Nieuws

Struisvogel - Blog longarts Sander de Hosson

Aantal weergaven: 44041

Struisvogel

“Het is genoeg geweest. Zo kan het niet meer.” De verpleegkundige kijkt me aan en bevestigt. Een ultieme beslissing. Hier gaat humaniteit boven autonomie. 

"Wil je meteen komen". 
Als ik de overlegruimte in loop, zie ik meteen dat het menens is, de verpleegkundige zit aangeslagen op de leuning van de bank in de hoek van de verpleegpost. Ik ken haar als iemand die stevig in haar schoenen staat, hier is beslist iets gebeurd dat erin gehakt heeft. Ze pakt mijn arm. “Het is genoeg geweest. Zo kan het niet meer.”
 

Die ochtend hebben we een vrouw van achter in de veertig opgenomen. In mijn gedachten vat ik het nog eens samen: "Bekend met een zeer ernstig COPD met vooral een verontrustend slecht vermogen zuurstof op te nemen. Twee kinderen. Echtgenoot uit beeld. Uitgebreid longemfyseem. Op een CT-scan zien haar longen er letterlijk uit als spinrag. Al bij eerdere opnames had ik bedacht ik dat het me niet zou verbazen dat zij snel zou overlijden door deze sluipmoordenaar, maar steeds lukte het haar er weer bovenop te komen. 

Ook nu is ze getroffen door een longontsteking waarbij de laatste longblaasjes letterlijk bedreigd worden door ontstekingscellen. We doen een uiterste poging het tij te keren. Het meest verontrustend is haar weigering om morfine in te nemen. “Alleen antibiotica,” had ze gezegd. “Geen andere troep”. 
 
Ik ken haar goed. De laatste maanden bivakkeert ze vaker in het ziekenhuis dan daarbuiten. Ik kan me mijn laatste gesprek met haar nog levendig herinneren. Ik had haar verteld over mijn vermoeden dat ze niet lang meer te leven had. Een logische conclusie: ondanks alle medicatie en al die opnames was ze de laatste maanden alleen maar benauwder geworden. Door haar klachten werd eten vrijwel onmogelijk en viel ze enorm af. Woest had ze me aangekeken, alsof ik haar een klap in het gezicht gegeven had.  Ze had gesnauwd: “Ik wil dat niet. Ik wil niet dood. Ik heb kinderen, weet je!?"
 
Nadat we afgesproken hadden dat kunstmatige beademingen en andere noodsprongen weinig soelaas zouden bieden in de toekomst, was ze stil gebleven. Ze was het ermee eens, maar verzocht me hier nooit meer over te spreken. 

Het was struisvogelpolitiek. Zij wilde geen enkel fatsoenlijk gesprek met mij of wie dan ook over de realiteit van de aanstormende dood. Ze wilde geen morfine. Geen geestelijke verzorging. Geen uitspraak over wie voor haar kinderen zal zorgen. Ze wilde niets. 

Als ik de kamer inloop, zie ik dat ze er veel slechter aan toe is dan een paar uur eerder. Haar ogen zijn naar rechtsachter gedraaid en ze is suffig geworden. Haar gelaat is blauw-paars. Ik schrik het meest van de spierbewegingen van haar borst en buikwand. Ze trekken zo intens samen dat haar hele lichaam en zelfs het bed meebeweegt. Het gaat gepaard met een piepend geluid. 

Verschrikt kijk ik de verpleegkundige aan. Want ik beaam het. "Zo kan het niet meer". Deze vrouw dreigt te stikken. Dit is waar men bang voor is. Dit is wat absoluut te allen tijde voorkomen moet worden en ook heel goed kan met goede palliatieve zorg. 

Als ze me ziet, het lukt haar net, vormen haar lippen hartverscheurende woorden: “Ik wil leven.”
 
Ik zie haar twee kinderen naast haar zitten, nog verre van volwassen. Er is moeite nodig niet verpulverd te worden door hun verdriet. Wie door hun tranen heen kijkt, ziet de verbittering van het onvolledige en eenzijdige afscheid dat hier plaatsvindt. Naast het actuele leed voorzie ik een verstoord rouwproces in de toekomst, de herinnering aan dit vreselijke moment. De onbegrijpelijke weigering van palliatieve medicatie. Van morfine en dormicum.
 

Ik denk aan dat zo sterke citaat dat naast acute vermindering van lijden een tweede argument is dat elk medisch ingrijpen hier rechtvaardigt: “How people die, remains in the memories of those who live on"*).

Een ultieme beslissing. De verpleegkundige kijkt me aan en bevestigt. Hier gaat humaniteit boven autonomie. Hier moet ik mijn professionele verantwoordelijkheid nemen. Hier moet ik voorkomen dat iemand letterlijk stikt. Ik ren naar de verpleegpost en pak een spuit dormicum, een sterk werkend slaapmiddel. Ik ken de richtlijnen maar al te goed. Ik zuig 15 mg dormicum op en loop terug.
 
Nog eenmaal kijken we elkaar aan. Ze is erg suffig, maar begrijpt het toch als ik het haar vertel. Ik zal haar dormicum toedienen om die laatste minuten, hooguit dat laatste levenskwartier niet meer mee te maken. Knikt ze? Ja. Toestemming. Er schiet van alles door me heen. Wat als ze nu nee had gezegd? Wat zegt de ethiek? “Primum non nocere” ofwel “Ten eerste geen kwaad doen”. Is dat het antwoord? 
 

Niets doen, zal beslist schaden. Ik dien het toe.

Vanuit de verste stoel naast het bed zie ik in minuten de ademhaling verzwakken. Godzijdank. Het slaapmiddel treft doel, ze wordt rustiger. Ik ben niet de enige die dat ziet. Haar kinderen grijpen haar handen vast. In de minuten die volgen, komt zeker rust. Misschien ontstaat er zelfs een vorm van afscheid, bij haar, zeker bij haar kinderen. 
 
Haar ademhaling stopt alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Het mystificeert. Het beeld is even afgrijselijk als prachtig. Die twee gedaanten, gebogen over hun moeder die hen verlaat en vervolgens niet meer is. Hun handen gevouwen in een keten.  
 
Samen met de verpleegkundige verlaat ik de kamer. Het wordt al lang niet meer opgemerkt. In dezelfde overlegkamer als eerder pakken we een dubbele espresso. We zuchten hardop. Ik kaats haar dankwoord terug. Dit deden we samen.
 

*) Citaat van Dame Cicely Saunders.


(c) Longarts Sander de Hosson


Auteur: Sander de Hosson

Meer links

IconClassfa-newspaper-o

4 commentaar(en) op artikel "Struisvogel - Blog longarts Sander de Hosson"


Co
20-4-2017 12:12

Zoals elke keer lees ik je stuk met tranen in de ogen. Als vrijwilliger in een hospice kom ik ook allerlei vormen van afscheid tegen. Dank je wel voor je menselijke manier van omgaan met de dood. Maar vooral met de tijd er aan vooraf. Juist dat laatste stukje is zo belangrijk voor de stervende en voor alle mensen erom heen .



dupont may
23-4-2017 20:47

prachtig



J
25-4-2017 21:58

Ook deze weer zo treffend, prachtig. Wat een talent om naast een mensen dokter ook zo te kunnen schrijven. Dokter zijn hoort naast leven en genezen ook zeker weten bij de onvermijdbare dood.



Jannie
26-4-2017 10:04

Zo goed en zo mooi om de dilemma`s van ons vak op deze wijze bespreekbaar te maken.

Login of registreer om commentaar toe te voegen.