (Wmo) ondersteuners/zorgverleners/systeem’ gemist? Hier borduren de werkgroepen gezamenlijk op verder. Bijvoorbeeld of dit ABC-model op netwerkniveau in te vullen is met zorgverleners.

De aanwezigen vonden het zeer de moeite waard om in deze samenstelling uit te wisselen en elkaar te inspireren. Na de zomer gaan we hiermee verder.

Auteur: Sandrina Sangers

IconClassfa-newspaper-o

Login of registreer om commentaar toe te voegen.

Nieuwsbrief Agora