Nieuws

’Sterven een levensverhaal’

Aantal weergaven: 2085

Bespiegeling van het boek 'Sterven een levensverhaal'

"Het is een buitenkans lotgenoten te vinden die net als jij meer willen weten, het initiatief willen nemen en willen lachen in het zicht van onze sterfelijkheid."

Cory Taylor is één van de meest bekende Australische auteurs. In 2005, kort voor haar 50e verjaardag, kreeg ze de diagnose melanoom, stadium vier. Na een aanvankelijk rustige periode – ondanks uitzaaiingen in de lymfeklieren en andere lichaamsdelen – ging het sinds 2014 achteruit. In enkele maanden voor het sterven, in 2016, schreef ze ‘Sterven een levensverhaal’. Het is recent vertaald.

Bij vele artsen ontmoet Taylor weerzin om het stervensproces over te laten aan de patiënt zelf. Het inspireert haar het boek te schrijven dat ze kort voor haar overlijden weet af te ronden: 

“Ik vraag me af of die weerzin wellicht voortkomt uit de algemenere overtuiging in de medische wereld dat de dood eigenlijk een soort falen betekent. En ik vraag me af of deze overtuiging tot de hele buitenwereld is doorgesijpeld in de vorm van weerzin tegen de dood als idee op zich, alsof we de naakte feiten van de sterfelijkheid geheel uit ons bewustzijn kunnen bannen. Iets nuttelozer kun je haast niet doen, want als kanker ons iets leert dan is het wel dat we voortdurend bij bosjes doodgaan. (…) Daarom ben ik dit boek gaan schrijven. Het gaat niet zoals zou moeten. Voor veel mensen is de dood onbespreekbaar geworden, een verschrikkelijke stilte. Maar de stervenden hebben daar niets aan en zijn nu waarschijnlijk eenzamer dan ooit. Zo ervaar ik het tenminste.”

Die eenzaamheid verrast haar volledig: 

“Hoewel de dood alomtegenwoordig is, lijken er vreemd genoeg maar weinig gelegenheden te zijn waar publiekelijk over sterven wordt gesproken.”

Ze bezoekt bijeenkomsten van Exit, een organisatie die zich inzet voor wetgeving op het gebied van hulp bij zelfdoding. Daar kan volop, en in alle openheid, over de dood gesproken worden, en daar voelt ze zich gedragen:

“Ik vind vooral steun in de kameraadschappelijke sfeer op die bijeenkomsten. Er is moed voor nodig om over je eigen dood na te denken en dat is, zoals ik al zei, onbeschrijflijk eenzaam. Het is een buitenkans lotgenoten te vinden die net als jij meer willen weten, het initiatief willen nemen en willen lachen in het zicht van onze sterfelijkheid. Wat een verschil met de ervaring in de ziekenhuiswachtkamer, waar je in een sombere kudde bijeen zit onder de schetterende televisies aan de muren. (…) In ziekenhuizen praten we niet over de dood, daar praten we over behandelingen. Na zulke consulten had ik altijd het gevoel dat ik door het gesprek in mijn mens-zijn was aangetast, dat ik tot louter en alleen mijn ziekte was gereduceerd, dat verder alles waardoor ik ben wie ik ben was weggevallen.”

Week na week merkt ze dat haar energie afneemt, en dat daarmee de beperkingen juist toenemen. Wandelen gaat niet meer, naar het strand gaan lukt niet meer, het fietsen moet ze opgeven en ook autorijden durft ze op een gegeven moment niet meer.

“En zo gaat het maar door, die eindeloze lijst pleziertjes waar ik niet meer toe in staat ben. Het heeft natuurlijk geen zin ze te missen want daar komen ze niet van terug, maar al die aangenaamheden laten onvermijdelijk een vreselijke leegte achter als ze weg zijn. Ik ben alleen maar dankbaar dat ik er zoveel van heb genoten toen ik de gelegenheid had. In dat opzicht heb ik een gezegend leven gehad, met talloze genoegens. Wanneer je doodgaat kunnen zelfs je onaangenaamste herinneringen een zekere tederheid oproepen, alsof het genoegen niet beperkt blijft tot de goede tijden maar als een streng gouddraad met je levensdagen is verweven.”

Tijdens haar achteruitgang, gaat één van de verpleegkundigen die regelmatig bij haar op bezoek kwam, dood. Ze vergelijkt dit plotse sterven met haar langzame dood:

“Het was zo plotseling, zo onverwacht, iets wat je eraan herinnert dat het leven kwetsbaar is. (…) Ik vond het jammer dat ze niet net als ik de kans had gekregen uitgebreid afscheid te nemen van degenen van wie ze hield, of hen voor te bereiden op een leven zonder haar, voor zover dat mogelijk is. Bij een plotse dood wordt dan wel al het akelige voorwerk geschrapt, maar ik stel me zo voor dat daardoor een vreselijke spijt ontstaat om alles wat voorgoed onbesproken blijft. Een langzame dood, zoals de mijne, heeft één voordeel. Je hebt alle tijd om te praten, anderen te vertellen wat je vindt, te proberen de zin te zien van de hele zaak, van het leven dat zijn einde nadert, zowel voor jezelf als voor de achterblijvers.”

Het schrijven van het boek heeft haar daarbij geholpen:

“Ik geef vorm aan mijn dood zodat anderen en ikzelf mijn dood goed kunnen zien. En ik maak het sterven draaglijk voor mezelf.”

Bron: Sterven een levensverhaal. Cory Taylor. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam. ISBN: 9789038803623. Selectie door Rob Bruntink. Bureau MORbidee.


Auteur: Agora - Leven tot het einde

IconClassfa-newspaper-o

Laat uw reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen