16-03-2009
Het Trimbos-instituut heeft een quickscan gedaan om in kaart te brengen hoeveel klinisch opgenomen psychiatrische patiënten er jaarlijks op natuurlijke wijze overlijden in Nederland. In 2008 overleden 558 klinisch opgenomen cliënten op natuurlijke wijze. In 2002 was dit aantal 628.
Deze quickscan is uitgevoerd in het kader van een ruimer onderzoek naar de zorgpraktijk rondom het levenseinde van mensen met psychiatrische problemen die in de GGZ verblijven.
Meest voorkomende ziektebeeld waaraan cliënten overlijden zijn respectievelijk ziekten van het hart en vaatstelsel, ziekten van de ademhalingsorganen en nieuwvormingen (kanker). Het aantal overledenen neemt toe naarmate de beddencapaciteit van de instelling groter is. Gemiddeld waren cliënten bina 9 jaar klinisch opgenomen op het moment van overlijden.
Uit een vergelijking van de cijfers blijkt dat in de algemene bevolking mensen op een hogere leeftijd overlijden dan klinisch opgenomen cliënten. Het percentage mannen en vrouwen dat op natuurlijk wijze overleed in psychiatrische ziekenhuizen ligt ongeveer gelijk aan het percentage in de algemene bevolking.
Bij de cijfers worden enkele kanttekeningen geplaatst. Zowel in de Doodsoorzakenstatistiek, als in de registraties van de GGZ-instellingen wordt niet bijgehouden of cliënten een plotselinge dood zijn gestorven, of dat er sprake is geweest van een ziekbed.
Op basis van de huidige cijfers kunnen dus geen uitspraken worden gedaan over de behoefte aan palliatieve terminale zorg. Om een beeld te krijgen van hoeveel cliënten in de GGZ in aanmerking komen voor palliatieve zorg is daarom vervolgonderzoek nodig.
Aantal keer bekeken: 3243
Terug
Quickscan palliatieve terminale zorg in de geestelijke gezondheidszorg