Nieuws

Schrijf een brief aan je naaste - onderzoek door studenten Geneeskunde

Aantal weergaven: 1420

Uitkomsten communityproject

Derdejaars studenten Geneeskunde hebben in het kader van hun studie onderzoek gedaan voor Agora. Het betrof een vervolg op het project ‘Schrijf een brief aan je naaste’ dat in 2016 is uitgevoerd. Benieuwd naar de uitkomsten? 

In het kader van hun studie Geneeskunde moeten studenten van het ErasmusMC in hun derde bachelorjaar samenwerken aan een project in opdracht van een maatschappelijke organisatie. Het zogenaamde communityproject. In dit project moet de groep op wetenschappelijk verantwoorde wijze een public health vraagstuk uit de praktijk analyseren. 

Ook dit jaar heeft Agora onderzoeksvragen ingediend en hebben studenten twee communityprojecten voor Agora uitgevoerd. Eén project was een vervolg op het project ‘Schrijf een brief aan je naaste’ dat in 2016 is uitgevoerd door studenten. Hieronder leest u de uitkomsten van dit onderzoek.

Project 'Schrijf een brief aan je naaste'

Onderzoeksvraag: welke barrières en emoties spelen een rol bij het stimuleren van naasten een brief te gaan schrijven over het levenseinde/de dood? 

De studenten onderscheidden drie barrières:

  1. (Hun eigen) angst voor het effect op de naaste, of voor de reactie van de naaste
    De studenten vonden het lastig in te schatten hoe een naaste zou reageren als zij een gesprek over het levenseinde startten. Ook waren zij bang dat de naaste ‘er helemaal niet op zat te wachten’ of dat de naaste er iets achter zocht.
  2. Gêne om over de dood te praten
    De studenten ervoeren een 'sociale drempel' om over de dood te beginnen. Studenten en naasten vonden het ‘raar’, ‘ongemakkelijk’ en ‘onprettig’ om te praten over de dood. De studenten concluderen dat er in bijna alle culturele achtergronden een vorm van taboe heerst voor wat betreft de dood.
  3. Praktische bezwaren
    De deelnemers vonden het vaak moeilijk een juist tijdstip te vinden voor het stimuleringsgesprek om een brief te schrijven (en het daarmee over het levenseinde te hebben). Zeker als de naaste weinig tijd had, voelden ze zich bezwaard om het gesprek te beginnen.

Bij het stimuleren van naasten om een brief te gaan schrijven, werkten sommige aanpakken beter dan andere: 

  • Argumenten die het belang voor naasten benadrukten om meer over de wensen van hun dierbare te weten, werkten goed.
  • Het hielp ook om naasten te laten zien dat de brief kan ondersteunen bij het concreet omschrijven van levenseindewensen, zowel qua zorg als medische beslissingen. Het werkte averechts als de studenten zeiden dat het (alleen) voor een onderzoek was of dat het ging over het overlijden/de dood zelf. 
  • Beter werkte het om de nadruk te leggen op het bespreken van wensen voor de levensfase vóór het overlijden/de dood (léven tot het einde).

Leermomenten voor de studenten

  1. Het blijkt dat naasten die in eerste instantie niet welwillend staan tegenover het schrijven van een brief toch overgehaald kunnen worden als de gesprekspartner goede argumenten in juiste bewoordingen gebruikt.
  2. Niet alleen de voorkeuren rond het levenseinde verschillen per persoon, maar ook de manier waarop er (niet) over gesproken wordt.
Project 'Huisartsen en palliatieve zorg'
Het andere project dat studenten uitvoerden voor Agora had als onderzoeksvraag: 'Huisartsen en palliatieve zorg: wat doen zij in de praktijk? Meer weten over dit project?

Agora is blij dat de studenten, die als toekomstige artsen met het levenseinde te maken zullen hebben, het belang én de barrières hebben ervaren rond nadenken en spreken over léven tot het einde en de dood. En zich daarnaast hebben verdiept in wat palliatieve zorg inhoudt.

Auteur: Marijke Wulp

IconClassfa-newspaper-o

Login of registreer om commentaar toe te voegen.