Nieuws

Verpleegkundige Ouderenzorg Francien Bos - Oer

Aantal weergaven: 21267

Oer

Emoties wisselden zich in razend tempo af. Verdriet omdat wij haar gingen verliezen, maar ook opluchting. Intens.

Mijn oma werd op 70-jarige leeftijd getroffen door vasculaire dementie. Een opname op de gesloten afdeling van een verpleeghuis volgde. Na vier dagen opname nam zij een drastisch besluit. Ze stopte met eten en drinken. Zeer efficiënt want na acht dagen bezweek zij. Mijn moeder achterlatend met een hartgrondige wens: dit zelf nooit te hoeven doorstaan.

Opname
Mijn moeders 69ste levensjaar brak aan. Een dag na haar verjaardag belde een bezorgde collega. Ma was op zondag op haar werk verschenen. Maar ze werkte nooit op zondag. Het was het begin van een bijzonder verwarrende roerige periode. Waarna al snel bleek dat thuis wonen niet meer ging. Een opname in het verpleeghuis volgde. Ze was woedend en beschuldigde ons haar kinderen ervan “haar te hebben laten opsluiten”. Ze zou uiteindelijk negen jaar op de gesloten afdeling verblijven. Naarmate het dementieproces haar brein vertroebelde kwam haar zachte kant boven. Vrolijk en goedlachs. Ze was de jongste van haar groep. Mijn moeder in haar veelkleurige leggings en trendy zijde blouses. Een paradijsvogel tussen de grijze permanentjes en bloemetjesjurken. Ik vond het erg confronterend om met mijn twee kleine kinderen bij haar op bezoek te gaan.

Ik kom thuis na een enerverende dagdienst. Ik ben zelf werkzaam als verpleegkundige in de ouderenzorg. Op het scherm van mijn mobieltje prijken zes gemiste oproepen afkomstig uit het verpleeghuis. Of ik al op de hoogte ben van het feit dat mijn moeder ziek is? Verslikt tijdens het ontbijt, braken, koorts en vol klinkend. De zeer kordate en jong klinkende verpleeghuisarts belt zelf. In staccato ratelt hij zijn diagnose. Vervuld van slechte prognoses. Al snel vervallen wij in een gesprek over vlindernaaldjes en Midalzolam. Mij bekruipt het gevoel dat ik in een slechte film beland ben. Hij klinkt bezorgd en ik word dat nu ook. Ik verbreek het telefoongesprek en neem direct contact op met mijn broers.

Comfort
We zijn het erover eens te handelen conform de wens van mijn moeder. Het is goed zo. Geen ziekenhuisopname, geen antibiotica. Alleen maar comfort. Er wordt die middag nog gestart met een combinatie van morfine en midazolam. Ma wordt onder zeil gebracht. En wij maken ons op om bij haar sterfbed te waken. Ik, mijn partner en mijn broer. De zusters op de afdeling vergeten ons niet. Eten en drinken wordt af en aan gebracht, er wordt veel gelachen. Als wij niet beter zouden weten zou het zo een gezellig treffen kunnen zijn. Ware het niet dat de hoofdpersoon er stilletjes en bleek bij ligt.

Ik word in eerste instantie getroffen door een groot gevoel van onbehagen. Dit is het dus. Zo werkt het. En zo gaat het. In mijn werk als verpleegkundige veilig in mijn uniformjasje maak ik beroepsmatige keuzes die nu al heel anders aanvoelen omdat het mijzelf betreft. Daar waar ik als verpleegkundige tracht familie zo goed mogelijk te begeleiden, kom ik nu zelf in deze schoenen te staan. Ze passen mij niet.

Wachten
Wat had ik mij als jonge leerling verpleegkundige in het Deventer Ziekenhuis soms met lichte wrevel en verbazing geïrriteerd aan weer zo’n familie die na een paar dagen ongeduldig werd. “Kan die pomp niet wat sneller?”. “Kan hier geen einde aan komen?”. “Wij willen dat het nu stopt!”. Waarop de arts dan maar weer met engelengeduld trachtte uit te leggen dat dit niet mogelijk was. Dat er dan sprake van euthanasie zou zijn. En ik nog eens benadrukte dat het een natuurlijk proces moest zijn. Dat het hoofd al afscheid had genomen van het leven, maar het lichaam de nieuwe situatie moest gaan accepteren, het leven los moest laten. Waken trekt een wissel.

