Nieuws

Intervisie - Blog longarts Sander de Hosson

Aantal weergaven: 22833

Intervisie

Omgaan met je emoties als je dagelijks werkt met mensen die overlijden. "Hoe doe je dat eigenlijk in godsnaam?"

"Mijn aandachtsgebied is longkanker. Ik zie bange mensen, verdrietige mensen, wanhopige mensen. Ze komen met hun echtgenoten, met hun kinderen. En ik moet ze vertellen dat ze doodgaan. (..)

Ik ben goed geworden in deze gesprekken. Maar aan het eind van de dag zit ik met een emmer vol tranen. Niet per se mijn eigen tranen. Wel tranen. Ik, specialist achter het bureau, professioneel, warm, empathisch, rustig. Een baken van rust in een zee vol ellende. Maar ergens achter in de spreekkamer sta ik zelf geluidloos te gillen.

Na zo'n dag thuiskomen is vervreemdend. Blije kinderen, kleurige verhalen. Maar een mama die nog heel ver weg is." (Mariska Koster, oud-longarts. Uit: Arts heeft eenzaam beroep, Medisch Contact, 2013)

Toen mijn collega-longarts Koster dit artikel in 2013 publiceerde, leidde haar verhaal over de reden dat ze met haar werk gestopt was, tot veel discussie. In haar betoog roept ze op tot intervisie. Inderdaad is deze krachtige vorm van zelfreflectie onder artsen en verpleegkundigen relatief uitzonderlijk, met uitzondering van psychiaters, bedrijfsartsen en huisartsen. Ik ben het met haar eens dat dat een groot gemis is. Opvallend was dat ze erg veel bijval kreeg, maar er waren er ook die schaamteloos reageerden zoals ze beschreven had: "Als je er niet tegen kan, moet je hier misschien niet zijn." Het zijn reacties uit een cultuur die nog niet uitgestorven is. Wat zou het goed zijn als juist deze dokters zich een spiegel zouden voorhouden. Wat zouden juist zij gebaat zijn bij reflectie. Want de krassen op hun ziel zijn ze aan te zien. En ze zijn niet mooi. Moeten zij hier eigenlijk wel zijn?

Ik raad iedereen aan dit artikel erop na te slaan, want de relevantie van dit onderwerp kan niet overschat worden. Vandaag moest ik ineens aan haar artikel terug denken, toen ik praatte met een jonge collega over de soms huiveringwekkende kracht van de dood in ons vak.

Het is tussen de middag, vlak voor het begin van het middagspreekuur. Na het schouwen van haar oude lichaam, vul ik de papieren in. Ik loop samen met de coassistent nog even langs de familie en neem afscheid. "Het is vredig gegaan", zeg ik tegen de coassistent, die me gedurende het hele laatste halve uur ademloos heeft vergezeld. Dan lopen we naar de polikliniek, het spreekuur staat op beginnen.

"Heb je die nieuwe patiënt met benauwdheid die je zo gaat zien nog kunnen voorbereiden?," vraag ik haar.

Het blijft stil.

Als ik naar haar kijk, zie ik dat ze op haar lip bijt om niet te huilen. Ze kijkt strak vooruit.

"Gaat het?"

"Nee."

We slaan rechtsaf de coassistentenruimte in. Ze ploft neer op de bank.

"Hoe voel je je?" vraag ik.

"Heftig. Zo heftig." Ze schudt met haar hoofd. "Ik snap niet hoe jullie dit doen. Hoe jij dit doet. Net is een vrouw overleden die twee weken geleden nog op de fiets zat. Die alles was voor haar kleinkinderen. Die haar man achterlaat met wie ze decennia samen was." Ze kijkt voor zich uit. Ik zie dat haar wangen rood zijn en ze de tranen probeert te verbergen totdat dat niet meer mogelijk is. "Sorry, zegt ze, sorry, maar de dood is zo onwerkelijk. Het is zo euh 'fucking' oneerlijk." Dan kijkt ze me recht in de ogen aan, bijna fel. Ze formuleert de vraag glashelder en ik schrik ervan, want het is precies de vraag, waarop ik maar met moeite een antwoord kan verzinnen. Ik weet dat dondersgoed, omdat ik hem mezelf vaak stel.

"Hoe doe je dat eigenlijk in godsnaam?"

In de geneeskunde is de dood altijd aanwezig. Onlosmakelijk. Studies, waarnaar weinig verwezen wordt, laten zien dat maar liefst een op de drie patiënten die op een willekeurig moment in het ziekenhuis ligt, over een jaar overleden zal zijn. Dat zijn schrikbarende cijfers, die we het liefst zouden willen wegstoppen. Dokters maken patiënten beter. Punt.

Hoewel de patiënt regelmatig al mijlen verder is, praten we niet gemakkelijk over de dood. De dood wordt soms als een verlies gevoeld. Innovatieve medicatie is in vrijwel alle takken van de zorg een leading theme, overall survival de heilige graal. Het verbeteren van de 5 jaarsoverleving met enkele procenten wordt door ons als dokters gevierd als een overwinning. Het is breaking news op grote oncologiecongressen. En natuurlijk is dat terecht. 

Maar dat neemt niet weg dat de dood in ons vak de realiteit van elke dag is en zal blijven. Diezelfde dokters moeten uit en te na ingevoerd zijn in palliatieve zorg. Helaas zie ik deze keynote speakers nooit op een congres over dit onderwerp. Ik vraag me dan af hoe zij dit met hun patiënten bespreken. Of ze dit wel met hun patiënten bespreken.

Parallel aan de vooruitgang in de geneeskunde is een tweede proces noodzakelijk in de zorg. Naast de best mogelijke medicatie om de weg naar die dood te verlengen en vooral te verbeteren, moeten we de realiteit van de dood durven toe te staan. Het maakt de weg vrij om erover te praten met de patiënt, om op tijd te stoppen met behandelen, zodat de patiënt ook tijd krijgt afscheid te nemen van het leven en alles dat hem lief is. Weg van het ziekenhuis, weg van alle goedwillende dokters en behandelingen.

"Hoe doe je dat eigenlijk in godsnaam?"

Ik denk dat deze vraag veel te weinig gesteld wordt.

Als hij gesteld zal worden, zal vermoedelijk elke dokter of verpleegkundige een persoonlijk gekleurd antwoord geven. Zelf zoek ik het antwoord in termen als professionele nabijheid, waarbij ik de grenzen en de afstand tot de patiënt in voorbije jaren heb proberen te definiëren. Dat wiel heb ik zelf proberen uit te vinden en ik denk dat het me een betere dokter heeft gemaakt. Maar een klip en klaar antwoord heb ik niet en die is er vermoedelijk ook niet. Hoe dan ook, was er in de opleiding destijds erg weinig aandacht voor dit onderwerp, waardoor dit een eenzaam proces was. Ik begrijp dat coassistenten nu veel meer intervisie krijgen, wat fantastisch is.

Toen Mariska Koster in 2013 haar artikel publiceerde, riep ze op tot intervisie met een verplichting tot emotionele ondersteuning om zodoende menselijke dokters te behouden. Ik denk dat de tijd al langer meer dan rijp is om dit pad verder te exploreren. Want ik vermoed dat het een ongekende bron is van compassie en empathie, eigenschappen die onmiskenbaar het centrum vormen van de geneeskunde van de komende eeuw, op de plaats waar ze al die tijd hadden moeten staan.

De krachtige kern van Mariska's betoog vinden we terug in een door haar beschreven parallel met andere beroepsgroepen:

"Een chirurg staat een hele nacht te opereren om een patiënt te redden. Maar het lukt niet, en de patiënt sterft. Een brandweerman gaat een brandend huis in om een man te redden. Maar het lukt niet, en de man sterft.

De brandweerman krijgt professionele opvang. De chirurg koffie. En gaat visite lopen, of begint met zijn spreekuur."

Koffie dus. Maar wat brandt bij mij de vraag aan de chirurg: "Hoe doe jij dat eigenlijk. In godsnaam?"

 

(c) Longarts Sander de Hosson


Auteur: Sander de Hosson

Meer links

IconClassfa-newspaper-o

7 commentaar(en) op artikel "Intervisie - Blog longarts Sander de Hosson"


Desiree Orie
10-7-2017 21:41

Als kinderverpleegkundige zowel in het ziekenhuis als in het kinderhospice, kregen we altijd intervisie.. Als een kindje overleden was, , was er gelijk opvang. Eerst een bakkie, en het overleden kindje verzorgen. Als de ouders weg waren, kwamen we bij elkaar dezelfde dag of avond nog. In de nacht kwam de teamleidster altijd. De volgende dag, kwamen we bij elkaar en konden we er nog over praten.Bleek

je er nog langer problemen mee hebben, was er altijd de pastoraal medewerker er.

Bij 1 kindje had ik tranen, maar is niet opgemerkt door de ouders



Frans Leliveld
11-7-2017 08:21

De ene keer doet een overleden patient me meer dan een andere keer. Hangt natuurlijk van de band af met patient en familie. Belangrijkste is voor mij compassie blijven tonen en niet bang zijn te laten zien dat het je ook wat doet. Er met collega's over praten en ook af en toe thuis.

Ik snap je laatste opmerking niet Desiree. Je schrijft niet voor niets: maar is niet opgemerkt door de ouders. Ben je daar blij om of misschien zelfs trots op? Waarom mogen ouders jouw verdriet niet zien? Als ik moet huilen dan huil ik, ook waar de familie bij is. Geen enkel probleem mee. Na een mislukte reanimatie word er altijd wel nagepraat en bij andere heftige gebeurtenissen is er collegiale opvang. Kan misschien beter maar er is in ieder geval wel iets.



Frans Leliveld
11-7-2017 08:23

P.S. ik ben al > 20 jaar IC verpleegkundige op een IC voor volwassene.



Gea Petersen
11-7-2017 16:29

In mijn werk als specialistisch verpleegkundige komt het eind traject van jong en oud in de laatste levensfase steeds meer in de thuiszorg.

Mensen die uit behandeld zijn! Het eindstation om thuis in rust bij hun dierbare te willen sterven. Geen uitweg terug rust willen en hun ziekte gezien de ervaring toch achter de feiten aan lopen. Het aansluiten iedere dag weer van een sedatie. Altijd rij je alleen naar huis met de gedachte rust te bieden. Niet alleen artsen staan er alleen voor ook wij we moeten dealen met de keuze van de cliient en naaste familie. Belangrijk is dat respect en eigenwaarde in dit laatste stukje van het leven een zinvol handelen is om te handelen waar de client zijn rust punt kan vinden. Nog iedere dag doe ik mijn werk met liefde en respect voor de keuze die de client maakt. Eigenwaarde ieder mens verdiend een rustig einde!!



Marielle
11-7-2017 16:32

Toen mijn vader plotseling overleed tijdens de nierdialyse na reanimatie was daar die mamnelijke verpleegkundige met tranen in zijn ogen die me het gevoel gaf dat mijn vader er ook voor het personeel toe deed. Dat ons verdriet er toe deed.

Het menselijk gezicht, in je werk geraakt mogen zijn, dat is voor mij zo'n meerwaarde geweest in dat moment en ook daarna.

Ik ben dankbaar voor mensen die mensenwerk doen en daarbij bereid zijn heftige emoties te ervaren om een betere dokter, verple(e)g(st)er of wat dan ook te zijn.



Hinde
11-7-2017 22:01

En toch blijft het percentage echte menselijke artsen maar heel klein ... voor mij de reden om een antroposofische huisarts te zoeken want ik vind reguliere geneeskundigen grotendeels kil, arrogant en afstandelijk. Ik heb geen vertrouwen in reguliere geneeskundigen, artsen zijn vaak best arrogant. Vooral in situaties waarin een patiënt minder is opgeleid. Heus ... als wijkverpleegkundige heb ik het regelmatig meegemaakt. De huisarts die net even iets harder loopt voor een palliatief patiënt die zelf ook arts is dan de even net zo zieke ongeschoolde arbeider een wijk verderop ... De menselijke maat is er niet en dat maakt de zorg kapot.



Machteld
11-7-2017 22:59

Prachtig!!!

Login of registreer om commentaar toe te voegen.