Ik moet nu gewoon léven
Ik moet nu gewoon léven

Aantal weergaven: 4346

Op de drempel. Leven in het zicht van de dood

"Ik moet zuinig zijn met het leven dat ik nog heb. Een beetje zoals wanneer je als kind een snoeptrommeltje had waar nog maar vijf snoepjes in zaten waar je nog een maand mee moest doen." 

Psychiater Margo de Jonge (1956) werkte mee aan het tv-programma ‘Kijken in de ziel’ van Coen Verbraak. Hij sprak met enkele ongeneeslijk zieke patiënten over de vraag hoe zij in het leven staan. Tien jaar geleden kreeg De Jonge de diagnose borstkanker. Haar gezondheid gaat sinds kort achteruit; ze is daarom gestopt met haar praktijk als psychiater-psychotherapeut. “De diagnose verandert eigenlijk alles. En tegelijkertijd verandert er niks.”

In het boek ‘Op de drempel. Leven in het zicht van de dood’ licht ze dat toe:

“Er verandert niks, want de wereld blijft hetzelfde. De bloemen in de tuin zien er hetzelfde uit, je man ziet er hetzelfde uit. Het leven gaat gewoon door. Het verschil is alleen dat je weet dat je doodgaat. Vroeger leefde ik als het ware vooruit. Ik was bezig met: wat gaan we morgen doen, wat gaan we volgend jaar doen? Als Hugo (één van haar vijf kinderen, -red.) maar afgestudeerd is, als er maar dit gebeurt, als er maar dat gebeurt. En ineens kun je dat niet meer. Of kan ik dat niet meer. Omdat je niet weet of je er zelf bij zult zijn.”

De Jonge is sinds de diagnose eerder minder dan meer met de dood bezig:

“Het klinkt misschien een beetje gek, maar sinds ik weet dat ik niet meer heel lang te leven heb, ben ik eigenlijk minder met de dood bezig dan vroeger. Ik ben veel meer bezig met het feit dat ik heel graag wil leven, en met wat ik in het leven nog kan. De dood is niet meer zo interessant voor mij. Ik heb nog maar heel weinig tijd, dus moet ik zuinig zijn met het leven dat ik nog heb. En het voelt heel gek om je in die beperkte tijd met de dood bezig te gaan houden. Ik heb nog maar zo weinig tijd om te leven. Dus moet ik nu gewoon léven. Een beetje zoals wanneer je als kind een snoeptrommeltje had waar nog maar vijf snoepjes in zaten waar je nog een maand mee moest doen. Dan ga je heel erg denken: wanneer eet ik dat volgende snoepje? Ik ga veel bewuster met tijd om. Aandacht voor de kinderen hebben, zorgen dat we nog een keer op vakantie gaan. Dat we die verjaardagen toch echt vieren, ook al komt het niet goed uit. Want je weet maar nooit: het kan de laatste verjaardag zijn.”

Als ze terugblikt, ziet ze verschillende fases in het omgaan met haar plek in het leven:

“Ik ben al best lang ziek. In de allereerste fase, toen de klap doordrong, wist ik niet goed wat ik moest doen. Vervolgens komen al die behandelingen. Dan word je zieker en zieker. Het gekke was bij mij dat ik eigenlijk best goed door die behandelingen heen kwam. Daarna zit je weer thuis en moet je dóór met je leven, terwijl je niet goed weet hoe. Wat ik het moeilijkste vond, was dat ik me heel geïsoleerd ging voelen. Op een gegeven moment dacht ik: het lijkt wel of ik op een eiland terecht ben gekomen. Ik woon op een eiland. Ik weet nog wel hoe het leven aan wal is. Ik kan het ook nog zien, zo’n haventje met een hoop bedrijvigheid, maar ik hoor er niet meer bij. Mensen komen nog wel op bezoek, met zo’n pendelbootje, maar ze gaan ook weer weg. En ik hoor er niet meer bij. Ik doe niet meer mee.”

“Ik had niet verwacht dat ik me zo zou gaan voelen. Omdat ik daarvoor altijd dacht dat eenzaamheid iets is wat bij bepaalde mensen hoort. Terwijl ik toen besefte: het hoort dus bij de situatie. Ik heb het gevoel dat ik naast het leven ben komen te staan. Ik kan niet meer mee in wat er gebeurt. Dat wil ik wel heel graag, maar het lukt me niet meer.”

“Het eilandgevoel is sindsdien altijd gebleven, maar het eiland is wel prettiger geworden. Ik ben wat meer op het eiland gaan leven. In het begin dacht ik voortdurend vol verlangen aan het leven aan wal.”


De factor ‘tijd’ veranderde voor haar van betekenis:

“Tijd wordt heel onwerkelijk. Aan de ene kant heb je natuurlijk gewoon de waan van de dag. Je gaat lunchen, je moet de was draaien, je moet je werk doen. Dat is precies hetzelfde als bij anderen. Ik heb heel veel moeite gedaan om dat vast te houden, om daar contact mee te blijven houden. Maar er is iets heel geks. Als die toekomst wegvalt, kun je eigenlijk niet meer vooruitkijken. Je wilt wel vooruitkijken, maar je ziet niks. En aan de andere kant voelde ik me heel erg opgejaagd, alsof er iets in mijn nek blies. Omdat ik nog maar zo weinig tijd heb, moet ik wel iets doen.”

“De klok is een aftelklok geworden, maar hij draait ook heel snel. Je krijgt het gevoel: ik heb nog maar weinig tijd, dus de kerst móet leuk zijn. Dit of dat móet leuk zijn. Want stel je voor dat het de laatste keer is. Dus alles krijgt ook nog die druk van: het mag niet mislukken. Alle dingen worden bijzonderder. Intenser. Ik heb eigenlijk wel erg mooie dingen beleefd de afgelopen jaren.”

Bron: 'Op de drempel. Leven in het zicht van de dood'. Coen Verbraak. Uitgeverij Thomas Rap. ISBN 9789400405912. Selectie door Rob Bruntink, Bureau MORBidee.


 

 

 

 

 

 

 

Auteur: Agora - Leven tot het einde

Meer links

IconClassfa-newspaper-o

Laat uw reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen



Minnie - Blog Francien verpleegkundige ouderenzorg dinsdag 5 december 20172

Minnie - Blog Francien verpleegkundige ouderenzorg

“Geen zin in!”, brulde ze. Als ik niet zo verbaasd was geweest, had ik hard moeten lachen. Zo makkelijk gaf ik mij niet gewonnen.
Wat leeft er in palliatieve zorg in het zuiden van Nederland? woensdag 29 november 20170

Wat leeft er in palliatieve zorg in het zuiden van Nederland?

Het enthousiasme voor palliatieve zorg, hart voor de mensen waar het om draait en de drive het goede te doen. En…praten over het...
Tussenstand - Blog Christiaan Rhodius woensdag 22 november 20170

Tussenstand - Blog Christiaan Rhodius

‘Ik ga wel in de hoek zitten,’ schatert Arnold, ‘daar zit ik toch altijd al.’ Hij hangt zijn jas over de stoel van de...
RSS