Na twee dagen fulltime waken, waren we uitgeteld en bijna in staat naast haar in bed plaats te nemen. Het is bijzonder te merken hoe je professionaliteit als zorgverlener onderuit wordt gehaald als het een eigen familielid betreft. Als verpleegkundige beschik ik over een prima klinische blik en een sterk ontwikkeld onderbuikgevoel. Maar nu werd ik bijna lachwekkend en ongeloofwaardig. Op dag drie was ik overtuigd dat het einde na bij was (en dat was op dag een en dag twee ook al zo). Het schoonmaken van mijn moeders mondholte lukte mij niet. Ik moest ervan kokhalzen. Er ontwaarde zich die ochtend een aaneengeschakeld net van donkere lijkvlekken over mijn moeders benen. ‘s Avonds waren ze allemaal weer verdwenen.

Vierde dag
De dood waarde rond over het gezicht van mijn moeder. Elk afwijkend ander kuchje dan de voorgaande maakte dat wij opsprongen. Er vast van overtuigd dat het nu dan toch zover was. Maar het leven en de dood lieten zich niet leiden. Volgde hun eigen pad. Mijn moeder begon er naar uit te zien. Als een lamgeslagen bleek vogeltje lag ze daar. Een strak gelaat, open mond, bleek, klam, terminale koorts. In niets meer mijn flamboyante extraverte moeder. Ze leek geen pijn te hebben, niet benauwd te zijn. Comfortabel. Emoties wisselden zich in razend tempo af. Verdriet omdat wij haar gingen verliezen, maar ook opluchting. Intens. Haar hart klopte onvermoeibaar verder. Wij maakte cynische grapjes over dat ze zich niet hield aan de “deadline” van het plaatsen van de rouwadvertentie. Ik bereikte gestaag het punt de arts te vragen of de morfine opgehoogd kon worden. Ik wil dat het nu stopt!!

Ook op dag vier constateerde de arts een nog steeds comfortabele moeder. Haar dochter was inmiddels minder comfortabel. Heen en weer geslingerd tussen gevoelens van nietig zijn, schaamte want ongeduld, maar bovenal vervuld van een groot respect voor het proces wat sterven heet. Intimiderend, ruw, teder, niets ontziend, ontdaan van alle franje, intens en verwarrend. Zij deed het helemaal alleen en op haar eigen tempo.

Dag vijf brak aan
Een intens grauwe grijze treurige dag. Met mijn moeders hang naar drama en theater een perfecte dag om dood te gaan. Ze zou in haar nopjes geweest zijn. Na een nacht op een best comfortabel veldbedje wakker liggen en naar mijn moeders reutelende ademhaling luisteren, besloot ik vroeg in de middag toch nog heel even te gaan liggen.

Na een dutje van een half uur bezag ik staand naast haar bed haar gelaat. Het was van intens bleek naar intens grauw verschoten. Ik belde mijn broer. Wachten aan de bedrand. Praten over vroeger en discussiërend wie er nu koffie zou gaan halen, onderbrak mijn partner ons gesprek “kijk eens naar je moeder”. Het reutelen was gestopt en wat overbleef was een lichte oppervlakkige ademhaling. Ze zuchtte eens diep en haar ademhaling stokte. Daarna nog eens en toen was het allemaal voorbij. Een zonnestraal vervulde heel clichématig maar ook zo mooi de kamer met licht.

Vijf dagen waren wij in afwachting van iets groots. Als bij een geboorte hoewel deze aanleiding verdrietig was. Het is het heftigste en meest intense wat ik ooit mee maakte. Maar als na zoveel jaren een leven ook echt voltooid is, en de dood nabij is dan is het ook goed zo.

