Logo NIVEL
De inhoud van dit onderdeel is verzorgd door NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg).
De vraag naar palliatieve zorg

Om een beeld te krijgen van de omvang van de vraag naar palliatieve zorg geven we een antwoord op de volgende vragen:

  • Hoeveel mensen hebben behoefte aan palliatieve zorg?
  • Waar overlijden deze mensen?
  • Wat is de toekomstige vraag naar palliatieve zorg?
  

Hoeveel mensen hebben behoefte aan palliatieve zorg?

Er zijn in Nederland geen landelijke cijfers over de mate waarin terminale patiënten werkelijk een beroep doen op palliatieve zorg. Wel kunnen we aannemen dat mensen die lijden aan een terminale niet-acute aandoening in meer of mindere mate behoefte hebben aan palliatieve zorg. We zullen daarom kijken naar het aantal mensen dat aan een niet-acute aandoening sterft en de plaats waar zij overlijden.

In 2004 overleden in Nederland ruim 136.500 mensen (CBS). Daarvan overleed minder dan de helft aan een niet-acute aandoening (zie onderstaande tabel). Kanker is de meest voorkomende niet-acute doodsoorzaak: in 2004 stierven bijna 40.000 Nederlanders aan deze ziekte (CBS, 2005). Chronisch hartfalen, COPD en cerebrovasculaire aandoeningen zijn andere veel voorkomende niet-acute doodsoorzaken. In onderstaande tabel hebben we weergegeven hoeveel Nederlanders aan een bepaalde niet-acute aandoening stierven in 2004. De categorisering van het CBS voor het beschrijven van de primaire doodsoorzaak van Nederlanders maakt niet altijd onderscheid tussen acute en niet-acute aandoeningen. Daarom staan in onderstaande tabel enerzijds aandoeningen waarvan we vrijwel zeker weten dat het een niet-acute aandoening betrof. Anderzijds staan in de tabel aandoeningen waarbij het waarschijnlijk ging om niet-acute aandoeningen.

Het aantal mensen dat in 2004 vrijwel zeker overleed aan een niet-acute aandoening (CBS, 2005)
Kanker 40300
Overige chronische aandoeningen onderste luchtwegen (bijvoorbeeld COPD, oftewel chronische bronchitis en enfyseem) 5679
Suikerziekte 3769
Overige ziekten van zenuwstelsel en zintuigen (bijvoorbeeld multiple sclerose en andere neurodegeneratieve aandoeningen) 2361
Ziekte van Parkinson 1008
Chronische leveraandoeningen 812
AIDS 85

 

Het aantal mensen dat in 2004 overleed aan een bepaalde aandoening (CBS, 2005) die waarschijnlijk een niet-acuut karakter had
Overige hartziekten (bijvoorbeeld hartfalen) 12267
Hersenvaatletsels (CVA) 10990
Overige ziekten van de kransvaten (bijvoorbeeld angina pectoris) 4071
Ziekten nier- en urineleider 1423


Waar overlijden deze mensen?

Er zijn geen recente gegevens bekend over de plaats waar mensen overlijden, onderscheiden naar doodsoorzaak. Francke en Willems (2000) onderzochten met behulp van verschillende databestanden en rekenmodellen de plaats waar mensen ouder dan 20 jaar met een niet-acute aandoening in 1997 overleden.
Uit de analyses bleek dat van de 37.000 mensen die in 1997 in Nederland aan kanker overleden, 65% thuis stierf, ruim een kwart in een ziekenhuis en ongeveer 6% in een verpleeg- of verzorgingshuis. Het aantal dat in een zelfstandig hospice overleed, was minder dan 1% (Francke en Willems, 2000).


Wat is de toekomstige vraag naar palliatieve zorg?

De vraag naar palliatieve zorg wordt voornamelijk bepaald door het aantal mensen dat sterft aan een niet-acute aandoening. Om een voorspelling te kunnen doen over de toekomstige vraag naar palliatieve zorg moeten we in de eerste plaats kijken hoe de sterfte aan niet-acute aandoeningen zich waarschijnlijk zal ontwikkelen. Daarnaast hebben ook ontwikkelingen in de gezondheidszorg, zoals de toename van allerlei behandelingsmogelijkheden, invloed op de vraag naar palliatieve zorg.

Francke en Willems (2000) berekenden op basis van CBS-bevolkingsprognoses de verwachte ontwikkeling van het aantal overledenen tussen 1997 en 2015. Uit die berekeningen blijkt dat het totaal aantal personen dat per jaar sterft aan een niet-acute aandoening naar verwachting tussen 1997 en 2015 zal toenemen met 20%. Dat betekent een stijging van het aantal mensen dat overlijdt aan een niet-acute aandoening van meer dan 1% per jaar. Dat zou kunnen betekenen dat de vraag naar palliatieve zorg tot aan 2015 ook met ruim 1% per jaar groeit (Francke en Willems, 2000).


Literatuur

CBS, Centraal Bureau voor de Statistiek.Statline. Overledenen per belangrijkste primaire doodsoorzaak, 2005. Nederland, Voorburg/Heerlen. (www.cbs.nl/statline)

Francke AL, Willems DL. Palliatieve zorg vandaag en morgen: feiten, opvattingen en scenario’s. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg, 2000.

Laatste update: 25 november 2005