Afscheid - Blog Sander de Hosson
Afscheid - Blog Sander de Hosson

Aantal weergaven: 7593

Afscheid

"Pak haar handen vast." Dan gebeurt het. Mijn moeder opent haar ogen. Ogen die al dagen, misschien al weken gesloten zijn gebleven.

Toen mijn moeder in het najaar van 2009 belde dat ze duizelig en misselijk was, wist ik meteen dat er iets helemaal niet in orde was. De klachten kwamen boven op een hoofdpijn die ze al weken had. Later zouden vriendinnen vertellen dat ze vergeetachtiger was en afspraken miste. Dat was niets voor mijn moeder, want punctualiteit is een van de eigenschappen die mij door haar met de paplepel ingegoten zijn.

Het was direct duidelijk dat de huisarts en vervolgens de neuroloog haar klachten niet vertrouwden, want nog geen week later zitten we met z’n allen – mijn moeder en vader naast elkaar, mijn broers, zus en ik eromheen – tegenover de neuroloog om de uitslag van de hersenscan te horen. Het blijkt tot onze verbijstering te gaan om een tumor in haar hoofd. ‘Ik weet nog niet of het kwaadaardig is,’ zegt de neuroloog.

Vlot van ijdele hoop
Het vermoeden dat het om een goedaardige ziekte kan gaan, wordt gevoed doordat in haar longen sarcoïdose is vastgesteld, een ontstekingsziekte die ook in het hoofd afwijkingen kan veroorzaken. Ze blijkt goed te reageren op dexamethason en later op nog geavanceerdere medicatie: niet alleen haar klachtenpatroon verbetert, maar ook de tumor in haar hoofd wordt kleiner. Tot de laatste twee maanden van haar leven vieren we ‘dat het allemaal goed zal komen’. Als ze acht maanden na de eerste diagnose wordt opgenomen met een longontsteking door verslikking en de scan weer herhaald wordt, blijkt dat we al die maanden op een vlot van ijdele hoop hebben geleefd. De tumor is verviervoudigd en vanaf dit moment is volstrekt duidelijk dat in het hoofd van mijn moeder kanker groeit. Er is geen redden meer aan; in de weken erna gaat ze snel achteruit.

"Je moet nu de zoon zijn en niet de arts." De huisarts kijkt me doordringend aan nadat mijn vader haar verteld heeft dat ik longarts in opleiding ben. Ze heeft ons net laten weten dat mijn moeder de komende dagen doodgaat. Hoewel het nieuws niet onverwacht komt, doet het ongelooflijk veel pijn deze woorden uitgesproken te horen worden.

"Ja, natuurlijk", mompel ik, maar ik zeg iets heel anders dan ik denk. Ik begrijp heus de goede bedoeling van haar opmerking, maar hoe in hemelsnaam kan ik nu nog iemand anders zijn dan haar zoon? Een zoon met heel veel verdriet.

Mijn moeder was 64 toen ze ziek werd. Haar inzicht in de situatie, haar begrip van de ziekte was vanaf die eerste weken al verdwenen, want de afwijking drukte precies op het gebied waar haar oordeelsvermogen zetelde. Ik weet nog steeds niet of ik dat als iets positiefs heb ervaren. Aan de ene kant vind ik het fijn dat ze zich weinig zorgen heeft gemaakt over haar verwoestende lot. Aan de andere kant betreur ik dat ik nooit een gesprek met haar heb kunnen voeren om echt afscheid te nemen.

Ik koester het moment waarop ze, ver in het ziekteproces, op een bed in het ziekenhuis ligt en mijn "Ik hou van jou" beantwoordt met "Dat weet ik". Meer woorden uitbrengen lukt haar niet, maar het is voor mij een krachtige bevestiging van de diepe verbinding die ik mijn hele leven met haar voelde.

Indrukwekkende afscheidstijd
In samenspraak met de huisarts besluiten we om haar over te plaatsen naar een hospice, waar ze de laatste week van haar leven verblijft. Er bestaan simpelweg geen woorden die recht doen aan de ondersteuning die de verpleegkundigen en vrijwilligers van dit hospice mijn moeder en ons gezin bieden. Het warme onthaal haalt de scherpe randen van ons verdriet af en zorgt ervoor dat er niets dan ruimte is voor een indrukwekkende afscheidstijd, al is mijn moeder al die dagen nauwelijks meer aanspreekbaar. 

Als ze op de laatste avond benauwder wordt en ik samen met mijn tweelingzus aan de verpleegkundige vraag of ze daar medicijnen voor kan krijgen, besluit deze na overleg met de arts morfine te geven. Als ze de naald in het bovenbeen van mijn moeder plaatst, vertrekt mijn moeder geen spier. "Ze is echt heel ver weg", bevestigt de verpleegkundige en wij knikken.

In de minuten erna zien we dat haar ademhaling rustiger en dieper wordt. "Hoelang kan het duren?" vraagt mijn broer mij. "Dat weet ik niet. Soms lang", antwoord ik. Ik kijk voor me uit. Iedereen is om het bed gaan zitten en ik voel de intieme sfeer. We praten, kunnen zomaar ineens heel verdrietig en stil zijn, maar ook zijn er momenten waarop we lachen. Mijn vader zit direct naast haar en houdt steeds haar hand vast. Ik zie op de gezichten van mijn zus en broer spanning en ontspanning elkaar in een snel tempo afwisselen. Ik ben trots op iedereen om het bed. Het is een adembenemende ervaring waarvan ik me elk detail kan herinneren.

Nog geen kwartier na die morfine-injectie schrik ik als iemand zegt: "Daar gaat ze al."

Ik houd mijn adem in en zie inderdaad dat ze bleker wordt en dat haar ademhaling helemaal verandert. Het lijkt precies op al die keren dat ik dit in mijn werk heb meegemaakt, maar het voelt totaal anders. Als arts lukt het me om afstand te nemen, toe te kijken en mijn kennis toe te passen om het proces op een goede manier te begeleiden; als zoon voel ik dat de emotie zich in een totaal andere dimensie bevindt. Toch zeg ik precies wat ik als arts ook zou hebben gezegd: "Pak haar handen vast." Mijn vader omklemt nu ook met zijn andere hand haar hand, en mijn zus grijpt de andere.

Waardevolle laatste gift
Dan gebeurt het. Mijn moeder opent haar ogen. Ogen die al dagen, misschien al weken gesloten zijn gebleven. Tot onze verbazing heft ze haar hoofd op en draait het naar links. Ze kijkt mijn zus en haar man aan, heel kort, heel intens, en dan doet ze hetzelfde bij mijn broer en mijn tante. Vervolgens draait ze haar hoofd naar mij en kijkt me recht aan, misschien vragend of verbaasd, maar het stelt me gerust. Als laatste kijkt ze naar mijn vader, die naast me zit. Naar hem kijkt ze het langste, al zal het niet veel meer dan een seconde geweest zijn. Dan legt ze haar hoofd rustig en beheerst terug op het kussen en ademt nog een laatste keer. Met een zachte kreun stopt ze met leven.

Het zal voor ons altijd een vraag blijven hoe onze moeder na dagen bewusteloosheid de laatste tien seconden van haar leven ineens zo helder was. Ik omarm haar afscheid als een waardevolle laatste gift.

Deze column is opgenomen in de bundel ‘Slotcouplet’ die dinsdag 20 maart verschijnt. De bundel bevat vrijwel alle verhalen die de laatste drie jaar zijn gepubliceerd op de website van Agora, aangevuld met enkele niet eerder gepubliceerde verhalen.

(c) Longarts Sander de Hosson


Auteur: Sander de Hosson

Meer links

IconClassfa-newspaper-o

7 reactie(s) op artikel "Afscheid - Blog Sander de Hosson"


Roelien bakker
17-3-2018 16:12

ik ben er stil van, wat komt dit verhaal binnen, mede doordat mijn moeder een aantal weken geleden is overleden.



Bea Lammerts
17-3-2018 22:15

Al is het in juli 34 jaren geleden, die laatste minuten die hier worden omschreven, zijn zeer, zeer herkenbaar.



Lianne Boon
18-3-2018 11:31

Wat een herkenbaar verhaal en wat fijn dat de hele familie die gift heeft gekregen.

Ik heb zelf ook zo’n blik gekregen de laatste nacht voor dat mijn vader stierf. Voor mij een bijzonder geschenk dat ik ook mijn moeder zo gegund had maar helaas niet zo heeft mogen zijn. Wat mooi om zo iets met de hele familie te ervaren.



Annie Hofstede
18-3-2018 15:59

Ik ben er stil van héél herkenbaar. De wijkzuster was destijds bij ons thuis. "Geef je maar over" zei ze tegen mijn stervende echtgenoot. Hij deed zijn ogen open, keek naar zijn zoon, naar zijn dochter en daarna naar mij. Kneep me in mijn hand en ging ervan door, zoals wij zijn overlijden noemden.



J.M.Bouman van Jeveren
18-3-2018 16:37

Mijn ervaring was minder mooi, mijn man had het stikkend benauwd,en wilde dat ik hem hielp, wist niet hoe, hoor hem nog steeds roepen, help, help, jij moet het doen!!!

De dokter had hem beloofd te helpen, maar wachtte daar toch weer te lang mee, uiteindelijk kreeg hij de volgende dag een pomp met slaapmedicatie, na een nare nacht van roggelen , is hij de volgende morgen ingeslapen, zonder nog wakker te worden, zijn hart was heel zwak, en z"n buik zat vol tumoren , die uitgezaaid waren zware bloedarmoede dit was pas ontdekt na een vreselijke darmbloeding op een nacht, in de badkamer. Hij was al maanden erg vermoeid en kortademig en de laatste tijd erg benauwd, ik heb hem thuis verzorgd, ik ben 80 en mijn man is bijna 88 jaar geworden, maar ik had nog zo graag echt afscheid willen nemen.



Annie Hofstede
19-3-2018 00:12

Wat erg, wij hadden een prima huisarts en hebben gelukkig alles bespreekbaar kunnen maken zodat het afscheid minder moeilijk werd. Mijn echtgenoot is 61 jaar geworden.



Anja
22-7-2018 07:34

Wat herkenbaar.!!ook tegen mij zei de arts en nu moet je dochter zijn en geen verpleegkundige meer, toen mijn vader aan het laatste stukje van zijn leven begon. Hoe doe je dat? Hoe schakel je je professie uit, wat je met zoveel liefde doet? Juist de laatste fase van iemands leven.En mijn vader zei tegen iedereen:Anja mag niet meer voor mij zorgen, dat vind ik erg. Gelukkig heb ik het wel kunnen combineren en heb ik hem tot het einde toe verzorgd, en ook na zijn einde. Niemand neemt mij dat meer af. Het was/is mijn manier van verwerken geweest, en ik ben dankbaar dat ik daar de kracht voor heb gekregen

Laat uw reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen