Zijn laatste wensen - Blog Nathalie van de Pol
Zijn laatste wensen - Blog Nathalie van de Pol

Aantal weergaven: 2688

Zijn laatste wensen

Hij gaat sterven. Ik sta naast zijn bed. Naast mij de twee begeleiders met wie ik naar het ziekenhuis ben getogen. Eén van hen had hem gevonden op de koude badkamervloer. Hoe lang zou hij daar hebben gelegen? Een hele nacht, een uur? Zijn kreunen verraadde dat hij nog in leven was. 

Met gillende sirenes was hij meegenomen naar het ziekenhuis en sindsdien had ze hem niet meer gezien. Ze kreeg het niet van haar netvlies: dat mensonterende beeld van hem op die koude vloer. En nu lag hij daar, vol met slangen. Gepiep vult zijn kamer. Een hersenbloeding luidt de diagnose. De prognose is slecht. Hij is niet meer bij kennis geweest, maar leek stabiel. Tot nu. 
 
We hadden haar meegenomen omdat we dachten dat het haar zou helpen; niet meer dat beeld van hem op die koude vloer, maar rustig liggend in het ziekenhuisbed. De afgelopen dag waren meerdere collega’s en zijn goede vriend bij hem langs gegaan. Iedereen zag dat het ernstig was, maar hij lag er rustig bij. Ook net nog. 
 
Zijn familie, broer en zussen vertrokken toen wij binnen kwamen. Ze gingen naar huis. Niet wetend hoe lang dit slopende wachten nog zou duren. Wachten en hopen. Hopen waarop? Hij zou dit niet willen. Hij zou zo niet willen leven. Niet als een kasplantje. Eigen regie was heel belangrijk voor hem.  
 
Als klein kind had hij door een ongeluk een hersenbeschadiging opgelopen. En sindsdien had hij een onstuimig leven geleid. Na vele jaren hulpverlening en zorg woonde hij de laatste tien jaar bij ons. In een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Hij leek er op zijn plek. Had er zijn vrienden, rookte zijn sigaartjes en was vaste klant bij de bakker in het dorp. Dagelijks kwam hij daar zijn kopje koffie halen. 
 
Ik zag het meteen toen we binnenstapten: dit ging niet goed. Onrustig bewoog hij met zijn lijf, een wezenloze blik in zijn ogen. Het gepiep van de monitor was onregelmatig en indringend. Snel keken we elkaar aan. Ik riep de verpleging. Familie wordt gebeld. Ze moeten meteen komen. Het einde is in zicht. Met zijn drieën staan we op de gang. Mijn twee collega’s en ik. Wat gaan we doen?  Ze besluit niet te willen blijven. Ze gaat naar huis. Ik voel een knoop in mijn maag. Was dit wel een goed idee? We wilden dat nare beeld van haar netvlies laten verdwijnen en nu gebeurde dit. Mijn collega brengt haar thuis en checkt of het goed gaat. “Ja echt” zegt ze dapper. 
 
Met zijn tweeën zitten we even later weer aan zijn bed. Hij mag nu niet alleen zijn. We houden zijn hand vast en praten zachtjes tegen hem: rustig maar, toe maar, het is goed. Zijn familie is weer onderweg. Ze waren net thuis dus het duurt nog even voor ze hier zijn. Anderhalf uur rijden. Anderhalf uur… zouden ze op tijd zijn? 
 
Ik kijk hem aan. De leegte in zijn ogen slaat dwars door mij heen. Nog nooit heb ik de dood zo heftig binnen zien dringen. Zijn lichaam schokt, zijn hoofd schudt. Hij balt zijn vuist. Ik pak hem vast en aai er zachtjes overheen.  “Rustig maar, stil maar, we zijn bij je”. Ik hoop maar dat hij hier niets meer van hoort, dat hij niets meer voelt. En dat hij niet doorheeft hoe heftig zijn lichaam nog protesteert. 
 
Langzaam glijdt het leven uit zijn lijf. We zien het en we voelen het. We kijken elkaar aan: laat het snel gaan, laat hem rusten! En net als we denken dat het over is, klopt zijn hart plotseling weer door. Het was voor even, een minuutje misschien. Dan glijdt het laatste leven uit hem weg. 
 
Ze komen net te laat. Hij is al overleden. En wanneer ze binnen komen, kijken ze geschokt. Ze snikken. Wij slikken, vertellen dat we bij hem waren en hij niet alleen is geweest. Dan lopen we naar de gang.  
 

Zijn laatste wensen. Het staat er echt: “Ik wil afgelegd worden door familie, of begeleiding niet door een vreemde.” We laten het hen lezen. Zijn zussen schudden hun hoofd. Zij durven dit niet. Het is zijn wens, schiet er door mijn hoofd. Zijn laatste wens. Onze ogen vinden elkaar. Wil je? Durf je? Weet je het zeker? We knikken: samen gaan we dit doen. 

Midden in de nacht lopen we het ziekenhuis uit. Bij onze auto’s staan we stil. Dank je wel, zeggen we tegen elkaar. Dank je wel dat we dit samen hebben kunnen doen. We nemen afscheid en zeggen tot straks. Over een paar uur zullen we zijn medebewoners en onze collega’s vertellen dat hij overleden is. Maar nu gaan we naar huis. Eerst maar proberen te slapen. 

(c) Nathalie van de Pol
Locatiemanager in de gehandicaptenzorg bij Stichting Philadelphia Zorg

Nathalie: "Managers zijn niet alleen maar zakelijke mensen. Hopelijk herken je dat in deze blog. Ik doe dit werk met mijn hoofd EN hart."


Nathalie van de Pol stuurde dit ervaringsverhaal in naar aanleiding van de blogwedstrijd van Agora. Zij won met deze blog een van de vijf bundels 'Slotcouplet' van Sander de Hosson.

Disclaimer: in verband met privacy en herleidbaarheid zijn een aantal essentiële cliëntkarakteristieken gewijzigd of verwijderd dan wel fictionele elementen toegevoegd. De afbeelding bij het verhaal is een stockfoto.

Auteur: Gastblogger

Meer links

IconClassfa-newspaper-o

1 reactie(s) op artikel "Zijn laatste wensen - Blog Nathalie van de Pol"


Karen Schloszer
21-4-2018 16:17

Heel mooi en integer geschreven. Fijn dat er ook managers zoals jij bestaan.

Laat uw reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen