Ik weet het even niet meer - Blog Cees van der Boom

Aantal weergaven: 1451

Ze komen tegelijk binnenlopen, een vrouw en een man. Ik sta op om ze te begroeten en ik steek mijn hand uit. Zij omvat mijn hand met haar beide handen en in de tijdspanne van die handdruk zie ik heel veel emoties voorbijkomen. 

De handdruk is ferm en stevig maar ik voel dat ze weinig tot geen energie heeft. Daarna begroet ik de man, die meteen in snikken uitbarst. Ik heb nog geen idee wat er aan de hand is en ik schenk eerst maar eens koffie in. De vrouw lijkt te verstillen en roert in gedachten de koffie. De man pakt het kopje met beide handen vast en lijkt niet goed te weten hoe te beginnen.

Daarom neem ik het voortouw: “Welkom,” zeg ik, heel rustig en uitnodigend. “Wat kan ik voor jullie doen?”

“Ik ben hier omdat mijn vrouw het zo nodig vond om hier te komen,” zegt hij. Zijn vrouw knikt en legt haar hand liefdevol op zijn arm. “Voor mij hoefde dat niet zo, maar als ik haar daarmee een plezier kan doen …” “Ja,” zegt ze alleen. “Dat vind ik.” Hij kijkt haar even liefdevol aan en richt dan zijn aandacht weer op mij. “Ik heb uitgezaaide longkanker; er is niets meer aan te doen.” Vertwijfeld kijkt hij mij aan … “Ik ga dood. Dat weet ik.”

Elke keer als ik dat hoor, komt dat toch weer rauw op mijn dak. Heel even weet ik niets te zeggen. “Goh. Jeetje …,” stamel ik. “En nu?” Het lijkt een ongepaste vraag. Toch ben ik ook benieuwd wat de reden van hun bezoek is.

Hij is een echte regelaar en vertelt dat hij alles al besproken en geregeld heeft. Hij heeft een hele goede band met zijn huisarts en hij kan goed met haar praten en overleggen. Met haar besprak hij al euthanasie bij ondraaglijk lijden. Ik merk aan hem dat hij daar toch wel bang en onzeker over is. Zijn stem hapert even. Hij kijkt zijn vrouw aan en zegt: “We treffen het met onze huisarts, hè? Zij stelt mij wel gerust; jou ook toch?” Zijn vrouw knikt instemmend, maar kijkt ook zorgelijk.

“Ook mijn uitvaart is al tot in de puntjes geregeld. Het hele scenario heb ik al klaarliggen met mooie muziek en al,” zegt hij bijna uitdagend. Hij kijkt tevreden en richt zijn aandacht weer op het kopje koffie. Zijn vrouw pinkt, bijna onmerkbaar, een traantje weg. Hij ziet het niet, maar ik wel. 

Voordat ik kan vragen hoe het met haar is, vertelt hij vol trots over zijn baan als projectplanner in de bouw. De grootste projecten rondde hij, ondanks de vele complicaties die hij soms tegenkwam, just-in-time af. Hij straalt als hij dat vertelt. Vol trots begint hij te vertellen over een project waarbij alles-en-nog-wat mis leek te gaan. Hoe hij steeds opnieuw oplossingen wist te bedenken en alsnog de deadlines wist te realiseren door out-of-the-box-denken en vergaande samenwerkingen met allerlei partijen die anderen eerst niet voor mogelijk hielden.

Ineens stopt hij met zijn verhaal en valt hij stil. “Dit project kan ik niet regelen, hè?” zegt hij. “Hoe kan ik nu regie pakken als ik geen regie heb. Jij hebt het toch altijd over zelfregie?” Vertwijfeld, bijna radeloos en ook een ietsiepietsie verwijtend kijkt hij mij aan. “Hoe doen anderen dat?” Hij kijkt mij aan alsof ik direct een kant-en-klare en voor hem passende oplossing heb. “Ik … ik … ik weet het even niet meer …” 

“Dit project kan ik niet regelen, hè?” zegt hij. “Hoe kan ik nu regie pakken als ik geen regie heb?"

Ik kan allerlei verhalen gaan vertellen, maar dat zie ik niet als een passende oplossing. “Waar ben je het meest bang voor?” vraag ik hem. Bijna direct antwoordt hij: “Voor ondraaglijk lijden.” Het gesprek gaat vervolgens over wat hij dan ziet als lijden en als ondraaglijk lijden. “Ik heb nu soms al heel veel pijn,” zegt hij. “Wanneer is het voor jou ondraaglijk?” vraag ik hem. Hij valt even stil. “Je huisarts moet weten wanneer het voor jou ondraaglijk is. Jij zult haar dat duidelijk moeten maken als het zover is.” 