Luisterend oor
Wat mij bij zal blijven, is dat de tijd zo tergend langzaam verstreek en dat dit een aanslag is op je zenuwen. Ik vond het confronterend om te merken dat ik er ongeduldig van werd. En begreep hierdoor plots ook zo goed wat dit betekent voor de naasten die ik begeleid. De familie van bewoners waar ik voor zorg. In die zin heeft het mij in mijn functie als verpleegkundige enorm verrijkt. Immers ben ik nu in staat te putten uit eigen ervaring en weet ik nu dondersgoed hoe het voelt om als familielid aan de zijlijn te staan. Hoe belangrijk het is om dagelijks even met familie af te stemmen en te evalueren. Intermediair te zijn tussen bewoner, naasten en arts. Een luisterend oor te bieden. Maar ook om even niets te zeggen. Emoties er te mogen laten zijn. Ik koesterde altijd al het bijzondere aspect van mijn vak om in deze fase van een mensen leven zo dichtbij te mogen staan. Tijdens het intense proces wat sterven heet. Ontdaan van alle opsmuk en dat wat niet belangrijk meer is. Dat gevoel heeft zich nu nog meer verdiept.

Oer
Toen ik later mijn schoonzusje sprak en in woorden probeerde uit te drukken welke verpletterende indruk deze hele ervaring mij had gebracht en ik er niet uit kon komen. Zei ze: “Oer… Francien, het is gewoon oer”. En dat was ook zo..

 

Dit is mijn moeder. Een echte bombshell in de jaren 60. Mijn moeder hield wel van een feestje. Excentriek en creatief was ze. Na het verliezen van haar wilde haren stichtte ze een gezin samen met mijn vader. Na mijn geboorte nam haar leven een totaal andere wending. Mijn vader verloor zijn baan en daarmee ook zijn trots. Hij greep steeds vaker naar de drank. Mijn moeder werd noodgedwongen kostwinnaar.



 
(c) Francien Bos, verpleegkundige ouderenzorg

Het verhaal van Francien verscheen eerder al in Pallium, nummer 1 - februari 2017 met de titel De dood van een paradijsvogel. 'De moeder van verpleegkundige Francien Bos leidt aan dementie en belandt in het verpleeghuis. Als zij in een lichamelijke crisis terechtkomt, is comfort bieden het enige dat nog kan. Nadat de arts dormicum en morfine heeft toegediend, start het waken. Francien merkt hoezeer haar ervaring als dochter totaal anders is dan die als verpleegkundige.' Bron: Pallium.

Auteur: Francien Bos

Meer links

IconClassfa-newspaper-o

4 commentaar(en) op artikel "Verpleegkundige Ouderenzorg Francien Bos - Oer"


Shadira Monsanto
28-3-2017 04:35

. Ontroerend verhaal Francien . Dank je wel voor het delen<3



Nelly
29-3-2017 09:44

Ik herken het, Francien. Zelf ben ik werkzaam in de oudere zorg. Maar als het terminale proces dichterbij komt, bij mij mijn vader betreffend, geeft dat toch een andere blik. Ik vind het ook een verrijking, voor de rest van mijn "carrière". Dank voor je mooie inkijk in jouw familieleden.



addy camper
30-3-2017 09:54

Iedere situatie heeft iets eigens, maar ik voel erg met je mee. Toen mijn vader op 100-jarige leeftijd met hartfalen op het 1-persoons kamertje werd gelegd en 'comfortabel' werd gehouden, was er al een fase van negatie en schofferen aan vooraf gegaan. Een lastige familie waren we.

Het behandelverbod heeft z,n werk onvoldoende kunnen doen. Toen 1 1/2 uur na zijn overlijden we werden ingelicht (!) en we er heen spoeden, was er nog een infuus aanwezig. Daar stond ik met mijn verpleegkundige ervaring en als voorlichter over wilsverklaringen.

De klachtenprocedure is heel zwaar; goed voorbereid maar: heb ik de vinger wel op de juiste plek gelegd en voldoende doorgevraagd? Je doet zoiets voor het eerst in deze relatie.

De indruk die ik er aan heb overgehouden is dat professionals om hem heen meenden het heel goed gedaan te hebben en dan is het leereffect niet groot.

In werkelijkheid was dat er maar 1; een jonge MBO-opgeleide. Die was tijdens de opname gesprekspartner en keek ook naar ons om. Zij verscheen heel begripvol bij de behandeling van mijn klacht. Dapper , waarvoor nog steeds dank.



Astrid
1-4-2017 16:29

Heel herkenbaar Francien!

Login of registreer om commentaar toe te voegen.