Het is nu minutenlang stil. Zijn vrouw zit aan een stuk door ja te knikken. Ze kijkt mij aan en geeft mij een knipoog. Blijkbaar is dit dé onuitgesproken vraag die al zo lang tussen hen in staat. Met tranen in zijn ogen zegt hij ineens: “Potverdikke. Da’s wel een hele rake vraag… Ook wel heel treffend…”

Zijn vrouw valt nu in: “Ik heb nog een heel andere vraag. ’s Morgens is hij op zijn best en ik wil zo ontzettend graag met hem nog leuke dingen doen, leuke herinneringen maken.” Opnieuw rolt er een grote traan langs haar wangen. “Begrijp ik uit je vraag dat dit nu niet kan?”, vraag ik. “Nee,” zegt ze. “De bedrijfsarts gaf aan dat ik nu weer moet re-integreren. Ik heb een hele zware burn-out gehad.” “Tjonge,” zeg ik, “Dit komt er dan ineens bij?” “Ja, mijn man kreeg 5 maanden geleden deze diagnose." Ook de P&O-functionaris zegt nu dat ik in de ochtenden moet re-integreren. Maar als ik ’s middags thuiskom, ligt hij op bed; dan is hij óp. ’s Avonds heeft hij de kracht niet meer om erop uit te trekken.”

Heel even ben ik met stomheid geslagen. “Kan dat re-integreren dan niet ’s middags zodat je er in de ochtenden samen lekker op uit kunt trekken?”, vraag ik haar. Het ongeloof moet duimendik op mijn gezicht af te lezen zijn. “Mag ik dit dan wel vragen?” zegt ze ongelovig. “Ik zou eens opnieuw in gesprek gaan en vooral ook vertellen waarom je de re-integratie anders vorm wil geven", zeg ik. "Ik kan me niet voorstellen dat ze daar ongevoelig voor zijn.” Dit is nieuw voor haar en ik zie de opluchting doorbreken op haar gezicht en ook dat van haar man.

Ik zie de opluchting doorbreken op haar gezicht en dat van haar man

We kijken op de klok en zien dat we al enkele uren hebben zitten praten. Hij is moe en stapt op. Zijn vrouw kijkt mij dankbaar aan. En hij? Hij geeft een forse dreun op m’n schouder: “Ik ben toch wel héél blij dat ik naar mijn vrouw luisterde. Ik weet nu hoe ik ‘zelfregie’ ter hand kan nemen. Dank je wel!”

© Cees van der Boom, coördinator van Inloophuis Robijn huijs

Cees: "Mensen die de diagnose kanker krijgen, kunnen hun agenda weggooien. Er ontstaat dan een nieuwe werkelijkheid: die van het ziekenhuis. Heel vaak is er aandacht voor de ziekte en het medisch-technisch handelen, maar niet (altijd) voor de mens. De diagnose betekent een confrontatie met de kwetsbaarheid en eindigheid van het leven en dat leidt tot hulpvragen op psychosociaal en existentieel gebied. Ik vraag aandacht voor die zijns-vragen in mijn storytelling; verhalen die je raken, die ertoe doen in de hoop je te inspireren"

Disclaimer - Ter bescherming van privacy zijn essentiële persoonskarakteristieken gewijzigd of verwijderd en daardoor niet herleidbaar naar specifieke personen dan wel zijn er fictionele elementen toegevoegd. De afbeeldingen bij de storytelling zijn stockfoto’s.


Auteur: Cees van der Boom

Meer links

IconClassfa-newspaper-o

1 reactie(s) op artikel "Ik weet het even niet meer - Blog Cees van der Boom"

Avatar image
Sem
25-2-2019 21:25

Ik ben je enorm dankbaar voor je eerlijke en goed onderbouwde blogs, so keep up the good work! Dank

groeten,

Sem

www.wiebelter.info

Laat uw reactie achter

Dit formulier verzameld uw naam, e-mailadres, IP adres en content zodat we de reacties kunnen onderverdelen op de website. Voor meer informatie kan je naar onze Privacy Policy en Terms Of Use waar u meer informatie kan vinden over waar, hoe en waarom we uw gegevens bewaren.
Reactie toevoegen